Winsthausse waart door bedrijven

AMSTERDAM, 22 APRIL. De mondiaal actieve chiptester Rood Testhouse, van origine Nederlands, ging door een diep dal, krabbelde weer op en zoekt na een kapitaalinjectie nu expansie in het Verre Oosten.

Rood kan in veel opzichten model staan voor de gang van zaken in het Nederlandse bedrijfsleven, althans van de grote aan de Amsterdamse beurs genoteerde bedrijven die de afgelopen weken robuuste winsten rapporteerden. Uit cijfers van zakenbank MeesPierson blijkt dat de winst (exclusief bijzondere baten en lasten) per aandeel van de Nederlandse beursfondsen - de beste graadmeter voor de rentabiliteit - vorig jaar met 34 procent gestegen is, driemaal zo snel als in 1993. Het is de snelste groei in zeven jaar. Deze cijfers zijn overigens exclusief die van Koninklijke Olie die, gezien zijn omvang, het beeld te veel zou vertekenen.

De grote bedrijven plukken de vruchten van reorganisaties en verkoop van dochters en deelnemingen die niet meer in hun strategie passen. Zij hebben, net als Rood Testhouse, de afgelopen twee jaar hun financiële buffer versterkt. Alleen al de beursgenoteerde bedrijven deden voor een bedrag van ongeveer 10 miljard gulden een beroep op beleggers.

Nederlandse bedrijven - of ze nu financiële diensten, levensmiddelen, telecommunicatie, chemie of informatie verkopen - zijn steeds actiever op de wereldmarkt. Omzet en winst komen grotendeels uit het buitenland, en dat aandeel blijft groeien.

Nu de conjunctuur sinds medio vorig jaar weer aantrekt stijgen de winsten. Dat biedt financiële ruimte voor expansie, bij voorkeur in het Verre Oosten waar het groeitempo het dubbele is van dat in het rijpe West-Europa en Amerika. In één opzicht mag Nederland hopen dat Rood geen trendsetter is: van de 321 medewerkers werkten er vorig jaar nog maar twee in ons land.

De winstgroei van de grote bedrijven wordt aangejaagd door de aantrekkende economie en drastische kostenreducties. Conjunctuurgevoelige bedrijven als DSM (chemie), Hoogovens (staal), KNP BT (papier, verpakkingen) en Nedlloyd (vervoer) hebben de winststatistiek van 1994 door een spectaculaire financiële ommekeer een florissant aanzien gegeven. Leden deze vier bedrijven in 1993 samen 800 miljoen gulden verlies, vorig jaar boekten zij bijna 1,3 miljard netto winst.

Het kwartet zit vooraan in de economische cyclus. Zij leveren produkten aan industriën als de automobielsector of ze werken met dure kapitaalgoederen die bij stijgende produktie opeens winstgevend worden. Zij zien de vraag naar hun grondstoffen en halfprodukten snel toenemen en zijn in staat hun afzetprijzen te verhogen. Hun winstgroei wordt weerspiegeld in die van hun afnemers, zoals vrachtwagenbouwer DAF. Vorig jaar maakte DAF 122 miljoen gulden netto winst, nadat zijn voorganger in 1993 met verlies van 2500 banen op de fles was gegaan.

Het verlies aan werkgelegenheid is de keerzijde van de medaille bij het snelle herstel van de winstgevendheid. Hoogovens (bijna 20.000 werknemers) heeft nu ongeveer 7.500 minder werknemers minder dan vijf jaar geleden. KNP BT (27.811 werknemers) schrapte vorig jaar ruim 1200 banen. DSM heeft nu ruim 19.000 mensen in dienst, een afname van bijna 1500 in één jaar.

