Trainer spoort Miriam Oremans aan tot agressief en riskant spel; 'De tennisleek ziet de kleine dingen niet'

De Nederlandse tennissters spelen vandaag en morgen tegen het zwakker geachte Zweden voor de Fed Cup, de Davis Cup voor vrouwen. Bij afwezigheid van de nationale nummer een Brenda Schultz, moet Miriam Oremans de punten binnenhalen.

AMSTERDAM, 22 APRIL. Miriam Oremans vindt het heerlijk om voor het Nederlands team uit te komen. “Ik hoop dat het toernooi om de Fed Cup net zo groot wordt als de Davis Cup. Vrouwentennis krijgt altijd minder aandacht dan mannentennis, maar je hoort steeds vaker dat het publiek vrouwentennis leuker vindt om naar te kijken. Bij de mannen is het boem, boem, punt. Wij spelen echte rally's.”

Dit jaar wordt het toernooi om de Fed Cup - vroeger de Federation Cup - voor het eerst afgewerkt volgens de succesvolle formule van de Davis Cup. Voorheen was het een toernooi dat een week duurde en op één plaats werd afgewerkt. Nu zijn het uit- en thuiswedstrijden geworden, verspreid over het seizoen.

Nederland zit niet in de wereldgroep met de acht beste landen, maar een groep lager. Eerste tegenstander is Zweden, dat in het nabij Stockholm gelegen Västerß8as zijn thuisduel afwerkt. Als Nederland wint, speelt het in juli een promotiewedstrijd tegen de verliezer van het duel tussen de Verenigde Staten en Oostenrijk.

De 22-jarige Miriam Oremans (nummer 40 van de wereldranglijst) en de 21-jarige Kristie Boogert (nummer 60) spelen vandaag en morgen ieder een enkelspel tegen de Zweedse vrouwen. Morgen volgt een dubbelspel, waarin de ervaren Manon Bollegraf in ieder geval zal meedoen, mogelijk met reserve Caroline Vis. Fred Hemmes is non-playing captain

Bij Zweden is de 19-jarige ß8Asa Carlsson de belangrijkste speelster. Zij schommelt op de ranglijst tussen plaats 60 en 100. Het afgelopen weekeinde bereikte Carlsson verrassend de finale van een toernooi in Houston, waarin ze met 6-1 en 6-1 van Steffi Graf verloor. De andere Zweedse enkelspeelster is Maria Strandlund (nummer 122), het redelijk ervaren Zweedse dubbel is Strandlund/Lindström.

Oremans heeft een prachtige score voor Nederland: 4-1 in het enkelspel en 4-1 in het dubbel. Ook de wedstrijd tegen Zweden ziet ze met vertrouwen tegemoet. “We moeten ze kunnen pakken.” Ze heeft vorige maand in Florida op hardcourt redelijk gemakkelijk gewonnen van Carlsson. Tot haar verbazing ligt er in Västerß8as ook een snelle ondergrond: supreme. “Ik had gravel verwacht”, vertelt Oremans na een training op het Amstelpark-complex in Amsterdam. “Kristie en ik houden van snelle banen, supreme is in ons voordeel.”

Het Nederlandse vrouwentennis is de laatste jaren in de breedte sterk gegroeid, al blijven de successen achter bij die van de mannen. Brenda Schultz draait al jaren mee en in haar spoor zijn ook Oremans, Boogert en Stephanie Rottier doorgedrongen tot de top-100. De talenten Kim de Weile, Chantal Reuter, Yvette Basting en Henriëtte van Aalderen staan te dringen.

Oremans deed voor het eerst van zich spreken in 1993. Samen reizend met vriendin Rottier en coach Hugo Ekker steeg ze in een jaar van de 130ste naar de 25ste plaats. “Ze mag niet tevreden zijn met een plek in de top-twintig”, liet haar coach toen weten. Vorig jaar beleefde Oremans een terugval, maar ze wist uiteindelijk haar klassering in de top-50 te consolideren.

