Mauro Gianetti en de gerechtigheid zegevieren in de Amstel Goldrace; Het kanton Ticino heeft weer een held

MAASTRICHT, 24 APRIL. Ciao, zo begint hij op zijn antwoordapparaat. Vervolgens vraagt Mauro Gianetti beleefd of de beller zijn boodschap na de piep wil inspreken. Het is zondagmiddag, precies een etmaal nadat de Zwitser op de Maasboulevard in Maastricht de Amstel Goldrace heeft gewonnen. De renner is nog niet thuis, hetgeen in Riazzino wordt bevestigd. Via de telefoon zegt burgemeester Pierino Tomatis van het dorpje dat weliswaar “zeer te betreuren”, maar hij toont er ook alle begrip voor. “Mauro heeft vandaag sportieve verplichtingen. De dag dat hij zijn gezicht hier weer laat zien, organiseren we een big party. Reken maar. Net als een week geleden.”

Luik, de zestiende april, tegen vijf uur: tot ieders verbazing springt de vrij onbekende Gianetti in de finale van Luik-Bastenaken-Luik met succes weg van zijn befaamde concurrenten Gianni Bugno, Michele Bartoli en de onverslaanbaar geachte Laurent Jalabert. 's Avonds landt hij op het vliegveld Malpensa bij Milaan, zonder bagage en zonder fiets. Een duizendtal supporters, vol enthousiasme en vol bier, is uit het naburige zuiden van Zwitserland overgekomen om hem in te halen, te bejubelen. Het kanton Ticino heeft weer een held. Alle kerkklokken luiden in de vallei van de Vedeggio, tussen Lugano en Bellinzona. Dat laatste is pas twee keer eerder gebeurd, meldt de Franse sportkrant L'Equipe afgelopen dinsdag. In 1970, toen de autocoureur Clay Regazzoni in Monza zijn eerste zege in de Formule I haalde, en elf jaar geleden ter ere van Michela Figini, olympisch kampioen op de reuzeslalom en de afdaling.

Regazzoni, Figini, Gianetti: “Het zijn drie grote kampioenen uit onze regio. Toch heb ik de meeste bewondering voor mijn dorpsgenoot, voor Gianetti”, vertelt burgemeester Tomatis. “Mauro is zo eenvoudig. En geduldig. Mijn god, wat heeft hij lang op het grote succes moeten wachten.”

Als jochie was de thans 31-jarige Gianetti al een talent. De televisie van Ticino haalt zaterdagavond wederom herinneringen op aan het begin van diens carrière: de twaalf lentes tellende Gianetti was bevriend geraakt met een dertigjarige buschauffeur, die 's zondags nog wel eens aan een koersje voor recreanten meedeed. Op zekere dag wachtte Gianetti - hij had de fiets van zijn moeder geleend - zijn makker op aan de voet van een berg. “Wie het eerste boven is, heeft gewonnen”, riepen ze elkaar toe. Gianetti bereikte de top twee minuten vóór zijn rivaal. Die stapte meteen naar de ouders van het ventje. “Of u koopt een racefiets voor die jongen en vraagt een licentie aan, of ik ga me ermee bemoeien.”

Na een amateurloopbaan met pieken en dalen wordt Gianetti in 1986 prof, bij het Zwitserse Cilo. Het jaar daarna verdedigt hij de kleuren van het Italiaanse Paini. In 1988 treedt hij in dienst van Weinmann, waar Paul Köchli de scepter zwaait. Gianetti is vol lof voor Köchli. “Hij heeft me leren trainen, leep gemaakt, goede eetgewoonten bijgebracht”, zegt Gianetti zaterdag na zijn zege in de Amstel Goldrace. “Paul heeft de muren gebouwd, waarop mijn loopbaan steunt.” Vanuit Sonvilier in Zwitserland meldt Köchli: “Gianetti is eind '91 bij mijn ploeg weggekocht door Festina. Hij bezweek voor het grote geld, dat hij trouwens nog voor een deel moet krijgen. De processen lopen nog. In Spanje is hij jammer genoeg twee jaar stil blijven staan. Dat hij capaciteiten heeft, bewees hij in '90 toen hij Milaan-Turijn en de Coppa Placi won. Eerder was hij het sterkste in een rit van de Ronde van Engeland. Van Gianetti gaan we nog horen. Nee, niet als allrounder - hij kan niet tijdrijden.”

In het seizoen '94 komt Gianetti, overgestapt naar Mapei, veel ongemak tegen. Hij heeft eerst maagklachten en hij zit niet lekker op de fiets. “Bij een topploeg als Mapei ben je snel toeschouwer als je ziek bent”, vertelt hij de pers in de kantine van het bedrijf Enci. Nadat een specialist zijn verschoven bekken recht zet, gaat het weer beter. Hij verhuist in januari naar Polti. Het sportblad Sport Zürich omschrijft Gianetti afgelopen week als volgt: 'Ein miserabeler Prophet, aber ein guter Taktiker'. De krant heeft gelijk. De Zwitser bewijst het: eerst in de Waalse Pijl, waar hij vijfde wordt, nadat hij door een te laag vliegende helicopter zowat van de weg werd geblazen. Vervolgens in Luik-Bastenaken-Luik, waar hij slim profiteert van onenigheid tussen Bugno, Bartoli en Jalabert. En zaterdag in de Amstel Goldrace. De Zwitser maakt in de slotfase deel uit van een kopgroep van zeven, die door Maurizio Fondriest onder vuur wordt genomen. Met uiterste inspanningen blijven twee goed rekenende vluchters uit de greep van de oud-wereldkampioen: Gianetti en Davide Cassani, de ouwe geslepen Italiaan.

Cassani laat al het kopwerk over aan Gianetti. Kort voor de finish op de Maasboulevard doet de veteraan een uitval, die Gianetti bijna fataal wordt. Met veel geploeter en geruk aan het stuur slaagt de Zwitser erin zijn stilvallende concurrent op de laatste meters nog te passeren. Gianetti en de gerechtigheid zegevieren. Na zijn triomf in Luik-Bastenaken-Luik kwam hij de perszaal nog blozend binnen, aan de hand van Tourbaas Jean-Marie Leblanc.

In Maastricht is hij al een stuk zelfbewuster. Als een kampioen doet hij verhaal van zijn ervaringen in Nederlands enige klassieker. Na honderdtwintig kilometer was hij bij een wegversmalling gevallen en had hij even gedacht dat hij zijn kansen geheel kon vergeten. Aan het einde voelde hij zich best lekker: niemand minder dan Fondriest had hij weerstaan. Ze zouden trots op hem zijn, thuis in Riazzino, dacht hij. Nou, reken maar. Hij straalt. Burgemeester Tomatis voorspelt dat de huldiging het feest na Luik-Bastenaken-Luik zal overtreffen.