Rentestijging halveert resultaat Centrale Bank

AMSTERDAM, 24 APRIL. Honderdzesenveertig dikbedrukte pagina's wijdt De Nederlandsche Bank in het verslag over 1994 aan de buitenwereld: monetaire ontwikkelingen op wereldschaal en in Europa, het betalingsverkeer, de toestand en vooruitzichten van de Nederlandse economie mogen rekenen op uitgebreide belangstelling en gedetailleerd commentaar van de Bank. Zo ook het financiële reilen en zeilen van de commerciële banksector en - uiteraard - de Staat.

Aan de eigen resultaten besteedt de Bank slechts een tiende van het eigen verslag, terwijl juist over 1994 voor meer informatie over het bedrijf De Nederlandsche Bank N.V. meer dan voldoende reden is: de resultaten zijn meer dan gehalveerd.

De winst van de Bank ging omlaag van 2.787 miljoen gulden in 1993 tot 1.250 miljoen gulden vorig jaar. De afdracht aan de Staat is navenant gedaald, van 2.681 miljoen gulden naar 1.141 miljoen gulden in 1994. Het verschil in inkomsten voor de overheid is fors. De verminderde afdracht van de Bank aan 's lands schatkist staat gelijk aan rond een kwart procent van het bruto binnenlands produkt, ofwel een achtste van het financieringstekort van het Rijk per eind vorig jaar.

Uit de toelichting blijkt dat de ongekend scherpe stijging van de kapitaalmarktrente, die 1994 voor beleggers een rampjaar maakte, ook De Nederlandsche Bank zelf niet onberoerd heeft gelaten. Als de kapitaalmarktrente stijgt dalen de koersen van obligaties en ander schuldpapier navenant. De grote klap viel voor De Nederlandsche Bank dan ook bij de waardeverliezen die moesten worden genomen bij de verkoop van waardepapieren, met name in Duitse marken. Dat is volgens de Bank de belangrijkste oorzaak van de daling van de post “rentebaten” op de winst- en verliesrekening, waarin de bulk van de inkomsten is ondergebracht, van 4.066 miljoen gulden naar 2.517 miljoen gulden. Het verschil is des te groter omdat 1993 door de rentedaling juist uitstekende resultaten bracht. Ook de bescheidener post “opbrengsten van beleggingen van kapitaal en reserves”, die nergens wordt toegelicht, daalde in 1994 met een vijfde tot 205 miljoen gulden.

Duisenberg maakte vanmorgen weinig woorden vuil aan de winstval van de Bank. Hoewel een van de taken van de centrale bank is de deviezenreserves van de Staat zo goed mogelijk te beheren, is de functie van winst bij de Bank niet dezelfde als die van de handelsbanken en beleggers, die ook forse verliezen op de eigen portefeuilles moesten incasseren. “Bovendien staat tegenover de resultaten van vorig jaar een exorbitant hoge winst in 1993.” Een troost is dat ook de grote Duitse zus, de Bundesbank, de winst zag afnemen van 18 miljard mark naar 10,9 miljard mark. Maar die weet de winstval vorige week grotendeels aan teruggelopen activiteiten in het verkeer met de commerciële banksector. “Het verschil met de Bundesbank is”, aldus Duisenberg, “dat wij onze deviezen voor een groot deel aanhouden in de munt waarin de Bundesbank dat niet doet: de Duitse mark”.

De voornaamste externe oorzaak van de winstdaling, de scherpe stijging van de kapitaalmarktrente in 1994 (met 2,3 procent tot 7,8 procent eind 1994) ziet De Nederlandsche Bank als een correctie van de te lage inschatting van de economische groei en te optimistische verwachtingen over de inflatie, waarmee beleggers het jaar ingingen. In de eerste vier maanden van dit jaar is de kapitaalmarktrente overigens weer gezakt naar 7,2 procent.

Veel fondsmanagers trokken begin dit jaar het boetekleed aan, omdat zij de rentestijging van 1994 aanvankelijk - en naar later bleek ten onrechte - beschouwden als een tijdelijke zaak. Zij hadden eerder moeten overgaan op een verkorting van de looptijd van hun obligatieportefeuilles, want hoe korter de looptijd, hoe minder sterk de koersfluctuaties en hoe beperkter het verlies. Duisenberg toonde zich niet ontvankelijk voor dergelijke kritiek en trok de resultaten van zijn bank ironiserend in de haat-liefdeverhouding die relatie tussen centrale banken en de financiële markten kenmerkt. “Ik geloof niet dat wij fouten hebben gemaakt. De fout lag bij de markt.”