Vanuit het Brabantse Berlicum maakte Oremans eind 1989 de sprong naar het bestaan als professional. Het eerste jaar was ze de enige speelster van Jong Oranje die de wereld rondtrok. “Ik had zo veel heimwee dat ik zelfs heb overwogen om te stoppen. Ik had moeite met het reizen, misschien omdat ik beschermd ben opgegroeid in een klein dorp. Ik moest bij toernooien continu aan iedereen voorgesteld worden, ik kende niemand. Maar ik ben doorgegaan omdat het spelletje zo leuk is. Een jaar later werd Jong Oranje uitgebreid, waren we met zijn vieren en was de sfeer veel beter. In een groepje kan je op elkaar terugvallen, ga je naar elkaars wedstrijden kijken en help je elkaar als iemand in de put zit. Nu ken ik zoveel speelsters dat ik ook makkelijk alleen op pad kan. De weken schieten voorbij. Ik was een maand in Amerika, maar het leek hooguit anderhalve week.”

Het grootste nadeel van haar beroep blijft het vliegen. “Het meest irritante is het betalen voor overgewicht. Ik neem liever te veel dan te weinig mee op reis, zodat ik niet steeds hoef te wassen. Bij de balie moet ik iedere keer maar weer hopen dat ze me door laten gaan.” De lange reizen gaan haar wel steeds makkelijker af. “Ik heb nog steeds bewondering voor Paul Haarhuis, die vorig jaar thuis kwam uit Amerika en een paar dagen later in Rotterdam won van Becker. Maar ik leer nu zelf ook steeds beter omgaan met een jetlag.”

Tijdens de trainingsweken in Nederland staat ze iedere ochtend om kwart over zes op. Na een ontbijt en het krantje, rijdt ze anderhalf uur naar Amsterdam, waar een tiental spelers hun oefeningen afwerkt onder leiding van Ekker. Ze maakt dan werkdagen van elf of twaalf uur. Technisch gaat ze stapje voor stapje vooruit. “Het meeste zit wel goed, het gaat om kleine dingen, die de tennisleek zeker niet ziet en ik zelf vaak ook niet. Daar heb je een trainer voor.”

Bij de tennisbond had Oremans het laatste jaar vooral getraind op vastheid. “Ik leerde om geen fouten te maken, degelijk te spelen, met veel spin, ver van de lijn.” Bij Ekker kreeg ze een tegenovergestelde opdracht. “Ik moest mijn eigen spel spelen en dus fouten maken. Agressief en riskant. In praktijk maakte ik daardoor juist minder fouten.”

Het sterke baseline-spel van Oremans bracht haar in 1993 vooral succes op gras. In Eastbourne won ze in de finale een set van Martina Navratilova en werd ze bedolven onder de complimenten van de oude dame. “Het ging dat jaar misschien wel te snel”, zegt Oremans nu. “Om verder te komen was er meer nodig. Ik was mentaal niet altijd de sterkste. Als ik over tennis praat, lijkt het makkelijk, maar op de baan is moeilijk om steeds de rust te bewaren om te blijven nadenken. Ik ben te nuchter om voor een partij wakker te liggen, maar ik dacht in wedstrijden te lang na over fouten en ik kan emotioneel reageren na een nederlaag. Dat gaat nu al veel beter, ik kan me makkelijker ontspannen op belangrijke momenten.”

Zoals ze in 1993 haar succes niet kon verklaren, lukte het haar in 1994 ook niet het gebrek aan succes te verklaren. “Vorig jaar om deze tijd speelde ik heel goed in de training, maar lukte er niets in wedstrijden. Heel gek, want je weet dan niet waar je aan kunt werken. Het moeilijkste is dan om er zin in te blijven houden. Pas op Roland Garros, lukte het weer. De dag voordat het toernooi begon, won ik een oefenset van een sterke Franse speelster. Dat gaf zoveel zelfvertrouwen, dat ik daarna in de eerste ronde Navratilova versloeg.”

Ze leeft voor dat soort mooie overwinningen. En heeft er het volste vertrouwen in dat er meer zullen volgen. “Ik heb nog een aantal jaren voor me liggen. Ik moet nu investeren en zal op mijn 25ste op mijn top zijn.”