Allure

DE EERSTE VERDACHTE wordt daadwerkelijk voorgeleid aan het VN-tribunaal voor de berechting van oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië in Den Haag. Dat is een mijlpaal in de geschiedenis van het internationale recht. Maar alle aandacht gaat uit naar de aankondiging van aanklager Goldstone dat een onderzoek is geopend naar de betrokkenheid van de leiders van de Bosnische Serviërs, Karadzic en generaal Mladic.

Op zichzelf was het onvermijdelijk dat dit zou gebeuren. Het Haagse tribunaal had weinig andere keus dan te beginnen met de lagere echelons en zo de bevelslijnen naar boven bloot te leggen. Staatshoofden en regeringsleiders kunnen aan hun functie geen immuniteit ontlenen. Opmerkelijk is natuurlijk wel het tijdstip van de aankondiging, juist nu de VN in het voormalige Joegoslavië weer eens in een lastig parket zitten. Dat wordt er niet beter op door een strafrechtelijk onderzoek tegen een der gesprekspartners aan te vangen.

De Bosnische Serviërs erkennen het tribunaal niet en het mandaat van de VN-vredestroepen in het gebied staat hun niet toe verdachten van oorlogsmisdaden te arresteren. Maar de landen waar de partijen bijeenkomen voor vredesonderhandelingen hebben die verplichting wèl en dat alleen al kan het toch al niet eenvoudige gesprek verder bemoeilijken.

De kans dat de twee aangemerkte leiders ook werkelijk voor het tribunaal zullen verschijnen is vooralsnog gering en het hof heeft niet de bevoegdheid een veroordeling bij verstek uit te spreken. Een officiële aanklacht plus een internationaal aanhoudingsbevel kunnen echter feitelijk dezelfde uitwerking hebben. Per slot van rekening is een verstek-vonnis ook niet definitief en heeft de betrokkene, als hij alsnog wordt opgepakt, in beginsel recht op herberechting.

AANKLAGER GOLDSTONE heeft er de nadruk op gelegd dat het hof geen boodschap kan hebben aan politieke overwegingen. Het is er voor het doen van recht. Absoluut is deze tegenstelling echter niet. Het tribunaal is per slot van rekening ingesteld door een politiek orgaan, de Veiligheidsraad. In het statuut voor het tribunaal heeft de Veiligheidstraad de mogelijkheid geopend dat het hof ook nà de beëindiging van de vijandelijkheden bevoegd blijft. Maar een amnestie als onderdeel van een vredesregeling is allerminst ondenkbaar.

Het verleden bevat - naast de vele gevallen waarin het recht gewoon de andere kant opkeek - tenminste één precedent van een bewuste ommekeer. Na de Eerste Wereldoorlog werd eerst bij verdrag besloten Turkse functionarissen te vervolgen wegens volkenmoord in Armenië en vervolgens werd hun bij verdrag amnestie verleend.

Het onderzoek tegen Karadzic en Mladic levert een lastig dilemma op: de verdachten zijn alleen te berechten door ze van achter de onderhandelingstafel te halen. Dat het tribunaal deze kwestie niet uit de weg gaat vergroot in elk geval zijn allure.