Tempobeurs treft vooral jongens

ZOETERMEER, 22 APRIL. Studenten nederlands recht lijden het zwaarst onder de tempobeurs. Want maar liefst 21 procent van hen heeft in het vorig studiejaar haalde minder dan een kwart van hun tentamens. En dat betekent volgens de regels van de tempobeurs dat voor hen de basisbeurs en eventuele aanvullende beurs is omgezet in een lening - hetgeen een schuld oplevert van tussen de 2.700 gulden en 10.128 gulden, afhankelijk van woonsituatie en aanvullende beurs.

Dit blijkt uit het onderzoek Studievoortgang en studiefinanciering dat het Nijmeegse onderzoeksinstituut IOWO uitvoerde in opdracht van het ministerie van onderwijs. Het lukte vorig jaar in totaal 17.121 studenten niet om de temponorm te halen - 4,6 procent van alle studenten met studiefinanciering. Circa 1.600 van hen werden door het IOWO ondervraagd.

Onder de tempobeursslachtoffers blijken zijn de propedeuse-studenten oververtegenwoordigd: bijna de helft van de universitaire slachtoffers en van de getroffen hogeschoolstudenten zijn het er zelfs 6 van de tien. Meer mannelijke dan vrouwelijke studenten faalden: 70 procent mannen tegen 30 procent vrouwen. De studenten die het niet redden blijken afkomstig uit gezinnen waarvan de ouders beduidend hoger dan gemiddeld zijn opgeleid.

Zeven van de tien studenten klagen dat ze te laat hoorden dat ze te weinig studiepunten haalden, drie van de tien was zelfs “behoorlijk verrast”. Twee op de tien slachtoffers heeft besloten tegen de beslissing in beroep te gaan. Bijna de helft van de studenten die de temponorm niet halen stopt met studeren of gaat een andere studie volgen, zo blijkt uit het onderzoek. Aan de universiteit studeert 44 procent verder ondanks het niet-halen van de norm, in het hbo ligt dat percentage op 20. Bij vrouwen, oudere studenten en thuiswonenden is de neiging om met de studie te stoppen het grootst. Degenen die wel doorstuderen komen vooral uit de hogere inkomensgroepen.

Aan de universiteit vielen meer slachtoffers dan op de hogescholen: 5,9 procent tegen 3,6 procent. Studenten aan de universiteit zien gemiddeld 5.637 gulden omgezet in een lening, hogeschoolstudenten gemiddeld 5.127.

Vier van de tien ondervraagden schrijven hun tegenvallende prestaties toe aan persoonlijke omstandigheden waaronder ziekte, zwangerschap, en militaire dienst. Ongeveer 30 procent an de studenten wijst gebrek aan motivatie aan als reden voor het niet halen van de norm. Ook spreken 4 van de 10 studenten over gebrekkige onderwijsprogramma's. Elf procent van de universitaire studenten zegt dat gebrekkige studiebegeleiding doorslaggevend was voor hun prestaties, bij de hogeschool studenten is dat achttien procent. Een op de tien studenten haalde niet omdat het hen naar eigen zeggen ontbrak aan contact met docenten.

Uit het onderzoek blijkt verder dat universiteiten minder problemen kennen door de invoering van de tempobeurs dan hogescholen.