Thomas Alva Edison (1847-1931); Architect van de moderne wereld

NEIL BALDWIN: Edison. Inventing the Century

53 blz., geïll., Hyperion 1995, ƒ 58,70

Voor velen is Thomas Alva Edison de spreekwoordelijke uitvinder, de man die zijn meer dan duizend patenten toeschreef aan “één procent inspiratie en negenennegentig procent transpiratie”. Maar hij was veel meer dan dat.

Om het grote belang van zijn leven en werk te kunnen beoordelen, is het misschien verhelderend een vergelijking te maken met een ander, hedendaags technologisch genie, Bill Gates, de oprichter van Microsoft en inmiddels rijkste man van de Verenigde Staten. Niet voor niets wordt deze wel de Edison van de computerindustrie genoemd. Al in 1983 schreef People Magazine: “Tegenwoordig betekent Gates voor software wat Edison was voor de gloeilamp - deels vernieuwer, deels ondernemer, deels verkoper en full-time genie.” En inderdaad was Edison tijdens zijn gehele leven vooral ondernemer, en probeerde hij het grote publiek te winnen voor zijn toekomstvisie: zo moesten hele steden bijvoorbeeld worden geëlektrificeerd; van Gates is wel eens gezegd dat hij pas tevreden zou zijn, wanneer in elk huishouden een PC staat.

Een dergelijke gedrevenheid, gecombineerd met een ongebreidelde energie uitte zich bij beiden bijna vanzelfsprekend ook in lange werkdagen, terwijl zij het uiterste van hun werknemers eisten. Ook de manier waarop beiden hun imperium opbouwden en handhaafden - onder voortdurende gerechtelijke aanvallen van concurrenten - vertoont overeenkomsten. Na een aantal (geniale) uitvindingen was Edison hard op zoek naar investeerders die bereid waren geld te steken in zijn nog jonge onderneming. In ruil daarvoor bood hij aandelen. Dat bleek voor allen later een winstgevende overeenkomst te zijn - de waarde van aandelen in de Edison Electric Light Company nam uiteindelijk toe van 100 tot 3500 dollar per stuk. Ook Microsoft kent onder zijn personeel een groot aantal van dergelijke 'aandelen-miljonairs'.

Van zowel Gates als van Edison zijn reeds vele biografieën verschenen. Success-stories zijn immers altijd aardig om te lezen. Vooral als het leven van de hoofdpersoon kritisch wordt belicht, maar dat gebeurt te weinig in Edisons meest recente levensverhaal van de hand van Neil Baldwin. Toch is Edison. Inventing the Century een boeiend boek, al was het maar doordat Baldwin alles tot in de kleinste details heeft uitgezocht en zich baseert op een indrukwekkende hoeveelheid achtergrondmateriaal. Zo worden zelfs de resultaten van opgravingen op het terrein van het ouderlijk huis van Edison gebruikt om conclusies te kunnen trekken over de inrichting van diens eerste laboratorium, waar hij werkte “temidden van hopen aardappels en tonnen vol met wortels en uien”. Uiteindelijk zou de wat dromerige jongen uitgroeien tot de 'Napoleon of Invention'.

Doofheid

Thomas Alva Edison wordt op 11 februari 1847 geboren in Milan in de staat Ohio. Zijn vader is er eigenaar van een zagerij en profiteert aanvankelijk volop van de aanwezigheid van een kanaal dat Milan doet uitgroeien tot een van de belangrijkste doorvoerhavens van graan. De opkomst van de spoorwegen dwingt de familie echter te verhuizen en de Edisons komen in New Jersey terecht. Op school gaat het daar niet goed met de jonge Thomas, die al heel vroeg gekweld wordt door doofheid. De leraren beschouwen hem als achterlijk en na een aantal maanden van voortdurende vernederingen neemt zijn moeder thuis de opleiding over. Hij zal haar voor die beslissing altijd dankbaar blijven, want het stelt hem in staat zijn interesses te ontplooien. Tegen het eind van zijn leven merkt hij verbitterd op dat: “Zo ergens tussen het elfde en vijftiende levensjaar kwijnt het gemiddelde kind weg, de nieuwsgierigheid en het waarnemingsvermogen raken verlamd. En dat allemaal ten gevolge van de scholen.”

Thomas blijkt een ondernemende natuur te hebben. Op twaalfjarige leeftijd begint hij met het verkopen van (eigen) kranten en snoep op de treinen van en naar Detroit. Hij beschouwt deze paar jaar als de gelukkigste van zijn leven. Op de stations leert hij ook omgaan met de telegraaf, die juist dan sterk in opkomst is. De ontdekking van een boek van de Engelse fysicus Michael Faraday over experimenten op het gebied van elektriciteit en magnetisme vormt een keerpunt in zijn leven en maakt de uitvinder en experimentator in hem wakker. Al snel wordt hij, vooral in de wereld van de telegrafie, bekend door zijn slimme verbeteringen van bestaande apparatuur. In 1875 ontwikkelt hij een manier om vier berichten tegelijk over dezelfde lijn te versturen (de zogenaamde 'quadruplex line'), wat voor het enorme bedrag van 30.000 dollar wordt gekocht door Western Union. Hij heeft dan al honderdtwintig man in dienst en zal spoedig verhuizen naar een nieuw gebouwencomplex in Menlo Park.

