Verlos ons van het Westen; Libiërs mogen van VN naar Mekka, Gaddafi weer populairder

De Libische leider Gaddafi boekte deze week een politiek succes. In weerwil van het VN-luchtembargo mogen een paar duizend Libische pelgrims rechtstreeks naar Mekka vliegen. Het anti-Westerse beleid van Gaddafi blijft onverminderd populair onder de bevolking. Een reportage over Libische waardigheid en Westerse inmenging.

Voor het eerst sinds 1992 heeft de VN de sanctie-maatregelen tegen Libië verzacht en heeft Gaddafi een politiek succes geboekt. De komende weken mag buurland Egypte 45 retourvluchten tussen Libië en Saoedi-Arabië uitvoeren, ten bate van de pelgrimage naar Mekka. De beslissing werd woensdag genomen, nadat de Libische leider Muammar al Gaddafi dinsdag had gezworen het luchtembargo desnoods zelf te zullen doorbreken. Daarmee bereikte een wekenlang publiciteitsoffensief van Gaddafi tegen het luchtembargo een hoogtepunt. Afgelopen zaterdag zweepte Gaddafi in Tripoli een grote menigte op tegen het VN-embargo en tegen de Verenigde Staten. Hij hield zijn volk voor dat geen enkele sanctie een moslim kan weerhouden om deel te nemen aan een religieuze plicht. De christenen pikten het honderden jaren geleden ook niet dat hun de toegang tot hun heilige plaats, Jeruzalem, onmogelijk werd gemaakt en togen massaal ter kruistocht. “Wij zijn bereid tot een oorlog om Mekka te bereiken”, aldus Gaddafi. Ongeveer vijfduizend Libische pelgrims staan inmiddels klaar om naar Mekka te vertrekken.

De Libiërs zelf waren er steeds van overtuigd dat zij straks op bedevaart zullen gaan. Gaddafi heeft vliegtuigen van de Libische luchtvaartmaatschappij ter beschikking gesteld. Overal in het land zijn bureaus geopend waar pelgrims zich kunnen inschrijven voor de bedevaart. Ook in een buitenwijk van de hoofdstad Tripoli is zo'n bureau. Een lange rij mensen staat er te wachten. Het is heet, maar dat deert de mannen en vrouwen niet. Er wordt geduwd en getrokken. Een jongeman die al een hele tijd probeert voor te dringen wordt hardhandig naar de achterste rij verwezen. “Wij gaan naar Mekka”, zegt een oude man, “we laten niet meer met ons sollen. Ik moet nog zien dat Saudi-Arabië onze vliegtuigen geen toestemming geeft om te landen.” De oude man staat al drie uur te wachten, maar hij heeft het er voor over. De bedevaart zal hij maken.

In april 1992 troffen de Verenigde Naties Libië met sancties: een lucht- en wapenembargo werd ingesteld, de diplomatieke vertegenwoordigingen werden ingekrompen, aan de olie-industrie en de luchtvaart werden geen onderdelen meer geleverd. Er zouden dus geen Libische vliegtuigen met bedevaartgangers naar Saoedi-Arabië kunnen. De sancties werden ingesteld omdat Libië weigerde twee veiligheidsagenten uit te leveren die door de VS en Groot-Brittannië ervan worden beschuldigd in 1988 met een bom een PanAm toestel boven het Schotse Lockerbie te hebben opgeblazen. Daarbij kwamen 270 mensen om het leven.

Het steekt de Libiërs dat de Arabische wereld Libië de rug heeft toegekeerd en zich niet heeft verzet tegen de westerse sancties. Het is vooral moeilijk te verteren omdat het Libië van Gaddafi een groot voorstander is van hechte eenheid onder de Arabische landen. Het westen slaagt er echter in de Arabische landen tegen elkaar uit te spelen. De mannen en vrouwen bij het inschrijfbureau hadden gehoopt dat de Arabische landen de sancties naast zich neer zouden leggen. De Arabieren hadden een vuist moeten maken, vinden zij. Ook in de Gemal Abdel Nasser Moskee, de grootste moskee in Tripoli, lopen tijdens het vrijdag-gebed de emoties hoog op. De imam hekelt de “hypocriete houding” van de Arabische machthebbers die niet in staat zijn de voor de moslims heilige plaats Mekka te vrijwaren van westerse invloeden. “Zolang deze huichelaars aan de macht zijn, zullen wij Arabieren vernederd worden door Amerika en haar bondgenoten. Alleen door onze vastberadenheid zullen wij erin slagen deze vernedering een halt toe te roepen.” Er wordt door de aanwezige moskeegangers instemmend geknikt.

