Stoornissen in de media

Media en psychische stoornissen hebben een wat wonderlijke relatie met elkaar, die zich eigenlijk niet laat beschrijven zonder gebruik van het woord modieus. Als voorbeeld kunnen achtereenvolgens dienen autisme (uit de mode), anorexia (en vogue), meervoudige persoonlijkheid (komende mode) en Münchhausen by Proxy (avant-garde).

Tien jaar geleden was het onmogelijk in tijdschrift of krant, op radio of televisie niet zeer geregeld het onderwerp autisme tegen te komen. Tegenwoordig lees of hoor je daar nog maar sporadisch over, terwijl het niet waarschijnlijk is dat het aantal patiënten dat aan deze vèrgaande contactstoornis lijdt, is afgenomen.

Anorexia daarentegen staat volop in de belangstelling, zo sterk dat het eigenlijk een gewoon verschijnsel is geworden. Maar het doet op een of andere manier afbreuk aan de ernst en de tragiek van het ziektebeeld als bijvoorbeeld Weekend vorige week over een prinses uit Monaco schrijft: “Ziekte tekent Caroline: ze heeft anorexia”. Het is de huiselijke zij-heeft-het-nu-ook-toon, bekend van berichten over echtscheiding - Pim en Mien zijn nu ook uit elkaar -, die niet klopt. Alsof het een aandoening is die iedereen nu eenmaal kan oplopen, nadat hij of meestal zij iets tragisch heeft meegemaakt. Weekend: “Gevoelens van schuld, omdat ze niet lang genoeg heeft gerouwd om Stefano, waardoor ze als het ware zelf een beetje dood wil zijn”. Als het ware te lang op de tocht gezeten en nu verkouden. Maar zo simpel is het jammer genoeg niet. Lees je Weekend, weet je lang niet alles.

Niet bekend

Het ziektebeeld is voor het eerst beschreven in 1978 als een bepaalde vorm van kindermishandeling. Het Münchhausen Syndroom was al langer bekend en betreft volwassenen die met verzonnen klachten of zelf aangebrachte verwondingen en kwalen medische hulp zoeken. Het gaat om mensen die in hun vroegste ontwikkeling niet hebben kunnen leren aanvoelen dat in één mens, ook in henzelf, zowel goede als slechte kanten met elkaar zijn verweven. Zij kunnen die verwarrende dubbelheid niet verdragen en brengen een splitsing aan, waarbij het lichaam hun slechtheid vertegenwoordigt en in een drang tot vernietiging met lasten en pijnen wordt beladen.

In geval van Münchhausen by Proxy - bij volmacht, de moeder spreekt namens het kind - wordt het slechte verlegd naar het kind. Moeder vertelt de artsen over niet bestaande symptomen waaraan het kind zou lijden of brengt het met opzet letsel toe dat lijkt op een symptoom van een ziekte. Velen van hen hebben een voorgeschiedenis waarin zij zichzelf verwondden. Het zijn voornamelijk vrouwen die hieraan lijden. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat zij het kind als een verlengstuk van zichzelf kunnen ervaren, doordat het immers uit hen is geboren. De splitsing komt nu tussen henzelf en het kind te liggen. Maar de stoornis is te gecompliceerd om simpelweg te zeggen dat de moeder niet van haar kind houdt.

De verschijnselen beginnen in de eerste twee levensjaren van het kind. Naarmate het ouder wordt, worden de verhalen waarmee de moeder komt ernstiger en in de schoolleeftijd is het kind vaak al zó geïndoctrineerd, dat het zelf gaat mee verzinnen. Als het tenminste inmiddels al niet echt ziek is of is overleden. Het bizarre is dat het door de splitsing in goed en kwaad vaak heel lieve zorgzame moeders zijn - zijzelf is immers de goede kant. De vader is in de meeste gevallen volstrekt onkundig van wat er gebeurt. Het enige dat hij zich achteraf als opmerkelijk herinnert, is dat zijn vrouw het nooit goed vond als iemand anders, ook hijzelf, alleen was met het kind. Alsof de moeder wist hoe gevaarlijk dat voor het kind kon zijn.

Ruwweg zijn er twee vormen. Bij de ene vertelt de moeder over ernstige symptomen, bijvoorbeeld epileptische aanvallen. Bij de andere vorm doet de moeder het kind iets aan, waardoor het klachten krijgt. Zoals bijvoorbeeld het kind met een kussen in ademnood brengen en de dokter vertellen over benauwdheidsaanvallen. Bij beide gevallen kan een medische behandeling voor de gezonde kinderen funest zijn. Pas als zich tijdens herhaalde ziekenhuisopname geen enkel symptoom voordoet, worden kinderartsen op den duur achterdochtig en schakelen zij psychiaters in. Maar bewijzen is buitengewoon moeilijk, want het is altijd mogelijk dat zich thuis wèl echte aanvallen hebben voorgedaan. Bovendien gaan moeders vaak zó ver, dat zij, als ze in het ziekenhuis tijdens bezoekuur met het kind alleen zijn, de symptomen opwekken of verergeren. In Amerika is het mogelijk om in geval van vermoedens een verborgen camera te gebruiken, waarmee inderdaad herhaalde malen is geregistreerd hoe bijvoorbeeld met een infuus wordt geknoeid. In Nederland bestaat die cameramogelijkheid niet. Langdurige observatie en veel collegiaal overleg gaan aan een aanmelding bij de Raad voor de Kinderbescherming vooraf.

De Telegraaf deed recent in afleveringen uitvoerig en op sensationele wijze verslag van het onrecht dat een moeder zou zijn aangedaan, over wie het ernstige vermoeden bestond dat zij aan het Münchhausen Syndroom by Proxy leed. Reden om haar eenjarige dochtertje in een pleeggezin te plaatsen en ook de baby, die op het punt stond geboren te worden, zou elders worden ondergebracht. Het meisje zou zomaar zijn afgepakt, terwijl met de moeder niets mis zou zijn. Zij had gewoon medische hulp gezocht voor haar kind. En ook de vader was zich van geen kwaad bewust. Toen het tweede kind was geboren keken zijn natuurlijke moeder en haar man vol vertedering naar het vrolijke knulletje met de diepblauwe ogen en prachtig roze huidkleur. De betrokken deskundigen waren door hun geheimhoudingsplicht uiteraard niet in staat opening van zaken te geven tegenover de journalist en diens informanten.

In de tweede aflevering wordt gemeld: “Na een recente reportage in deze krant kwam de kinderbescherming terug op het voornemen de baby meteen na de geboorte bij de ouders weg te halen”. Hopelijk zijn er andere motieven geweest, bijvoorbeeld dat zij (als zij inderdaad aan deze stoornis lijdt) de komende tijd zó in het centrum van allerlei belangstelling staat, dat de kans voorlopig klein is dat zij haar baby iets kan aandoen. Maar als de beslissing wèl een gevolg is van de publikatie, is dat een ernstige zaak. Als het gaat om ziekelijke verstoringen van de ouder/kind-relatie is de positie van kinderartsen, psychiaters en de Raad voor de Kinderbescherming al precair genoeg. Is men terughoudend en grijpt men daardoor te laat in, dan krijgt men de media over zich heen. Is men na zorgvuldig onderzoek overtuigd dat er voldoende aanwijzingen zijn om althans voor de zekerheid wèl in te grijpen, ook.

De relatie tussen media en psychische stoornissen is niet alleen wonderlijk, maar soms ook gevaarlijk.