Pag.17: Grootste stijging dividend beursfondsen in zeven jaar

Bij de bedrijven die in 1993 wel winst maakten, is de uitstoot van arbeid eveneens zichtbaar, al is het minder duidelijk. “Zonder herstructurering en efficiencyverbetering zou Van Leer in 1994 geen winst hebben gemaakt”, zei bestuurslid A. Saint-Denis van verpakkingsgigant Van Leer die een beursgang voorbereidt. De netto winst lag 40 procent hoger op 67 miljoen gulden, het aantal werknemers was met 800 gedaald tot ruim 16.000. Dat was ruim 2000 minder dan in 1992. Bij bedrijven als KPN, Ahold, Koninklijke Shell en Philips en in de financiële sector verdwijnen vele duizenden banen.

Bedrijven die het geld zien binnenstromen zijn geen goede klanten van banken. Zij hebben zelf genoeg geld in kas. De grote banken en verzekeraars zijn mede daardoor en door de internationalisatie van hun grote klanten steeds driftiger bezig hun afhankelijkheid van de Nederlandse markt te verminderen. Zij hebben zich geschaard in de rangen van de “oude” multinationals als Shell, Unilever en Akzo, en de “nieuwe” multinationals zoals de uitgevers Elsevier, Wolters Kluwer en VNU en detailhandelsbedrijven Ahold en Vendex.

Hoe verschillend deze bedrijven ook zijn, zij zijn stuk voor stuk te groot voor Nederland en trekken profijt van ver gevorderde buitenlandse expansie. “Met name in Continentaal Europa wordt goed verdiend”, schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in zijn twee weken geleden gepresenteerde Centraal Economisch Plan voor 1995. Het CPB verwacht dat deze “behoorlijk hogere resultaten” in het buitenland de rentabiliteit op het eigen vermogen in 1996 naar 9 procent zullen tillen. Dat is beter dan de 5,8 procent die in 1993 werd behaald, toen de economie in een dal zat, maar nog duidelijk onder het niveau van 10,4 procent in 1990, toen de economie op volle toeren draaide.

Het herstel van de winstgevendheid komt (tot nu toe) niet tot uiting in betere werkgelegenheidscijfers, wel in een krachtige stijging van de dividenden die bedrijven aan hun aandeelhouders betalen. Vooral de ondernemingen die net uit de rode cijfers komen laten hun aandeelhouders delen in de nieuwe weelde. Het kwartet DSM, KNP BT, Nedlloyd en Hoogovens, dat forse verliezen in nog veel hogere winsten omzette, keert nu samen meer dan een tientje dividend uit. Dat is een vervijfvoudiging ten opzichte van 1993 toen dit viertal samen nog geen twee gulden betaalde.

De zakenbank MeesPierson becijfert dat de Nederlandse beursfondsen (exclusief Koninklijke Olie) dit jaar hun dividend met meer dan 15 procent hebben verhoogd. Dat is de grootste stijging in zeven jaar en de verhoging voor de factor kapitaal steekt schril af tegen de gemiddelde loonstijgingen van 2 tot 3 procent die in de CAO's zijn afgesproken.

De hogere dividenden weerspiegelen niet alleen de hogere winsten, maar ook de drastische heroriëntatie van de bestuurders van de grote concerns op de kapitaalmarkt in zijn algemeen en belangen van hun aandeelhouders in het bijzonder. Bedrijven hebben de afgelopen twee jaar voor miljarden nieuw vermogen bij beleggers opgenomen en moeten het hun financiers naar de zin blijven maken.

Aan de top van grote bedrijven arriveren steeds meer managers met een financiële achtergrond, zoals drs. C. Brakel, de nieuwe man bij Wolters Kluwer, en drs. C. van der Hoeven bij Ahold. Zij streven naar inniger relaties met hun beleggers en een ruimhartiger dividendbeleid om de koers van hun aandelen op de beurs te ondersteunen. Met een goede beurskoers slaan managers twee vliegen in een klap. Zelf kunnen zij gemakkelijker nieuwe aandelen uitgeven om investeringen en expansieplannen te financieren en daarnaast zien partijen die een vijandige overname overwegen zich door de hogere beurskoers voor een hogere drempel geplaatst. Die zullen zich, zo is de gedachte, nog wel een keer bedenken voordat zij toeslaan. Gezien de terugkeer van de onvriendelijke overname in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten moeten ook Nederlandse managers ernstiger rekening houden met een overval dan de laatste jaren.

