Hutu-kampen gezien als tijdbom

NAIROBI, 24 APRIL. Het RPA, het Rwandese regeringsleger, is de aartsvijand van de ontheemde Hutu's. “Dagelijks schelden we hier op ze, die jongens van dat andere ras blijken nooit te vertrouwen”, zei een bewoner van het kamp Kibeho in Zuidwest-Rwanda enkele weken geleden over de Tutsi-soldaten van het RPA. Kibeho werd het afgelopen weekeinde toneel van een slachtpartij door het RPA.

De bewoners erkenden toen dat zich misdadigers, betrokken bij de genocide van vorig jaar onder de Tutsi's, onder hen bevinden maar zelf ontkenden ze allen schuld. Allen waren ze ervan overtuigd te worden vermoord door het RPA als ze naar hun huizen zouden terugkeren. De angst in de Hutu-kampen had vormen van collectieve paranoia aangenomen. Inderdaad hadden er wraakacties plaats van Tutsi-burgers en RPA-soldaten tegen Hutu's. “Van een systematische campagne tegen terugkerende Hutu's is echter geen sprake”, aldus een VN-waarnemer die uitgebreid reist in het gebied.

Het plan om alle kampen voor ontheemde Hutu's in Zuidwest-Rwanda zo snel mogelijk te sluiten, werd al in in december door de regering in Kigali genomen. Aanvankelijk verbleven 1,5 miljoen Hutu's in de kampen, onder bescherming van Franse troepen die vorig jaar eenzijdig een veiligheidszone hadden gevestigd in dit deel van Rwanda. Honderdduizenden ontheemden verlieten Rwanda toen de Fransen na korte tijd weer opstapten. De Franse soldaten hielpen vorig jaar vóór hun vertrek verdachten van de genocide onder de Tutsi's ontsnappen naar Zaïre of naar de kampen voor ontheemden, aldus de commandant van het Ethiopische VN-contingent dat na het vertrek van de Fransen in het gebied controleert.

De kampen in Zuidwest-Rwanda waren het zegevierende Rwandese Patriottische Front (RPF), dat zich inmiddels het Rwandese Patriottische Leger(RPA) noemt, een doorn in het oog. Als officiële machthebber wil het RPA zijn autoriteit ook laten gelden in het zuidwesten. Het weigert daar een grote concentratie militante opposanten te tolereren. Er bevinden zich bovendien honderden moordenaars in de kampen, die plannen koesteren om het RPA opnieuw te vuur en te zwaard te bestrijden. “Ik ben er van overtuigd dat de meerderheid van de ontheemden in de kampen in Zuidwest-Rwanda schuldig is”, zei enkele weken geleden in Kigali het hoofd van een internationale mensenrechtenorganisatie die onderzoek doet naar de massamoorden van vorig jaar. Medewerkers van de VN hielden het op ongeveer een kwart van de kampbewoners bij wie bloed aan hun handen kleeft.

De afgelopen maanden traden RPA-soldaten met harde hand op tegen de Hutu-ontheemden om hen ertoe te dwingen terug te keren naar hun woningen, die vaak liggen op een afstand van niet meer dan één of twee dagen lopen. Het kamp Musangé bijvoorbeeld werd deels afgebrand en in andere kampen werd de voedseldistributie stopgezet. Enige tientallen kampbewoners kwamen bij deze RPA-acties om het leven. Een medische hulporganisatie wilde in Kibeho een dreigende epidemie van meningitis voorkomen, maar kreeg van de regering voor een intentingscampagne geen toestemming.

Voor het RPA speelde politieke motieven de hoofdrol: de kampen waren een tijdbom die ontmanteld diende te worden. De hulporganisaties hadden voornamelijk oog voor humanitaire principes: de ontheemden waren hongerig en ziek en daarom verstrekten zij hulp, ook aan de moordenaars. De VN in Rwanda bleken meer gevoelig voor de argumenten van de regering en steunden Operatie Retour, onder de voorwaarde dat deze zonder geweld uitgevoerd zou worden.

