Affaire Riem

De officier van justitie in de affaire Riem wordt door NRC Handelsblad afgeschilderd als een dwaze drammer die slechts één versie van de feiten najaagt (20 april). De triomfantelijke toon in deze berichtgeving komt mij nogal eenzijdig voor. Een vonnis dat zo tegen het rechtsgevoel van de burger ingaat is een slechte zaak en een krachtige stimulans voor verdere corrumpering van met name het lokale bestuur.

Op de redenering van rechtbank valt m.i. wel wat af te dingen: zowel het feit dat de 120.000 gulden voor in feite non-existente werkzaamheden als een gift moet worden beschouwd, als de coulante behandeling van baggerbedrijf Dekker worden toegegeven, maar het verband daartussen is niet bewezen. Hoe moet ik dit nu begrijpen? Ik ga naar de Mensenvriend, geef hem vijf gulden en krijg een pak koffie. Heb ik die koffie gekocht? Welnee: ik geef Albert dat geld omdat ik zo'n bewondering heb voor zijn visie. Dat pak koffie was hij toch al van plan mij te geven: dat blijkt immers wel uit het feit dat ik die koffie al in mijn karretje had vóór ik die vijf gulden betaalde.