De baanloze winstgroei wordt in politiek Den Haag met enige verbazing bekeken. “Wij maken als overheid optimale condities. Dan mogen wij toch verwachten dat jullie (ondernemers; red) de bedrijfsbesparingen omzetten in meer banen”, verzuchtte VVD-kamerlid dr. R. de Korte ruim een maand geleden. Ook het CPB worstelt met de winstgroei, maar houdt zich - als onafhankelijk regeringsadviseur - meer op de vlakte.

Het Planbureau constateert dat de bedrijven veel meer sparen dan investeren: hun jaarlijkse overschotten in de vorm van winst plus afschrijvingen (de kasstroom) overtreft hun investeringen. “Besparingen kunnen kennelijk rendabeler worden aangewend in het buitenland: de netto kapitaaluitvoer door directe investeringen is de afgelopen decennia sterk toegenomen.” Dit jaar en volgend jaar zal het niet anders zijn, zo kan uit de cijferopstellingen van het CPB worden afgeleid. In de industrie, voor het CPB de “spil van onze economie”, wordt wel geïnvesteerd, maar te weinig voor een substantiële daling van de werkloosheid.

De ondernemers reageerden wat korzelig op De Kortes aansporingen. “Wij horen altijd dat het bedrijfsleven niet in Nederland investeert. Wij hebben de afgelopen zes jaar 20 miljard gulden geïnvesteerd”, repliceerde drs. C. Griffioen, de financiële man in het bestuur van KPN. “Bedrijven moeten de maatregelen nemen die nodig zijn voor hun lange termijn continuïteit”, vindt Ahold-president van der Hoeven.

Hij kondigde aan dat Ahold in het Verre Oosten op zoek gaat naar de derde peiler onder het concern die naast de Nederlandse en de Amerikaanse markt moet komen. Over tien jaar wil Ahold zo'n tien procent van zijn omzet (nu 29 miljard gulden) in de snel groeiende economieën van landen als Indonesië, Thailand of de Filippijnen boeken. Kapitaal is lokaal voldoende beschikbaar, zo legde bestuurslid E. Moerk uit. Hij zette dertien jaar geleden de eerste fabriek voor PepsiCo in China op. Waar het om gaat is de inbreng van Westerse know how te combineren met de kracht en kennis van een lokale partner.

De ambities van Ahold in het Verre Oosten klonken de afgelopen weken ook door bij andere grote concerns. Na de expansie in Europa in de jaren zestig en zeventig kwam eind jaren zeventig een hausse van Amerikaanse overnames op gang. Nu zoekt het kapitaal nieuwe investeringskansen in Azië.

De Belgisch-Nederlandse bank en verzekeraar Fortis kijkt er naar overnamekandidaten, net als Pakhoed (tankopslag), die overigens al aanwezig is in Singapore. Heineken, Philips, SHV (groothandel Makro) en Unilever zitten al met enkele tientallen joint ventures in China en buurlanden.

ABN Amro kocht vorig jaar in Hongkong al een middelgrote effectenbank. “Collega Huizinga zit bijna dag en nacht in China om onze vertegenwoordigingen opgewaardeerd te krijgen tot echte kantoren”, zei ING-bestuursvoorzitter drs A. Jacobs deze week nog. ING kocht met Barings een bank die substantiële activiteiten in het Verre Oosten heeft.

Zelfs de overheid draagt financieel een steentje bij: pc-fabrikant Tulip krijgt 15 miljoen gulden uit de overheidsgelieerde Industriefaciliteit voor de opbouw van een assemblage- en verkoopbedrijf in Hongkong.

Uit cijfers van de Nederlandsche Bank blijkt dat de directe investeringen door Nederlandse bedrijven in Zuidoost-Azië (exclusief Japan) vorig jaar bijna verviervoudigd zijn tot ruim 2 miljard gulden. De investeringen in Amerika daarentegen liepen met bijna de helft terug tot 1,3 miljard gulden.