Computer-eiland strijdperk in Maleisische verkiezingen

Het eiland Penang in Maleisië, het Silicon Valley van Azië, vervult een sleutelrol in de verkiezingen die vandaag worden gehouden. De bloeiende computer- en elektronica-industrie op het eiland heeft Maleisië in korte tijd tot 's werelds grootste exporteur van chips gemaakt.

PENANG, 25 APRIL. Koh Tsu Koon is geen man met charisma. De 45-jarige Maleisische minister, verantwoordelijk voor het eiland Penang, moet het niet hebben van zijn verschijning. Zijn kracht en macht liggen in zijn woorden en daden. Pas in zijn speeches komt hij tot zijn recht. Dan mag hij vertellen wat er onder zijn leiding tot stand is gekomen op de ruim duizend vierkante kilometer grond aan de noord-west kust van Maleisië, en dat is heel wat. Penang, eens een van de populairste vakantieparadijzen van het Verre Oosten, is de afgelopen jaren uitgegroeid tot het Silicon Valley van Azië, een centrale produktieplek voor de elektronica- en computerindustrie.

Koh, lid van het National Front, de regeringscoalitie van Maleisiës minister-president Mahathir, heeft zich de laatste dagen veel van zijn goede kant kunnen laten zien. De verkiezingen brachten hem van de ene plek op het eiland naar de andere waar hij steeds weer zijn verhaal mocht afsteken. De zwevende kiezers onder de 1,2 miljoen bewoners van Penang moesten nog eens overtuigd worden van wat er onder de politieke leiding van Koh allemaal is bereikt, en dat is indrukwekkend. Sinds zijn aantreden in 1990 bedroeg de economische groei op het eiland gemiddeld 12,4 procent. Dat was bijna het dubbele van wat Koh's voorgangers in de jaren zeventig en tachtig bereikten en ruim vier procent meer dan de economische groei in heel Maleisië.

Ook de overige economische successen spreken voor zich: de industriële ontwikkeling op Penang zorgde voor bijna een kwart miljoen extra banen. De werkloosheid, in het begin van de jaren zeventig nog 16 procent, is nagenoeg verdwenen. Het bruto nationaal produkt steeg in 1994 naar vier miljard dollar en de totale omzet van alle bedrijven die zich op Penang hebben gevestigd, liep vorig jaar op tot ruim tien miljard dollar.

Mahathir, die de afgelopen veertien jaar minister-president van Maleisië was en die nu campagne voert voor nog een regeringsperiode van vijf jaar, verwacht dat Penang een sleutelrol zal spelen in de verkiezingen die vandaag worden gehouden.

Hij is beducht voor winst van de door Chinezen gedomineerde oppositiepartij, de DAP. Deze partij weet een groot deel van de stemgerechtigden achter zich, vooral doordat Penang de enige provincie in Maleisië is waar een meerderheid (65 procent) van de bevolking Chinees is.

Pag.14: 'Silicon Valley van Azië' is parel in kroon van Mahathir

Om te voorkomen dat hij de macht over het eiland kwijtraakt, kwam Mahathir het afgelopen weekeinde nog eens speciaal naar Penang om samen met Koh de laatste twijfelaars voor zich te winnen. Het politieke duo gooide alles uit de kast en Mahathir dreigde zelfs de regeringssteun aan Penang in te trekken als zijn National Front - dat naar verwachting de verkiezingen in de rest van het land gemakkelijk zal winnen - de politieke strijd op het eiland verliest.

