Winnaar World Press Photo 1994 fotograaf James Nachtwey; 'Eigenlijk maak ik anti-oorlogsfoto's'

De Amerikaanse fotograaf James Nachtwey ontvangt morgenavond als winnaar van de World Press Photo 1994 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam uit handen van premier Kok de Golden Eye Trophee en een bedrag van 15.000 gulden voor de foto die hij in juli vorig jaar maakte in Rwanda van het door littekens geteisterde gezicht van een Hutu-man.

World Press Photo, t/m 16 juni, Nieuwe Kerk, Amsterdam. Bij de solo-tentoonstelling van James Nachtwey die deel uitmaakt van de WP-expositie verschijnt een speciale catalogus op groot formaat, 15 gulden.

AMSTERDAM, 24 APRIL. De winnaar van de World Press Photo 1994 beantwoordt allerminst aan het beeld van de harde fotojournalist. James Nachtwey is tenger, op het breekbare af. Hij praat met zachte stem, onderwijl voortdurend het grijzende haar uit zijn ogen vegend. Een bedachtzame, bescheiden man.

Uit bijna 30.000 World Press Photo-inzendingen werd zijn foto van de gehavende Hutu verkozen als dè nieuwsfoto van 1994.

Een simpele foto zegt Nachtwey, die zeer verrast was door de uitverkiezing. “Een portret en profil, gemaakt tegen een lichte achtergrond. Niet het soort foto vol drama en actie dat je associeert met World Press.”

“Rwanda was het ergste dat ik ooit heb meegemaakt. Het tart elk voorstellingsvermogen. Er werd gemoord op elke straathoek, in elk dorp, overal. Niet op afstand met tanks of kannonen, maar oog in oog. Het had bijna bijbelse proporties. Als er een wrekende god bestaat dan heeft hij huisgehouden in dat land.”

Drie weken duurde zijn verblijf daar. De werkomstandigheden voor fotografen en journalisten waren er ongekend moeilijk. “Zowel de Hutu's als de Tutsi's hielden iedereen stelselmatig op afstand. Op eigen initiatief iets ondernemen was spelen met de dood.”

De winnende foto maakte hij in een Rode-Kruispost waar de weinige overlevenden uit een 'death camp' werden opgevangen. “De man was bewerkt met kapmessen door Hutu's uit een van de Interahamwe-milities op verdenking van sympathieën met de Tutsi's. Hij was te zwak om te lopen, te drinken of te eten. De blik in zijn ogen is met geen woorden te beschrijven.”

Misschien dat het daarom een goede foto is, zegt Nachtwey na een lange stilte. “Je ziet eerst de buitenkant, die littekens. Maar als je langer kijkt, daal je via zijn ogen af naar binnen. De echte littekens zitten daar.”

Ook in 1993 won Nachtwey de hoogste World Press-onderscheiding, toen met zijn foto van een Somalische moeder die haar door de honger gestorven kind ten grave draagt. Daarnaast werd hij in Amerika vijf keer uitgeroepen tot Magazine Photographer of the Year en won drie maal de Capa Gold Medal.

Nachtwey noemt de onderscheidingen een geweldige stimulans. “Ik wil foto's maken die een emotionele impact hebben. Mensen moeten er bij stilstaan temidden van de dagelijkse overvloed aan beelden. De onderscheidingen zijn het bewijs dat ik in die opzet slaag. Ze maken dat ik kan doorgaan. Want als je dit werk doet vanwege de spanning of het avontuur dan hou je het niet lang vol.”

Maar het blijft merkwaardig dat iedereen het nog altijd oorlogsfotografie noemt, zegt Nachtwey: “Eigenlijk maak ik anti-oorlogsfoto's.”

Nachtwey (New York, 1948) studeerde politicologie en kunstgeschiedenis. Met fotografie kwam hij in aanraking tijdens de protesten tegen de Vietnam-oorlog. “In die tijd was fotograferen bijna een revolutionaire daad. Meer nog dan de televisiebeelden ontmaskerden de foto's de leugens van de politici. Die ontdekking deed me besluiten oorlogsfotograaf te worden.”

Hij was freelancer voor het weekblad Time, werkte als staffotograaf voor een krant in New Mexico en sloot zich in 1980 aan bij het agentschap Black Star. In 1989 werd hij volwaardig lid van het agentschap Magnum. Zijn eerste oorlogservaringen deed hij in 1981 op in Noord-Ierland. Daarna volgden Nicaragua, Guatemala, El Salvador, Sri Lanka, Libanon, Roemenië, Zuid-Afrika, Rwanda, Tsetsjenië - het leest als een register van de ellende.

Waar hij ook is, telkens geeft Nachtwey blijk van een bijzonder vermogen foto's te maken met een grote symbolische kracht. Beelden als die van de gewonde soldaat die, de armen gespreid als hing hij aan een kruis, uit het oerwoud wordt gedragen door zijn strijdmakkers (Nicaragua, 1984) of van het kind dat koprollen maakt rond de loop van een kapotgeschoten tank (Manuagua, 1983) zijn allesbehalve willekeurige foto's uit een oorlogsgebied.