Magenta

William Henry Perkin (1838-1907) was pas vijftien toen hij in 1853 in Londen scheikunde ging studeren. Twee jaar later werd hij assistent van de Duitse scheikundige August Wilhelm von Hofmann (1818-1892), die toen al geruime tijd in Engeland verbleef. Hofmann hield zich onder andere bezig met onderzoek naar kinine.

Kort nadat Perkin aan de universiteit was ingeschreven, richtte hij thuis, op zijn kamer, een eenvoudig laboratorium in. Daar deed hij samen met een vriendje scheikundige proeven.

In de paasvakantie van 1856 probeerde Perkin aniline om te zetten in kinine, een idee dat hem door Hofmann aan de hand was gedaan. Dat mislukte, maar de proef leverde wel een vies, donker goedje op. Toen Perkin dit nader onderzocht, bleek het een sterke, paarsblauwe kleurstof te zijn. Perkin slaagde erin deze te isoleren. Hij noemde de kleurstof aanvankelijk Aniline purple of Tyrian purple en later mauveïne.

Perkin bleek de eerste synthetische kleurstof te hebben ontdekt. Hij wist meteen munt uit zijn uitvinding te slaan. Al in 1857 opende hij nabij Londen een kleurstoffenfabriek. Zijn vader, die er aanvankelijk tegen was geweest dat zijn zoon scheikunde ging studeren, financierde de onderneming, hoewel Hofmann dit afraadde: hij vond Perkin, toen pas achttien, te jong en te onervaren. Later zou Hofmann trouwens goudgeld verdienen aan deze handel.

De uitvinding van synthetische kleurstof zorgde internationaal voor een sensatie: stoffen konden hiermee veel makkelijker worden gekleurd, en in nieuwe, helderder tinten. Wetenschappers in Engeland, Frankrijk en Duitsland stortten zich op deze markt en spoedig kwam de ene synthetische kleurstof na de andere in de handel, waaronder, in 1858, het rode fuchsine.

Terwijl dit speelde raakte Frankrijk in oorlog met Oostenrijk. De Oostenrijkers hadden indertijd meerdere bezittingen in Italië. De Italianen streefden naar onafhankelijkheid, en in een opwelling had de Franse keizer Napoleon III toegezegd Italië 'van de Alpen tot de Adriatische Zee' te zullen bevrijden van de Oostenrijkers.

De Oostenrijkers hadden al twee veldslagen van de Fransen verloren toen zij in de late avond van 3 juni 1859, na een lange dagmars, halthielden bij Magenta, een gehucht ten westen van Milaan, gelegen aan de Ticino.

Was het Oostenrijkse leger neergestreken op de linkeroever van de Ticino, de Fransen en Piemontezen hielden de rechteroever bezet, zonder dat ze dit van elkaar wisten. Toen dit in de vroege ochtend werd ontdekt, braken er eerst gevechten uit bij de bruggen over de rivier. Rond het middaguur concentreerde de strijd zich bij Magenta.

Aan Franse zijde stonden 54.000 soldaten te velde en aan Oostenrijkse zijde 58.000. Het was de Franse aanvoerder MacMahon (1808-1893) die met veel geluk de strijd besliste: zonder daartoe opdracht te hebben gekregen viel hij de Oostenrijkers op een gegeven moment in de rechterflank aan. Later ontving hij de titel hertog van Magenta.

De verliezen waren groot. Het aantal doden en gewonden aan Franse zijde bedroeg 4000 (plus 600 vermisten) en aan Oostenrijkse zijde 5700 (plus 4500 vermisten). Nog altijd is bij Magenta een knekelhuis te bezichtigen waarin de stoffelijke resten van 9000 doden zijn samengebracht.

Het slagveld bij Magenta zag rood van het bloed. Kort na deze slag werd in Engeland een nieuwe, donkerrode fuchsineverbinding op de markt gebracht, die Magenta red werd genoemd. Het patent op de chemische samenstelling hiervan werd op 11 augustus 1860 in Londen verleend aan een zekere R. Smith. Magenta red werd vrijwel meteen verkort tot magenta, een woord dat al in 1870 in het Nederlands opduikt.

De strijd tussen Frankrijk en Oostenrijk was met de slag bij Magenta niet beslist. Twintig dagen later volgde, bij het dorpje Solferino, een nog heviger treffen dat het slagveld nog dieper rood kleurde. Deze slag gaf niet alleen aanleiding tot de kleurnaam solferino, maar door de toevallige aanwezigheid van Henri Dunant ook tot de oprichting van het Rode Kruis. Dat is echter een ander verhaal.