Bijbaantje

Vooralsnog lijken de sancties de gewone man te treffen en niet de machthebbers. De Libische munt is flink gezakt. Vroeger was de Libische dinar drie dollar waard, nu krijg je drie dinar voor één dollar. Behalve de levensmiddelen die in de staatswinkels nog steeds goedkoop zijn, is alles duurder geworden. De zwarte markt tiert welig en wordt door de machthebbers oogluikend toegelaten. Het bestaan van een zwarte markt zweept de anti-westerse stemming flink op. Gaddafi laat geen kans onbenut om zijn volk erop te wijzen dat de huidige economische situatie geheel te wijten is aan de sancties.

Abdellah, 35 jaar oud, is onderwijzer. Hij verdient 300 dinar per maand. Dat is te weinig om van te leven. Na schooltijd is hij dan ook taxichauffeur. “Ik ben niet de enige die een bijbaantje heeft”, zegt Abdellah. “Steeds meer mensen doen dat. Ze moeten wel, want anders redden ze het niet. Vroeger subsidieerde de staat bijna alles en was het leven goedkoop. Door de sancties en de dalende olie-inkomsten is alles duurder geworden.” Abdellah kan het net redden omdat hij een eigen taxibedrijf heeft. Hij is er echter van overtuigd dat de bovenlaag in Libië profiteert van de slechte economische situatie. En met die bovenlaag bedoelt hij dan de mensen die relaties onderhouden met de machthebbers. Zij worden door niets getroffen. Alles wat ze maar willen, kunnen ze uit het buitenland importeren. Ze brengen dat vervolgens op de zwarte markt en doen er hun voordeel mee.

Een aantal jaren geleden was het nog verboden om een eigen bedrijf te beginnen. Dat was immers een verwerpelijke uiting van het kapitalisme. Alles was eigendom van de staat. Nu de economie in het slop dreigt te raken, heeft Gaddafi de middenstand in ere hersteld. Uiteraard wel onder bepaalde voorwaarden. Zo mogen de burgers niet meer dan één bedrijf of winkel bezitten. Niemand mag een monopolie krijgen in een bepaalde branche. Er mogen geen arbeidskrachten in dienst worden genomen, want dat is een vorm van slavenarbeid. Gaddafi wil absoluut niet dat de ene burger afhankelijk wordt van de ander.

Westerse invloed

De deur naar de markteconomie staat dus op een kier. Maar is dat alleen het gevolg van de slechte economische situatie? De middenstand morde al geruime tijd over de economische politiek van Gaddafi. Men voelde zich politiek buiten spel gezet. Wie nu een bezoek brengt aan de soek, de traditionele, overdekte markt, ziet - in tegenstelling tot een paar jaar terug - rijkelijk gevulde schappen met produkten uit veel landen. Er is een overvloed aan thee, koffie, olijven, meel, kleding en luxe artikelen. Voor de laagstbetaalden is dat veel te duur. Langzaam maar zeker groeit in Libië de kloof tussen arm en rijk.

Even buiten het centrum van Tripoli heeft Mahmoudi Nabil (30) een privé-school in de chique wijk Garkarisch. Luxe auto's, supermarkten en winkels sieren de wijk. Tien jaar lang woonde Nabil in Londen, maar hij kwam terug omdat hij in Libië zelfstandig kon gaan werken. Hij zit op zijn leren bank en praat openhartig over het politieke systeem in zijn land. Hij heeft veel waardering voor Gaddafi. Nabil: “Hij heeft Libië verlost van alle westerse invloed. Het eerste wat hij deed toen hij aan de macht was gekomen, was zich ontdoen van Italiaanse, Engelse en Amerikaanse inmenging. De olie-inkomsten kwamen geheel ten goede aan de bevolking. Iedere Libiër heeft een dak boven zijn hoofd.”

Er is gratis onderwijs en ook de gezondheidszorg is kosteloos. Niemand lijdt honger in Libië, aldus Nabil. “Maar tegelijkertijd blokkeerde Gaddafi door zijn starre politiek de economische ontwikkeling van het land. Je kunt niet doen alsof we op een eiland leven en niets met de wereld te maken hebben. Ik ben blij dat er nu meer mogelijkheden zijn voor de middenstand. Naar mijn mening mogen die mogelijkheden best nog wat worden uitgebreid. Een land zonder middenstand zal nooit vooruit kunnen komen. Gaddafi wil de welvaart in het land gelijk verdelen onder de bevolking en daar is hij aardig in geslaagd, maar de mensen willen toch niet afhankelijk zijn van de staat en uiteraard helemaal niet als het slecht gaat.”

Nabil wordt fel als het over de aanslag gaat op het Amerikaanse vliegtuig dat boven Lockerbie is ontploft. Volgens de schooldirecteur zijn er steeds meer bewijzen dat de schuldigen zich elders bevinden. Volgens Nabil heeft het westen het op Gaddafi gemunt omdat hij geen enkel westerse invloed accepteert. “Vergeet niet dat het volk in deze zaak vierkant achter Gaddafi staat. Het volk zal nooit accepteren dat hij twee onschuldige mannen aan de Verenigde Staten uitlevert.”