Daar legt hij zich helemaal toe op de elektriciteit. Wel is er nog even een grote teleurstelling, wanneer Alexander Graham Bell er als eerste in slaagt een telefoon-verbinding (de 'sprekende telegraaf') tot stand te brengen, maar zelfs hiervan weet hij al snel de verstaanbaarheid aanmerkelijk te verbeteren. Op Menlo Park heeft hij een laboratorium tot zijn beschikking dat in de wereld zijn gelijke niet kent en als voorloper beschouwd kan worden van de grote industriële laboratoria van AT&T Bell in New Jersey en Philips in Nederland. Al gauw komen er vele patenten per jaar uit te voorschijn. De bekendste daarvan zijn natuurlijk de fonograaf - waarop als eerste het kinderliedje Mary had a little lamb wordt opgenomen - en de gloeilamp. Het is verwonderlijk dat de fonograaf wordt uitgevonden door iemand die al vanaf zijn vroegste jeugd bijna volledig doof is. Al zijn akoestische experimenten doet hij dan ook met behulp van een tussen zijn tanden geklemd metalen plaatje, dat met de geluidsbron verbonden is: 'Edison hoorde met zijn tanden'.

Ook de uitvinding van de gloeilamp is met veel anekdotes omgeven. Zo vormt de beschrijving van de speurtocht naar een geschikt materiaal om er de gloeidraad van te maken, een goede illustratie van Edison's zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Hij had al in september 1878 aangekondigd dat hij binnen een paar weken New York zou laten stralen door het licht van duizenden elektrische lampen. Ook de nodige kapitaalinjecties waren al gevolgd en de Edison Electric Light Company was al opgericht. Er was nog maar één probleem: de gloeilamp moest nog gemaakt worden. Er volgen veertien maanden van zenuwslopend experimenteren en uiteindelijk branden er in oktober 1879 veertig lampen met een koolstof gloeidraad in een testopstelling op Menlo Park. Elk van deze kan worden uitgedraaid zonder dat de andere daardoor worden beïnvloed (de bekende parallel-schakeling), iets dat velen voor onmogelijk hadden gehouden. Drie jaar later wordt ook het eerste centrale elektriciteitsstation in New York geopend. Edison heeft, zij het vertraagd, woord gehouden.

Wisselstroom

Hij staat dan op het hoogtepunt van zijn roem en zal zijn activiteiten nog sterk uitbreiden, maar dan veel meer op het gebied van promotie en marketing van zijn eerder gedane uitvindingen. Hij mist bijvoorbeeld de slag waar het de introductie van wisselstroom betreft - hij gelooft er niet in en stelt zich er zelfs heftig tegen te weer. Zo gaat het contract voor de waterkrachtcentrale bij de Niagara watervallen aan zijn neus voorbij.

Verder verliest hij veel geld met de ontwikkeling van een magnetische methode om ijzererts te winnen. Als hij na vijf jaar zijn activiteiten op dat gebied moet stoppen - er is een verlies geleden van vier miljoen dollar - reageert hij onverschrokken: “Goed, het mag dan allemaal verdwenen zijn, maar we hebben wel een verdomde hoop plezier gehad!” Hij kan het zich veroorloven, tegenover het verlies staan zijn succesvolle ondernemingen op het gebied van de filmindustrie. Edisons creatieve en ondernemende geest blijft tot op hoge leeftijd actief. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is hij voorzitter van de Naval Consulting Board, die nieuwe technologieën moet ontwikkelen ter bescherming van het vaderland. Hij stimuleert hierin vooral het onderzoek naar de mogelijkheden van onderzeeërs en hij is al ruim in de tachtig als hij nog volop bezig is met het ontwikkelen van een methode om rubber te onttrekken aan in de VS groeiende planten.

Edison was al tijdens zijn leven voor de Amerikanen de belichaming van het rags-to-riches sprookje. Bij zijn dood in oktober 1931 komen de kranten superlatieven te kort om zijn verdiensten voor de mensheid te beschrijven: 'één van de onsterfelijken', 'veroveraar van het Onbekende' en 'genie van het licht'. Meer nog dan de geestelijke vader van talrijke uitvindingen was hij “een van de belangrijkste architecten van de moderne wereld”. Edison had een grenzeloos vertrouwen in de experimentele wetenschappelijke methode en toonde aan dat alles kon worden veranderd en alles kon worden beheerst. Neil Baldwin heeft met Inventing the Century juist dat willen laten zien en hij is daar voorbeeldig in geslaagd.