Springdance festival teert op oude roem

Springdance festival. Voorstellingen, gezien tussen 20 en 24/4 op diverse lokaties in Utrecht. Verder: 26 t/m 28/4 Amsterdam. Tournee: t/m okt.

Het programma van het dansfestival Springdance dat momenteel in Utrecht gehouden wordt en waarvoor Kees Eijrond en Matti Austen verantwoordelijk zijn, is dit jaar weliswaar omvangrijk, maar niet sterk. Het festival teert teveel op oude roem. Naast dansprodukties voor jong en oud worden er dansfilms vertoont, kan je een dansvideo-installatie bezichtigen, een lezing of concert bijwonen en een fototentoonstellingbezoeken.

De openingsvoorstelling Prémonitions van de Groupe Emile Dubois werd aangekondigd als een 'grote internationale klapper'. Maar door zijn langdradigheid werd die eerder een afknapper. Springdance presenteert het Franse gezelschap voor de vierde keer. Dit gebeurt, omdat de choreograaf Jean Claude Gallotta het bewegingstheater heeft verlaten en met Prémonitions teruggrijpt naar vroeger werk, zoals het meer dansante Ulyssé (1981) waarvaneen herziene versie vorig jaar nog te zien was in Rotterdam. Uit Gallotta's jongste ballet spreekt echter geen nieuwe visie.

Met Prémonitions (voorgevoelens, voorkennis) wil Galotta een mengsel brouwen van: 'tederheid en gevaar, als een ram die zijn horens aan de bloemen veegt'. Zo laat hij tijdens een elegant duet een danser aan zijn partner vragen: 'waar wil je sterven, daar of daar?' Ook is er een sleets filmpje over het doodknuppelen van miljoenen konijnen in Australië. Maar het gaat bij Galotta niet over het uitroeien van het kwaad (een konijnenplaag) of over het doden van onschuldige wezens. Hij verdedigt de natuur niet, is niet anti-oorlog of tegen wat dan ook. Hij geeft slechts een poëtische, theatrale impressie over verdwijnende beschavingen.

De thema's leven en dood, macht en machteloosheid vormen de basis van Corps/Etranger van Désirée Delauney en Marcelo Evelin. Zij vonden inspiratie voor hun twee uur durend bewegingstheaterstuk in het apocriefe verhaal van Judith en Holofernes. Hierin verleidt de joodse weduwe de vijandelijke legeraanvoerder om haar volk te redden door hem te doden. De geschiedenis wordt twee maal verteld. Eerst speelt Delauney Judith en Evelin Holofernue, daarna wisselen zij van rol. Delauney brengt Judith als een non, die van hoger hand een opdracht krijgt. Zij buigt zich in devotie, spreidt zichals een kruis op de grond uit, pompt zich op met (heilige) geesten volbrengt de uiterst vervelende taak. Na de pauze geeft zij als Holofernes in een lange, schitterende scène de waanzin van de oorlog weer met teksten uit War and Pieces van Edward Bond. Zij grauwt, brult en krijst tot zij klaar komt op de restanten van de verslagenen. Het is bijna onverdraaglijk om naar haar te kijken, want zij kerft je emoties aan repen.

Evelin speelt zijn rol van Holofernes als een operette-kolonel in een hagelwit uniform met ogen als dollartekens. Een egoïstische macho, die zijn mannelijkheid bewijst met het zwaard. Als Judith is hij echter weer super verleidelijk en erotisch. Die vrouwenkleren (ontwerp Alberto Cortes) kan hij daarbij best missen.

Beide dansers/choreografen zijn sterke toneelpersoonlijkheden. Hun bedoelingen zijn helder, maar met de uitwerking van de ideeën ging iets fout. Corps/Etranger is een interessante mislukking.De voorstelling heeft een daadkrachtig dramaturgisch ingrijpen nodig. Het mes moet erin, al zal die ingreep bloed en tranen kosten.

Pure dans brengt de Canadese choreografe Danièle Desnoyers en vijf goed geproportioneerde en redelijk getrainde danseressen opeen boeiende muziekcompositie van Gaébé tan Leboeuf. In Du souffle de sa tourmente, j'ai vu verbindt Desnoyers de romantiek met de hedendaagse zakelijkheid. Haar dansstuk is niet echt opwindend, maar eerlijk.