Tradities

Aan de Al Fateh-universiteit in Tripoli wordt de herdenking van Libiës nationale held Omar-al-Mukhtar voorbereid. Hij stond aan het hoofd van het sanusi-verzet tegen de Italianen en werd in 1932 om het leven gebracht. Elk jaar wordt de herdenking groots gevierd in Libië. Spandoeken met nationalistische leuzen sieren het universiteitsgebouw. Studenten voeren een toneelstuk op waarin het leven van de held wordt verteld. Voor de studenten is Mukhtar de belichaming van het Libische verzet tegen elke westerse invloed.

Een studente van 20 jaar oud wijst naar het portret van Gaddafi dat aan de muur hangt: “Zonder hem waren we nu nog steeds een onderontwikkeld land dat naar de pijpen van het westen zou hebben gedanst. Gaddafi waakt over onze waardigheid en over onze tradities. In de rest van de Arabische wereld is de invloed van het westen zo groot dat die waardigheid en tradities worden verloochend.”

Als een andere student haar wijst op het groeiende aantal jongeren dat uitsluitend naar westerse muziek luistert en Amerikaanse films bekijkt, draait ze haar hoofd om en zegt: “Die hebben geen enkel besef van de waarde van onze tradities en de strijd die onze voorouders hebben moeten leveren tegen invloeden van buitenaf.”

Een Palestijnse docent, die al meer dan dertig jaar in Libië woont, zegt dat de meeste jongeren hier op de Al-Fateh universiteit kinderen van de revolutie zijn. “Zij kennen geen enkel ander politiek systeem dan het huidige. Gaddafi wordt, vanwege zijn eenvoudige komaf en zijn sobere levensstijl, gezien als iemand van hen. Toch is er steeds meer kritiek te horen op de politiek van Gaddafi, ook onder studenten. Gebrek aan vrijheid van meningsuiting en de invloed van de staat op de universiteiten, roept bij veel studenten weerstand op tegen het regime.” Volgens de docent zijn veel Libiërs, vooral de mensen uit de armste bevolkingslagen, niet vergeten dat ze hun welvaart aan Gaddafi te danken hebben, ondanks de huidige economische situatie.

Net als elders in de Arabische wereld, maakt men zich ook in Libië zorgen over het toenemende fundamentalisme. De 25-jarige arts Jadid: “De aanhang van de fundamentalisten is groeiend. Toch denk ik niet dat zij ooit voet aan de grond zullen krijgen in Libië. Voor ons is de islam een zaak tussen god en de mens zelf. Wij zijn een islamitische staat, wat wil men dan nog meer? Moeten we onze vrouwen soms terugsturen naar de keuken? Moeten we mensen gaan afslachten omdat ze toevallig journalist zijn of een schotelantenne op het dak hebben?”

Gaddafi is bruut opgetreden tegen de leiders van het fundamentalisme. De aanhangers zitten in de gevangenis of hebben een spreekverbod gekregen. Bijeenkomsten zijn verboden. De moskeeën, traditioneel de broedplaatsen van de fundamentalisten, staan onder staatscontrole. In het straatbeeld zijn fundamentalisten door hun kleding en hun zwarte baarden duidelijk herkenbaar. De politie houdt hen vaak aan om hun identiteitspapieren te controleren. De burgeroorlog in Algerije heeft de mensen in Libië zeer huiverig gemaakt voor de moslim-fundamentalisten. Men wil er niet van weten. “Ze zijn geestelijk gestoord”, zegt Jadid, “en ze weten niet wat de islam inhoudt.”

Ook Europese bedrijven die in Libië werkzaam zijn worden door de sancties getroffen. Zo heeft Libië de contracten met Britse bedrijven opgezegd, zegt Mark Jennings, medewerker van een Brits bouw-bedrijf. “Wij zijn al meer dan 20 jaar in Libië werkzaam.

Twee jaar terug kregen we te horen dat er geen werk meer voor ons was omdat er geen geld zou zijn. Desondanks zijn we in Libië gebleven in de hoop dat we weer aan de slag kunnen. Inmiddels heeft mijn bedrijf besloten om alle medewerkers terug te roepen. De schade loopt, door de opzegging van de contracten, in de miljoenen.” Volgens Jennings missen de sancties doel. “Uiteindelijk worden Europese bedrijven en de bevolking getroffen.” Hij zou het liefst zien dat die sancties onmiddellijk worden opgeheven.

Tijdens de terugreis zien we aan de Libische grens een twintigtal vrachtwagens afkomstig uit Tunesië, begeleid door een politie-escorte. “Dit is een dagelijks ritueel”, zegt Jennings. “Volgeladen vrachtwagens die vanuit Tunesië en Egypte binnenkomen. De inhoud laat zich raden; wapens of machine-onderdelen voor de oliewinning.”