De eeuwige stad wordt weer als nieuw opgebouwd in opera L'Incoronazione di Poppea; Romeinse monumenten dienen Nero als meubilair

L'Incoronazione di Poppea door het Onafhankelijk Toneel en het Combattimento Consort o.l.v. Jan Willem de Vriend: 29/4 Roosendaal; 3/5 Eindhoven; 9 en 10/5 Muziektheater Amsterdam; 13 en 14/5 AT&T Theater Den Haag; 16/5 Maastricht; 18/5 Arnhem; 20 en 21/5 Schouwburg Rotterdam.

In de werkplaats van het Onafhankelijk Toneel, in de schaduw van de Rotterdamse Euromast, wordt het complete oude Rome vanonder het stof gehaald en voorzichtig opgepoetst, zodat het er straks weer stralend en als nieuw bij ligt als keizer Nero met Poppea trouwt. Regisseur Gerrit Timmers is een enthousiast rondleider door de eeuwige stad ten tijde van Nero, die keizer was in de jaren 54 tot 68 na Chr. “Dáár is het Mausoleum van Augustus, dit is het theater van Marcellus, hier is de brug over de Tiber en daarachter het Circus Maximus, waar Ben Hur meedeed in de paardenrennen.”

Timmers kent dit Rome als geen ander, hij heeft het tenslotte zelf uitgezocht en voor een deel ook eigenhandig gebouwd. “Ik zaag en timmer bij het het Onafhankelijk Toneel al zo lang als het bestaat: 23 jaar. Het OT wordt dan ook 'de Timmerclub' genoemd.”

Het decor voor de OT-voorstelling van Monteverdi's opera L'Incoronozione di Poppea (De kroning van Poppea) bestaat uit een reconstructie van het oude Rome met tal van maquettes van beroemde tempels, gebouwen en huizen. Tijdens de vele scènes in de lange opera krijgt de toeschouwer ze aanvankelijk stuk voor stuk te zien. Ze fungeren dan ook als meubels. Timmers demonstreert achteloos de verborgen geheimen van de bouwwerken. Het dak van de tempel van Jupiter kan worden uitgeklapt en dan ontstaat er een tafel. Een triomfboog wordt dankzij onzichtbare laatjes een barmeubel. Uit een geheim vakje kan Ottavia, de wettige echtgenote van Nero, het zwaard tevoorschijn halen dat ze Ottone geeft om haar rivale Poppea te vermoorden. Het Circus Maximus wordt het liefdesbed van Nero en zijn nieuwe vrouw Poppea. Nero woont letterlijk in dit Rome, de stad is zijn huis.

Aan het slot van de voorstelling staan al die maquettes - binnenin verlicht - samen achterop het toneel. Keizer Nero en keizerin Poppea staan daar dan voor in hun overmatig ruime kroningsmantels, waarvan de slepen het voortoneel goeddeels bedekken. Zij lijken enorm groot en de stad lijkt erg klein: Rome, het machtscentrum van de wereld, ligt letterlijk aan de voeten van het goddelijke keizerspaar.

Twee jaar geleden ging deze versie van L'Incoronazione di Poppea zeven keer in de Rotterdamse Schouwburg, geregisseerd door Gerrit Timmers en Mirjam Koen. Nu wordt de voorstelling - destijds in deze krant beschouwd als de opmerkelijkste operaproduktie van dat seizoen - tien keer gegeven tijdens een tournee door het land. Het Onafhankelijk Toneel bracht al eerder operavoorstellingen: Orpheus' dochter van Michael Nyman en Così fan tutte van Mozart. In 1996 wil het Onafhankelijk Toneel The Rake's Progress van Strawinsky uitvoeren, begeleid door het Nederlands Balletorkest onder leiding van Lucas Vis.

Gerrit Timmers wilde eigenlijk schilder worden en maakt al eigenhandig decors sinds 1968, toen hij als leerling van de tekenopleiding op het prikbord van de Rietveld-academie een briefje zag: 'Afstuderend regisseur zoekt acteurs'. De regisseur was Jan Joris Lamers, het stuk was Droomspel van Strindberg en Timmers maakte het decor voor de voorstelling die uiteindelijk na ingrijpen van de brandweer niet doorging. “We hadden het publiek geplaatst in kuilen, dat was toen behoorlijk nieuw. De brandweer vond die kuilen niet veilig. 'Wel waar', zei Els Ingeborg Smit, 'want er zijn trapjes, 'Kijk maar', en ze zakte door alledrie de treden. Die had ik gemaakt.

