'Wilde' kat, plaag voor eiland

TERSCHELLING, 24 APRIL. De lieve huispoes die door de boze, akelige jager wordt doodgeschoten. Tegen dat vooroordeel moeten de jagers op Terschelling opboksen, meent voorzitter J. Smit van de Wilbeheereenheid op het eiland. Hij maakt zich grote zorgen over ongeveer zevenhonderd verwilderde huiskatten die de vogelstand ernstig bedreigen. De katten, die in de duinen en polders leven, roven broedende en jonge tureluurs, scholeksters, watersnippen, lepelaars en blauwe kiekendieven. Ook de in Nederland zeldzame Noorse veldspitsmuis, alsmede konijnen en fazanten staan op het menu van de katten, stelt Smit.

De Wildbeheereenheid op het eiland pleit voor meer vallen waarmee de katten gevangen en vervolgens afgeschoten kunnen worden. De verwilderde katten zijn volgens hem al enkele jaren een probleem op het eiland. De roofdiertjes zijn afkomstig van eilanders die hun huisdier 's nachts niet binnenhouden. Poeslief gaat vervolgens op stap en keert in veel gevallen niet terug. Ook door toeristen achtergelaten huisdieren trekken de natuurgebieden in. Smit stelt dat uit onderzoek is gebleken dat één verwilderde kat dagelijks minstens één vogel of dier moet verorberen om te kunnen overleven. “Stel dat er vijfhonderd katten leven, keer 360 dagen. Elimineer je er tweehonderd, dan red je driehonderd vogels per dag.”

De wildbeheereenheid heeft nu 25 vallen, maar wil dit aantal vertienvoudigen. Ook lichtbakken - sterke lampen waarmee de jager 's nachts in de katteogen schijnt en het dier gemakkelijk kan afschieten - zijn wenselijk, vindt Smit. Hij hoopt dat er samen met de Vogelwacht iets geregeld kan worden. Het probleem is, zo verklaart hij, dat veel mensen begaan zijn met het individuele dier. “Ze vinden het sneu dat de dieren gedood worden, terwijl wij de katten als een schadelijke populatie beschouwen die hier niet thuis hoort.” Hij spreekt tegen dat de jagers in de kat een medejager, dus concurrent zien. “Er zijn tienduizend konijnen op het eiland. Als de katten er duizend wegvangen merken wij dat niet.” Staatsbosbeheer vindt de grote kattenpopulatie eveneens zorgelijk. In het voorjaar zet SBB enkele tientallen vallen uit op het oostelijk gelegen natuurreservaat De Boschplaat, waar ongeveer 150 katten leven. Jaarlijks worden daar vijftig katten gevangen, om zo de lepelaarskolonie meer lucht te geven. F. Zwart van Staatsbosbeheer denkt overigens dat het aantal katten minder is dan de jagers beweren. “Het gaat om ongeveer drie- tot vierhonderd. Van een plaag is geen sprake, al moeten we wel alert blijven.” De enige oplossing voor het “wilde kattenprobleem” ligt in preventie, aldus Smit. “Eilandbewoners moeten hun poezen 's nachts binnenhouden, zodat het dier niet op jacht kan gaan.”