Chinese geneeskunst op Groninger klei

GRONINGEN, 24 APRIL. Op de zolder van het pand aan het Martinikerkhof in Groningen liggen 270 genummerde wekflessen. Vol met gedroogde bladeren, wortelen, pitten, pepers en zaden. Het zijn Chinese geneeskrachtige kruiden, waarvan het de bedoeling is dat een deel op de kleigrond in Groningen verbouwd gaat worden.

Het project heet Nedichin en is een initiatief van het Hwa To Centre, ontstaan uit samenwerking tussen de medische universiteit van Shanghai en de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1986 kregen hier zeventig Nederlandse artsen onderwijs in traditionele Chinese geneeswijzen, waaronder acupunctuur. De Chinese regering gaf onlangs haar fiat de activiteiten uit te breiden en zegde 26 miljoen gulden toe voor Nedichin.

Bijna tien jaar geleden raakte directeur H. Termeulen van het Hwa To Centre betrokken bij de samenwerking met de universiteit van Shanghai. Hij nam samen met dr. Zhang, de arts die door de universiteit van Shanghai in Groningen werd gestationeerd, het initiatief voor de aanleg van een Chinese tuin in Groningen, die onlangs in de Hortus van het Groningse Haren werd geopend.

De bedoeling van Nedichin is dat de zolder aan het Martinikerkhof uitgroeit tot het Europees distributie- en produktiecentrum voor Chinese geneeskrachtige kruiden. Daarnaast moet er een uitbreiding komen van wetenschappelijk onderzoek naar de werking van de Chinese geneeswijzen. De State Science of Technologie Commission in Peking, volgens Termeulen een belangrijk staatsorgaan, wil vanuit Nederland in andere Europese landen dergelijke activiteiten opzetten. Groningen blijft het hoofdcentrum, aldus Termeulen.

China wil zich volgens Termeulen om twee redenen meer met de traditionele Chinese geneeswijzen in Europa bemoeien. De eerste is een commerciële; marktonderzoek zou hebben aangetoond dat in elk Europees land honderden miljoenen worden uitgegeven aan geneesmiddelen op natuurlijke basis. En China wil daarvan een groter aandeel veroveren.

De tweede reden is het feit dat Chinese geneeswijzen in het algemeen en acupunctuur in het bijzonder in Europa “vogelvrij zijn”. “China maakt zich zorgen dat de kennis steeds verder van de bron afraakt. De kwaliteit van de Chinese geneeskunde neemt daardoor af. De kennis moet weer door gerenommeerde universiteiten overgedragen worden.” Daarnaast bestaat in China de vrees dat het een slechte naam krijgt doordat iedereen zich hier acupuncturist kan noemen.

Daarom zou China een controlesysteem willen invoeren voor iedereen die zich hier met Chinese geneeswijzen bezighoudt. Alleen artsen mogen de behandelmethoden voorschrijven. Termeulen: “Van migraine is bekend dat het goed te behandelen is met acupunctuur. Maar iemand die naar een malafide acupuncturist gaat en zegt dat hij migraine heeft, kan wel een tumor hebben.” Op dit moment zijn er, zo weet Termeulen, circa 600 artsen in Nederland die acupunctuur toepassen.

Termeulen meent dat de meeste Chinese medici voorstanders zijn van een combinatie van traditionele en westerse geneeswijzen. Daarvan is op universiteiten in China al sprake. Middels het project Nedichin moet dat ook meer op Europese universiteiten gaan gebeuren.

Van de verbouw van Chinese kruiden op Groningse landbouwgrond verwacht Termeulen dat dit goedkoper is dan verschepen van grote hoeveelheden uit China. Hij is ervan overtuigd dat een aantal kruiden prima in Groningen zullen gedijen. “Het klimaat in Noord-China is vergelijkbaar met het onze. Het Noordelijk Agrarisch Centrum gaat het uittesten.”

Volgens medewerker T. Doornbos van het Noordelijk Agrarisch Centrum is het nog niet zo ver. “We hebben een gesprek gehad.” Maar Doornbos ziet wel mogelijkheden - als de vraag maar groot genoeg is. Naast de traditionele teelt van aardappelen, suikerbieten en granen hebben Groningse boeren behoefte aan een vierde gewas. Zo worden steeds meer bloembollen en hennep verbouwd. “Chinese kruiden kunnen ook een leuke gewasgroep zijn.”