EEN 141 METER HOGE MOORDENAAR

De Cauberg is de meest gevreesde beklimming van de Amstel Goldrace. Hij is een moordenaar, zeggen oudere Limburgers. Hij is een makkie, vertelt een jongetje van nog geen tien. Zojuist is hij onder luid applaus naar boven gereden. “Die kleine aap reed iedereen er af”, roept zijn trotse vader.

Onderaan de klim strijden de terrassen van eetcafé Amadeus, hotel Limburgia en cafetaria De Cauberg om de grootste toeristenstroom. Op het Grendelplein in Valkenburg is het drukker dan ooit. Dagjesmensen worden vergezeld door wielerfans. Wie geen patat eet, beklimt de beruchte heuvel. Het verschil zit hem niet in de felgekleurde trainingspakken. Valkenburg als graadmeter van de Nederlandse vrije-tijdscultuur. “Het kuuroord is een operette geworden”, schreef De Limburger in 1973.

Steeds meer toeschouwers nestelen zich in de warme voorjaarszon, wachtend op het peloton dat volgens de speaker elk moment voorbij kan fietsen. De omroeper meldt dat “de ingehaalde Belgische koploper Seigneur inmiddels de pijp aan de bekende Maarten heeft gegeven”. Hij praat de tijd vol met oeverloze informatie, maar de mensen langs de kant tonen weinig interesse. Ze willen zweet zien en spanning voelen. Hun lange wachten wordt beloond.

Als Rooks in vierde positie de Cauberg bestijgt, stoten ze elkaar vol bewondering aan. Abdoesjaparov heeft zichtbaar meer moeite met de klim. De Oezbeek met de turbodijen gaat kruipend omhoog, nog voor Duclos-Lassalle. De Franse veteraan passeert de top op bijna tien minuten van de leiders. Zijn late verschijning wordt aanvankelijk niet opgemerkt, zodat enkele recreanten hem danig in de wielen rijden.

De recreanten zijn uitgedost in professionele wielerkleding, vandaar wellicht de verwarring. Een gepensioneerde landmeter uit Sittard ziet de chaos met lede ogen aan. “Fietsen doe ik ook nog wel, maar ik hoor toch niet bij die verklede gekken. Ik hoef niet voor joker langs de weg te hangen. Doe maar gewoon.” De man discussieert met een kennis over de getipte favorieten. Intussen waarschuwt hij passanten voor een kinderachtige parkeerwachter, die boven op de Cauberg ongestoord zijn gang kan gaan. Met de regelmaat van de klok schuift hij de bonnen onder de ruitewissers. Goldrace of geen Goldrace.

De beklimming van de 141 meter hoge col is bijna anderhalve kilometer lang en heeft een gemiddeld stijgingspercentage van vijf, met uitschieters naar twaalf. De Cauberg kenmerkt zich door een geasfalteerde weg, fraai gelegen tussen oude huizen, hoge bomen en een oorlogsmonument. Iets onder de top ligt het moderne kuuroord Thermae 2000 en een vervallen camping, waar oudere dames het grasveld voor de stacaravan aanharken. Goldrace of geen Goldrace.

De egale weg van de Cauberg was in het verleden samengesteld uit stenen en kasseien. De oude stenen waren zodanig geplaveid dat de beklimming per fiets gemakkelijker werd. Andersom leverde de afdaling levensgevaarlijke taferelen op. “Als je naar beneden reed, was het net een knollentuin”, zegt de landmeter.

Het jubileumboek Velo Valkenburg en Historie Cauberg vermeldt een kenmerkende anecdote over de afdaling in 1942: 'Onder aan de heuvel gaat John Braspennincx keihard onderuit. De Brabander valt dwars door een winkelruit van een juwelier. Tot ieders verbazing veert hij op temidden van horloges, ringen en juwelen. De besmeurde renner zit onder het bloed, trekt glasscherven uit zijn benen en armen. Hij ziet dat zijn fiets zwaar gehavend is, maar een achterblijver staat spontaan zijn rijwiel af. Braspennincx springt op het zadel, achterhaalt de koploper en wordt voor de derde keer kampioen van Nederland.'

