VVD: extra eis voor deelname aan VN-operatie

DEN HAAG, 24 APRIL. Nederland moet alleen aan VN-vredesoperaties meedoen als het ook bij de politieke en militaire besluitvorming wordt betrokken.

Het feit dat Nederland wel een grote bijdrage levert in Bosnië, maar niet is betrokken bij de Contactgroep die vrede probeert te bewerkstelligen tussen de strijdende partijen, moet een les zijn.

Dat zei VVD-leider Bolkestein zaterdagmiddag aan het eind van een bijeenkomst van zijn partij over toekomstig defensiebeleid. VVD-minister Voorhoeve (defensie) was het niet met Bolkestein eens. Hij pleitte er wel voor dat troepenleverende landen in een speciaal beraad van de Verenigde Naties kunnen meepraten over militaire en politieke strategie. Volgens Voorhoeve hoeft Nederland helemaal niet rouwig te zijn dat het geen lid is van de Contactgroep over Bosnië. Als gevolg van interne verdeeldheid heeft die groep volgens Voorhoeve tot op heden niets tot stand weten te brengen.

Volgens Bolkestein kan niet elk beroep op uitzending van troepen zonder meer worden gehonoreerd. De inzet van de Nederlandse krijgsmacht moet het nationale belang dienen. Daarnaast merkte Bolkestein op dat de middelen beperkt zijn. De kosten voor het bestrijden van risico's die de samenleving bedreigen kunnen niet langer door één departement gedragen worden.

Volgens de VVD-partijleider moet de NAVO terughoudender worden met het opnemen van nieuwe leden. De huidige zestien lidstaten zouden zich volgens Bolkestein eerst af moeten vragen of ze de verplichtingen en risico's van nieuwe leden op zich durven te nemen. De VVD wil een nationaal debat voordat politici over uitbreiding beslissen.

Bolkestein keerde zich tegen de opvatting van de regering dat een Europees veiligheidsbeleid communautair tot stand moet komen, dus met inschakeling van de Europese Commissie en het Europese parlement. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zullen hun buitenlandse politiek nooit door Brussel laten bepalen. Voortzetting van de huidige intergouvernementele besluitvorming ligt volgens Bolkestein het meest voor de hand.

De Westeuropese Unie (WEU) kan in 1998, bij de herziening van het verdrag over het politieke en militaire samenwerkingsverband tussen tien Westeuropese staten, worden opgeheven. De WEU kan onderdeel worden van de tweede pijler van het verdrag van Maastricht, waarin wordt gewerkt aan een gezamenlijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.