Nieuwe passage oase in Apeldoornse woestenij

Gebouw: de Oranjerie. Winkelcentrum met woningen, parkeergarage, fietsenstalling in Apeldoorn. Architect: Niek van Vugt (bureau Ellerman Lucas Van Vugt). Opdrachtgever: Maatschappij voor Bedrijfsobjecten. Ontwerp: 1992. Uitvoering: 1994.

Winkelstraten geven in Nederland meestal weinig reden tot vreugde. In bijna alle steden treft men dezelfde winkels aan: een HEMA, een BRUNA, een Free Record Shop, een Blokker, een Kruidvat en al die andere ketenwinkels. En, wat erger is, ze zijn onveranderlijk ondergebracht in panden met lelijke puien en al even lelijke lichtbakken die winkelstraten vaak een mottig uiterlijk geven.

In Apeldoorn is het niet anders: ook daar bestaat het winkelgebied uit een droevig stemmende aaneenschakeling van weer diezelfde winkels in weer diezelfde panden. Maar er is hoop. Sinds eind 1994 staat er midden in het Apeldoornse winkelgebied het winkelcentrum de Oranjerie. Het is een oase temidden van de Apeldoornse woestenij, die laat zien dat niet alles wat projectontwikkelaars, in dit geval de Maatschappij van Bedrijfsobjecten (MBO), onder handen nemen uitloopt op middelmatigheid.

De architect van de Oranjerie, Niek van Vugt, heeft een grote drie-armige passage met glazen dak neergezet op het binnenterrein van het blok dat wordt omsloten door de Hoofdstraat, Brinklaan, Mariastraat en Nieuwstraat. Een goede keuze, want al is de passage een bouwtype dat vooral in het negentiende-eeuwse Parijs furore maakte, als oplossing voor een winkelcentrum is het nog steeds onovertroffen.

Het volgen van het passagemodel is natuurlijk nog geen garantie voor een geslaagd winkelcentrum. Dat laat de al oudere passage zien die recht tegenover de Mariastraat tegenover de Oranjerie staat. Deze passage is weliswaar geheel volgens de regels gemaakt, maar heeft door de grove uitvoering dezelfde deprimerende uitwerking als de rest van het Apeldoornse winkelgebied. De Oranjerie heeft die zeker niet.

Van Vugt heeft uitgebreid gevarieerd op de klassieke drie-armige passage met glazen dak en koepel. Een van de drie armen, die naar de Nieuwstraat, is zo breed, dat het meer het karakter van een orangerie heeft, ook al een eeuwenoud gebouwentype waarnaar de als bomen vermomde daksteunen verwijzen. De twee andere armen zijn wel echte passages, maar ook hier is afgeweken van het gebruikelijke tunneltype. Wie van de Hoofdstraat de Oranjerie binnengaat, komt eerst in een voorportaal dat van boven wordt verlicht door een kegelvormige lichtkoepel die van buiten is bedekt met koper en van binnen is beschilderd door Jaap Hillenius. Daarachter ligt de eigenlijke passage met over twee verdiepingen winkels, die uitkomt op het ruime binnenplein. Via een hellingbaan komt men vervolgens in de tweede arm die weer wordt afgesloten door een ruimte met een lichtkoepel en ten slotte uitkomt op trappen en een hellingbaan in de Mariastraat.

Het binnenplein vormt het centrum van de Oranjerie en is verlevendigd met allerlei spektakelstukken. Een houten hangbrug, die associaties oproept met tropische avonturen, verbindt de bovenliggende etages met elkaar, de lift die onder meer naar de onderliggende parkeergarages voert, zit in een glazen cilinder waarlangs water stroomt en de wanden langs de om de cilinder wentelende trap zijn van glimmend koper.

Niet alles is even goed gelukt aan de Oranjerie. Hier en daar is het aantal aan het deconstructivisme ontleende schuine vormen wel erg groot, zodat de architect moet worden verdacht van modieuze gemakzucht. Maar daarover moet niet teveel worden gezeurd, want er staat veel tegenover. Het gebeurt tenslotte niet vaak dat de straatgevels van een Nederlandse winkel worden bekleed met zacht oranje kalksteen en dat de glazen façades niet zijn voorzien van dikke aluminium raamprofielen, maar opgehangen aan dunnne stalen balkjes aan de binnenkant, zodat het glas één elegant geheel vormt. Zelden is er zoveel zorg besteed aan een winkelcentrum in Nederland, van de speciaal ontworpen lantaarnpaaltjes tot de vloer die hier en daar is ingelegd met matglazen vlakken. Dit soort dingen, maar vooral de afwisselende passageruimtes, zorgen ervoor dat de Oranjerie geen oord is geworden dat men na gedane boodschappen weer zo snel mogelijk verlaat.