“Daarna ben ik ernstig gaan studeren op het timmeren. Ik werkte toen heel ambachtelijk, met duvels en zwaluwstaarten. Dat doen we al lang niet meer, we schroeven nu machinaal met Makita's. Het is bij ons een traditie om veel zelf te doen. Het nadeel is dat er eigenlijk geen tijd voor is, want je moet ook regisseren, bedenken wat de volgende produktie wordt, praten met anderen en contacten leggen. Het voordeel is dat je precies kunt bepalen hoe het eruit gaat zien. Het decor van een ontwerper, door anderen uitgevoerd, is onveranderbaar. Wat we zelf maken kunnen we bijvoorbeeld doormidden zagen, als we dat willen, of omdraaien. Het is heel flexibel.”

Met als voorbeeld de beroemde maquette van het oude Rome, die staat in het Museum van de Romeinse beschaving in Rome, bouwde Timmers dit decor met behulp van een aantal medewerkers. De 400 zuiltjes werden in vier soorten en groottes elders gemaakt van beukenhout - “dat draait het mooist.” Al het andere werk - zagen, frezen, timmeren, boren en schuren - gebeurde in de eigen werkplaats van het OT. Er werd een tweedehands zaagmachine gekocht voor de verwerking van 15.000 gulden aan populierenhout in drie diktes: 4, 9 en 18 mm. De schaal van de maquettes is 1:25, zodat hout van 4 mm de goede dikte had voor een plaat marmer en hout van 18 mm de juiste maat was voor een dikke Romeinse muur.

“Eerst hebben Peter Koopmans en ik elk als proef een tempeltje gemaakt, ook om te zien hoeveel tijd het zou kosten. Een maand hebben we met zijn tweeën gewerkt, daarna hebben we twee anderen erbij gevraagd, die hebben full time een maand meegewerkt. Toen zijn Mirjam en ik gaan regisseren en kwamen er een maand lang nog twee man bij. Het werd een wedstrijd wie het mooiste werk afleverde. Edwin Kolpa heeft een maand gewerkt aan het Theater Marcellus.”

Met de bouw van dit Rome trad Timmers in het voetspoor van Nero, die na de brand (64) van het grotendeels met hout gebouwde Rome de voor tweederde verwoeste stad mooier en grootser opbouwde. Hij deed dat in zijn laatste vier levensjaren, voor hij in 68 op 31-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. Timmers: “Nero begon met betonbouw, verbreedde de straten en stelde stevige balkons verplicht. Voor zichzelf liet hij midden in Rome een groot paleis bouwen, het Domus aurea (Gouden huis) aan een heel groot meer, met een idyllisch landschap op de oevers. Ik stel me dat voor als een soort Disneyland.”

Timmers heeft een uitvoerige studie gemaakt van Nero en komt - ook in de voorstelling - tot een genuanceeerd beeld van Poppea èn van Nero, die vaak wordt afgeschilderd als alleen maar een perfide machtswellusteling en een gewetenloze bruut, die Seneca en de dichter Lucanus tot zelfmoord dwong en zich liet leiden door de laagste lusten. “Het is juist heel opmerkelijk dat Nero ook wilde trouwen met de vrouw, van wie hij hield - hij kon immers elke vrouw krijgen. Poppea is bij ons in het begin nog niet die bitch, die zeker weet dat ze gekroond zal worden. Ze is net als Hillary Clinton, een vrouw met ambities, verliefd op een man met een positie.”

Timmers wijt het slechte imago van Nero aan de te subjectieve geschriften van Tacitus en Suetonius, die Nero zelf nauwelijks of helemaal niet hebben meegemaakt. Ook verwerpt hij het verhaal dat Nero Rome opzettelijk in brand liet steken. “Hij was toen zelf zo ver buiten de stad dat hij niet eens de rookwolken kon zien en een pyromaan wil toch zelf vlammen zien.

“Toen Nero als 16-jarige keizer begon was hij erg geliefd, hij sprak zelf recht en deed dat heel goed. Het ging pas fout na de dood van Poppea (65). Hij was diep ongelukkig, verwaarloosde de staatszaken en hield zich nog uitsluitend bezig met de zang. Nero organiseerde tijdens een tournee van een jaar door Griekenland zangwedstrijden en zorgde ervoor dat hij won van goede, maar oude zangers, die het niet urenlang volhielden zoals hij. Nero sponsorde ook veel kunst in Griekenland en in zijn kielzog reisden veel artiesten en zangers. Dat moet echt geweldig zijn geweest. Dat is Nero ten voeten uit.”

Wat gebeurt er met het door Timmers gebouwde oude Rome als L'Incoronazione di Poppea niet meer wordt gespeeld? Timmers: “Het gaat niet in de brand, het wordt geveild.”