Blitzbierkrieg

Je went er nooit aan. Terwijl in Nederland je glas binnen de minuut voor je neus staat, mag je in Duitsland blij zijn wanneer de man of vrouw achter de tap al na tien minuten je biertje rijp acht voor consumptie. Niet zelden duurt het een kwartier of langer.

Klagen heeft geen zin en argumenten als 'het is ten slotte míjn bier' leveren niets op. In het gunstigste geval luidt het antwoord: Das ist nicht mein Bier ('dat interesseert me niet'), maar het kan je ook vergaan zoals een Nederlandse topmanager die gewoon niet meer getapt werd.

Daarbij is de lange taptijd nergens op gebaseerd. “Een oud bijgeloof”, zei Dipl. Ing. Hansjörg Bosch, directeur techniek en wetenschapsbevordering bij de Duitse brouwersvereniging drie maanden geleden op een beurs in Berlijn. “Anderhalf tot maximaal drie minuten zijn genoeg, daarna begint het bier al een beetje te verschalen.” Ondanks het feit dat zijn uitspraak veel publiciteit kreeg, (Bildzeitung: Bierkrieg; alle wollen das Blitzbier) is er in de meeste cafés nog maar weinig veranderd.

Het ritueel van het biertappen maakt duidelijk dat bier een belangrijke en vooral ernstige zaak voor de Duitsers is. Zo gold in Hitlers Wehrmacht de Bier mub sein-verordening, die bepaalde dat iedere soldaat recht had op een halve liter bier per dag. Het Reinheitsgebot, een voorschrift uit 1516 van de Beierse hertog Wilhelm IV, dat zegt dat voor de bereiding van bier 'allain Gersten, Hopffen und Wasser genomen und gepraucht sölle werden', illustreert eveneens de serieuze omgang met het bier. Tegenwoordig is het vrijwel ongewijzigd opgenomen in de voorlopige bierverordening. De achtergrond van het Reinheitsgebot schijnt indertijd echter niets met de kwaliteit van het bier van doen te hebben gehad, maar juist met de toestand van de schatkist. Tegenwoordig worden wel protectionistische motieven achter het vasthouden aan het gebod gezien. Dat bier in Duitsland buitengemeen belangrijk is, toont ook het unieke aantal brouwerijen (1278) en biermerken (5000) aan. Alleen Beieren telt al bijna 700 brouwerijen - bijna de helft van het totale aantal in de EU. Het grote aantal brouwerijen houdt verband met de neiging van de Duitsers een lokaal gebrouwen bier te drinken. De trouw aan de plaatselijke biermerken lijkt nog het meest op het supporterschap van voetbalclubs: zoals er maar weinig echte Amsterdammers achter F.C. Utrecht staan, zo drinken maar weinig echte Düsseldorfenaren Kölsch. Zonder deze chauvinistische instelling, zouden veel van de kleine brouwerijen door grote opgeslokt zijn, zoals dat in de rest van Europa en in de VS al lang geleden gebeurd is.

Duitsland kent niet alleen veel merken, maar ook een groot aantal soorten bier. In Nederland vrijwel onbekend en ten onrechte onbemind zijn de Weizen- of Weissbiere. Ze zijn vrijwel allemaal afkomstig uit het gebied onder de 'Weisswurstequator' (uit Beieren dus) en doen denken aan de betere Belgische bieren. Goede voorbeelden zijn Schneider en Franziskaner. Importbieren spelen op de Duitse markt een bescheiden rol. Alleen trendy jongeren en yuppies willen nog wel van de nationale voorkeur afwijken. Aan het Reinheitsgebot kan de geringe afzet van importbieren niet liggen, want de meeste naar Duitsland exporterende brouwers voldoen daar tegenwoordig aan (Heineken sinds enige jaren, Grolsch zelfs altijd al). Bovendien doen bieren die juist niet naar het gebod gebrouwen zijn (bijvoorbeeld Belgische bieren met toevoegingen als kruiden en dergelijke) het ook goed.

Toch vinden de Duitse bierbrouwers het Reinheitsgebot zo belangrijk, dat ze er een speciale dag voor in het leven hebben geroepen. Gisteren is de Tag des deutschen Bieres voor het eerste gevierd, 479 jaar na de aanleiding, de afkondiging van het gebod.

Zijn Duitse bieren nu zo uitzonderlijk lekker dat er zo'n ophef over gemaakt moet worden? De soul-diva Diana Ross zei bij een bezoek aan de Bondsrepubliek: “Het beste aan Duitsland is het bier en het op één na beste is ook het bier.” Daar zou aan toegevoegd moeten worden: tenminste wanneer het tappen niet zo verschrikkelijk lang zou duren.