Penang is een van Mahathir's parels en een pronkstuk voor de buitenwereld van de economische groei die onder zijn bewind tot stand kwam. De economie van Maleisië groeit al jaren achtereen met zeven tot acht procent door een uitgekiende industriepolitiek. Penang is de uitschieter in die ontwikkeling. Het eiland begon een kwart eeuw geleden al met het lokken van internationale bedrijven. Met haar strategische ligging aan de drukke vaarroute in de Straat van Malakka, en de grote haven vormde Penang een aantrekkelijke produktiebasis voor de industrie. De lage arbeidskosten maakten het eiland tot een alternatief voor verder ontwikkelde en veel duurdere plekken in Azië, zoals Hongkong en Singapore. De overeenkomst met deze twee concurrenten is overigens frappant: alle drie stonden ze eerder onder Britse leiding en worden ze grotendeels bevolkt door Chinese immigranten die ooit voor de industrie naar deze eilanden trokken.

Penang richtte zich van meet af aan vooral op de high-tech industrie en groeide zo de laatste jaren uit tot het Aziatisch centrum voor fabricage van computerchips en disk-drives. Naast lage kosten voor arbeid biedt de regering bedrijven belastingvoordelen en produktie en distributie in een speciale 'tax free'-zone. Vrijwel alle grote namen uit de industrie gingen overstag en hebben inmiddels een fabriek op het eiland neergezet. “Hewlett-Packard, IBM, Canon, Philips. We hebben hier alle grote spelers zitten. Penang is het Silicon Valley van Azië”, meldt Mahathir na afloop van een van zijn verkiezingstoespraken op het eiland nog maar eens aan de internationale pers. De premier is trots op zijn 'chief-minister' Koh, die door de oppositie door zijn brave verschijning (geen baardgroei, grote bril en keurige scheiding in het haar) de weinig flatteuze bijnaam 'nerd' (sukkel) heeft gekregen. Koh blijft er nuchter onder: “Politiek gaat hier op het scherpst van de snede. Net zo scherp als onze 'nasi kandar' ”, grapt hij.

Koh, zelf ook van Chinese origine, zegt zich zorgen te maken over de toekomst van het eiland als de oppositie hier de macht zou overnemen. “Dat zou een ramp zijn. Zij hebben absoluut geen verstand van economie”, vertelt hij. “Het is de afgelopen jaren hard gegaan hier. We moeten er op attent zijn dat de economie niet oververhit raakt. Het gaat er nu om de juiste maatregelen te nemen en ik vrees het ergste als dat door de oppositie gedaan moet worden”, vertelt Koh.

Met het uitspreken van zijn zorg over Penang's toekomst doet Koh meer dan campagne voeren. Na de indrukwekkende opmars ontdekt het eiland langzamerhand de grenzen aan de groei: er zijn te weinig goed opgeleide arbeidskrachten die aan de hoge wensen van de industrie op Penang kunnen voldoen. Om die reden zijn Koh en consorten begonnen met een volgende fase voor de economsche ontwikkeling van Penang door een speciaal trainings- en opleidingsprogramma op te zetten. Een paar jaar geleden al initieerde een aantal bedrijven onder leiding van het Amerikaanse Motorola de ontwikkeling van het Penang Skills Development Centre (PSDC) waarin laag opgeleid personeel wordt bijgeschoold om een stap hoger in de fabriek te kunnen werken.

Er is haast geboden bij Penang's aanpassingen aan de eisen van de industrie. Waar het eiland een concurrent vormt voor het duurdere Singapore of Hongkong, duiken nu al weer nieuwe, nog goedkopere produktiecentra op. China, Vietnam en India kunnen de positie van Penang makkelijk bedreigen. Koh's strategie voor het eiland is gericht op het lokken van nieuwe investeerders in nog hogere technologische industrie, zoals de biotechnologie. Daarnaast moeten de al aanwezige bedrijven opnieuw willen investeren. Penang heeft volgens de berekeningen van Koh de komende tien jaar circa 400 miljoen dollar aan nieuwe investeringen nodig om een gemiddelde jaarlijkse groei van zeven procent te bewerkstelligen. Eén ding, weet Koh, heeft hij in ieder geval mee: de automatisering in de high-tech industrie zet steeds verder door. “Daardoor neemt de behoefte aan arbeidskrachten af en kunnen wij ons probleem op dat vlak onder controle houden”, vertelt Koh.