De ongelukken bleven niet beperkt tot fietsschade. De Cauberg heeft de twijfelachtige eer dat het eerste dodelijke Nederlandse auto-ongeluk juist in Valkenburg geschiedde. De Wassenaarse baron Van Asbeck vergat in 1901 op tijd te remmen toen hij de later afgebroken Maastrichter poort naderde. De edelman verloor de macht over zijn militaire voertuig en zou aan zijn verwondingen overlijden. De sportieve introductie van de Cauberg dateert van 1933, toen de Valkenburgse wielervereniging Vooruit werd opgericht. De plaatselijke coureurs konden de cyclistische uitdaging uiteraard niet negeren. Van locale bult kreeg de klim al gauw een regionaal, een nationaal en later zelfs een internationaal karakter. In 1992 vierde Valkenburg het voorlopige hoogtepunt. De Parel aan de Geul was de finishplaats van een Tour-etappe. De Cauberg stond aangekondigd als een col van de vierde categorie, waarmee de zwaarte van de beklimming aardig werd gerelativeerd.

Op landelijk niveau is de Cauberg altijd een dankbaar obstakel geweest. Olympia's Tour, de Profronde van Nederland en de Amstel Goldrace zijn er onlosmakelijk mee verbonden. Wegens organisatorische problemen wordt de klim niet meer opgenomen in het NK-parcours. Toen dat nog wel het geval was, moest hij binnen een paar uur soms vijftien keer worden beklommen. In 1953 werden er zaken gedaan bij de Cauberg. Althans volgens favoriet Wim van Est. De Lokomotief van St. Willebrord herinnert zich de titel te hebben verkocht aan Gerrit Schulte. “Schulte kwam naar me toe en bood me duizend piek. Hij wilde zijn carrière met iets moois afsluiten. Ik wil 2500 gulden hebben, zei ik. Anders doe ik het niet. Oude Schulte vermorzelt Van Est op de Cauberg, schreef de krant. Ik vergeet het nooit, want mijn vrouw was laaiend.”

Zowel in 1938 als in 1948 was Valkenburg doorkomstplaats van het wereldkampioenschap. De Belg Marcel Kint won voor de oorlog, toen slechts acht van de 36 coureurs de finish passeerden. Tien jaar later was zijn landgenoot Briek Schotte de beste. Bij de amateurs eindigde Van Est op een verdienstelijke vierde plaats. Een passage over de beklimming van de Cauberg: “Van Est reed niet mooi, de wroeter lag bijna plat op zijn stuur.”

De namen van Kint, Schotte en Jan Raas staan gegrift in de mergelwand van de Gemeentegrot, onderaan de Cauberg. Raas dankt de eervolle vermelding aan zijn wereldtitel in 1979. Op de Cauberg versloeg hij Thurau en Battaglin, die vlak voor de meet op subtiele wijze in de hekken werd gereden. Een jaar eerder had Raas op even dubieuze wijze de Amstel Goldrace op zijn naam geschreven. De Zeeuw liet zich op de Cauberg meezuigen door een cameraman. Toen zijn rivalen onreglementair werden voortbewogen, blokkeerde Raas' ploegleider Peter Post met zijn auto de groep achtervolgers. De wedstrijd werd in de jaren zeventig ook wel de Amstel Gold Raas genoemd, omdat Raa vijf keer won. De editie van 1995 werd niet beslist op de Cauberg, maar op de Maasboulevard in Maastricht. De meeste liefhebbers zien de finale op de televisie. Onderaan de Cauberg juichen tientallen beschonken fans om de overwinning van Gianetti. Als een blonde dame even later nietsvermoedend café D'n Ingel binnenwandelt, ondergaat ze een soortgelijke huldiging. Het is de dubbele moraal van de Valkenburgse wielertoerist.