Operatie Retour liep uit op een mislukking. Tienduizenden ontheemden prefereerden de vluchtelingenstatus in Zaïre of Tanzania. Andere ontheemden bleven van het ene kamp naar het andere trekken in Zuidwest-Rwanda. Vooral vrouwen en kinderen keerden terug naar hun oorspronkelijke woonplaatsen maar velen van hen kwamen na enkele weken al weer terug. Sommige ontheemden ontwikkelden in toenemende mate activiteit van banditisme in de regio. Verbleven aan het begin van het jaar ongeveer 300.000 ontheemden in Zuidwest-Rwanda, nu zijn dat er nog steeds ruim 200.000. Het oorspronkelijke doel was dat rond deze tijd Operatie Retour zou zijn beëindigd en dat zich geen enkele ontheemde meer zou ophouden in het zuidwesten.

Nog vóór het RPF begin juli de macht overnam, bestond er binnen de beweging onenigheid wat te doen met de miljoenen Hutu's die direct of indirect deelnamen aan de poging alle Tutsi's af te slachten. Het RPF kwam een belofte aan de VN niet na om een bestand af te kondigen nog vóór het Rwandese regeringsleger de definitieve nekslag was toegebracht. De VN hoopten door zo'n bestand de Hutu-bevolking ervan te weerhouden mee te vluchten naar Zaïre met de al goeddeels verslagen regeringstroepen. Het RPF ging echter door met zijn offensief en dreef het leger het land uit. De Hutu-bevolking ging mee, deels onder dwang van regeringssoldaten, deels uit vrees voor wraak van de Tutsi-strijders van het RPF.

De gematigden in de door het RPF-gevormde regering - onder wie vele Hutu's - staan een politiek van verzoening voor met de onschuldigen onder de ballingen. Maar deze politiek werkt niet. Niet alleen kwamen de vluchtelingen niet in grote aantallen terug, honderden onder hen bereiden zich in hun ballingsoorden voor op nieuwe rondes van geweld tegen de Tutsi-minderheid. De hoop dat door een snelle berechting de hoofdschuldigen onder de Hutu's zouden worden aangewezen - waarna de onschuldige Hutu's zich vrij konden voelen terug te keren - kwam niet uit.

De haviken in de regering, die hard willen optreden tegen de Hutu's, en ongeduldige jonge RPA-soldaten, bij wie de moorden op hun families door Hutu's nog scherp op het netvlies staan, kregen de de overhand. Extra RPA-troepen werden naar de grens met Zaïre gestuurd, waar zij eerder deze maand volgens de VN 16 Hutu-burgers uit wraak executeerden. Internationale voedselkonvooien voor de Hutu-ballingen in Zaïre worden tegengehouden door het RPA bij de grens. De actie tegen de ontheemden in het zuidwesten afgelopen week bleek de volgende logische stap in deze nieuwe harde stellingname van de Rwandese regering.

De frustraties onder de RPA-militairen in Zuidwest-Rwanda waren hoog opgelopen na de mislukking van Operatie Retour. Wanhopige hulpverleners begonnen onmiddellijk na de omsingeling van Kibeho, dinsdag, te waarschuwen voor een humanitaire ramp. Het werd het meest barbaarse bloedbad sinds het einde van de genocide vorig jaar. De RPA-soldaten schoten zonder onderscheid, alsof er geen verschil bestaat tussen baby's en leden van Hutu-milities, op een soortgelijke wijze als vorig jaar Tutsi's werden afgeslacht. Hoewel er aanwijzingen bestaan van provocatie tegen het RPA, kan de gebeurtenis niet als een incident worden afgedaan. “Bij een incident vallen niet zomaar duizenden doden”, zei een hulpverlener in Kibeho gisteren.

“Als Kibeho door het RPA wordt gesloten, zal dit voor ons het ultieme bewijs vormen dat het RPA tegen de Hutu's is”, verkondigde in februari een bewoner van dit kamp. Het bewijs is voor de Hutu's door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen ongetwijfeld geleverd. De gevluchte Hutu's - alsof zij lijden aan collectief geheugenverlies - blijven de genocide onder de Tutsi's van vorig jaar ontkennen. Volgens hun versie van de werkelijkheid is het RPA erop uit alle Hutu's te elimineren. De Rwandese regering wakkert dit wantrouwen aan door de Hutu-vluchtelingen steeds meer op één hoop te gooien, om, zoals nu blijkt, vervolgens massaal het vuur om hen te openen. De kunstmatige scheiding tussen Hutu en Tutsi, die sinds een jaar de praktijk is in en rond Rwanda, neemt door dit soort tribale gewelddadigheden een steeds permanentere vorm aan.