Laag btw-tarief voor musea, theater en bios

DEN HAAG, 24 APRIL. Vanaf 1 januari 1996 zullen de toegangstarieven voor voorstellingen van podiumkunsten, musea met wisselende tentoonstellingen, bioscoop en theater niet langer onder het algemene btw-tarief van 17,5 procent, maar onder het verlaagde tarief van 6 procent vallen. Dat heeft het kabinet op 31 maart besloten en het besluit wordt nu op de ministeries van cultuur en financiën uitgewerkt. Met de btw-verlaging in de “eerste categorie”, de zwaar gesubsieerde podiumkunsten en musea, is circa acht miljoen gulden per jaar gemoeid. Uitbreiding tot bioscopen vergt nog eens 18 miljoen gulden. In totaal dus 26 miljoen gulden, een bedrag dat de afgesproken bezuiniging op de cultuursubsidies van het regeerakkoord vrijwel ongedaan maakt. Op cultuur wordt in 1998 88 miljoen bezuinigd, waar 60 miljoen aan nieuwe subsidies tegenover staat. Daar komt nu dus nog eens 26 miljoen bij. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat met name bioscopen hun tarieven niet verlagen. Het geld is hard nodig voor investeringen in deze sector die het economisch tegenzit. Staatssecretaris Nuis wil daarover met de sector afspraken maken. Dezelfde soort van afspraak zou gemaakt kunnen worden met de sector podiumkunsten. Staatssecretaris Vermeend vindt de dekking voor de btw-verlaging in zijn wetsvoorstel dat de btw-truc met terugwerkende kracht ongedaan maakt, en in heffing van overdrachtsbelasting bij economische eigendomsoverdracht. Dat levert per jaar 300 miljoen gulden op. Het geld is verder bestemd voor belastingmaatregelen die de economische structuur versterken en goed zijn voor de werkgelegenheid. Eerdere berichten dat van de 300 miljoen circa 80 miljoen bestemd zou zijn voor afschaffing van overdrachtsbelasting voor werknemers die een dichter bij het werk gelegen huis kopen, kloppen niet. Als het kabinet al hiertoe zou besluiten, moet het geld uit een andere pot komen. (ANP)