De bank en het tekort

DE NEDERLANDSCHE BANK heeft het afgelopen jaar zijn bijdrage aan de vermindering van het overheidstekort aanzienlijk beperkt. Doordat de netto winst van de centrale bank meer dan halveerde, is de afdracht aan de Staat verminderd van bijna 2,7 miljard gulden (1993) naar 1,1 miljard gulden (1994). Ruim anderhalf miljard gulden minder heeft president Duisenberg gestort in de schatkist van minister Zalm. En dat ondanks de extra opbrengst uit de deviezen die werden verkregen met de goudverkoop eind 1992 en die vanaf 1994 bijdroegen aan de winst van De Nederlandsche Bank.

Winstmaximalisatie is geen doel van een centrale bank. Niet alleen De Nederlandsche Bank, maar bijvoorbeeld ook de Bundesbank heeft vorig jaar zijn netto winst zien dalen. De oorzaak was de crash van 1994 op de internationale obligatiemarkten door de onverwacht scherpe en aanhoudende rentestijging. Vrijwel niemand had deze omslag voorzien en de deviezenreserves van de centrale banken, belegd in obligaties, ontkwamen niet aan de waardedaling. Al blijft het merkwaardig dat president Duisenberg gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van De Nederlandsche Bank zich er luchtig van af maakte door te zeggen dat de markten het bij het verkeerde eind hadden.

Net als in voorgaande jaren schuwde Duisenberg de kritiek niet. Hij hekelde het begrotingsbeleid van het kabinet-Kok en herhaalde het standpunt dat De Nederlandsche Bank vorig jaar ook al vertolkte in de aanbeveling van de SER aan het nieuwe kabinet: het begrotingstekort moet sneller naar beneden, de lastenverlichting is voorbarig en te omvangrijk. Nu De Nederlandsche Bank zelf over 1994 zoveel minder afdraagt aan de schatkist, krijgt die kritiek iets van een verplicht maar vrijblijvend nummer. Want het huidige kabinet houdt, anders dan in vorige jaren het geval was, vooralsnog met succes en zonder boekhoudkundige listen vast aan de uitgezette lijn van begrotingsdiscipline en schept daarmee de ruimte voor lastenverlichting. Dat het altijd beter kan en dat van de opgaande conjunctuur gebruik moet worden gemaakt om het tekort verder te verlagen, is vanzelfsprekend.

DE TAAK VAN De Nederlandsche Bank is te zorgen voor de stabiliteit van de munt. Dankzij de volgehouden koppeling van de gulden aan de D-mark is die opzet geslaagd. Nederland heeft een van de hardste munten ter wereld, met alle voordelen (en voor specifieke exportsectoren nadelen) van dien. Een van de redenen voor de sterke positie van de gulden is dat de financiële markten het overheidstekort, gezien de omvang van de binnenlandse besparingen, niet als een bedreiging voor de stabiliteit beschouwen, zoals in Zuideuropese landen het geval is. Wat dat betreft is de situatie in Nederland toch iets rooskleuriger dan De Nederlandsche Bank voorstelt.