Rafflesia

DAVID ATTENBOROUGH: The Private Life of Plants

320 blz., geïll., BBC Books 1995, ƒ 61,15

“Planten kunnen zien. Ze kunnen tellen en met elkaar communiceren. Zij zijn in staat te reageren op de minste aanraking en tijd te schatten met een zeldzame precisie”, schrijft David Attenborough in de introductie van zijn nieuwe boek, The Private Life of Plants. Sterke staaltjes, maar zijn boek is, net als de onlangs uitgezonden tv-serie, overtuigend genoeg.

Wie de serie gemist heeft (of wil nagenieten), kan aan het boek veel plezier beleven. Als een wervelwind is Attenborough over de aardbol gegaan, om de meest bizarre levensvormen te filmen. Zijn stijl is bijna staccato, geen tijd heeft hij te verliezen om ons de wonderen der natuur voor te zetten. Hij laat de oudste boom zien, ongeveer 4.600 jaar, op ruim drie kilometer hoogte in de White Mountains in Californië. En de grootste bloem, de rafflesia, een parasiet die zijn voedingsstoffen onttrekt aan een naburige klimplant. De oranje-rode bloem heeft een diameter van driekwart meter, en wordt gevonden in de bossen van Kalimantan en Sumatra.

Maar het gaat Attenborough niet zozeer om records, als wel om de vraag hoe planten het klaarspelen te overleven. Welke tactiek gebruikt de plant om het stuifmeel te verspreiden? Laten verwaaien met de wind is eenvoudig, maar weinig gericht. Insekten lokken met nectar is doelmatiger. Het mooist is een insekt zover te krijgen dat het alleen de eigen soort bloem bezoekt. Dat verhoogt de kans op bestuiving enorm.

Een fraai voorbeeld is een mot in Madagascar die met een afrolbare snuit van tientallen centimeters net bij de nectar onderin een eigenaardige slurfvormige orchidee kan komen. Onbedreigd door enige concurrentie vliegt zo'n mot van bloem tot bloem en is daarmee de ideale koerier voor de orchidee. Andere bloemen imiteren vrouwtjesbijen, qua geur en uiterlijk. De mannetjes vliegen erop af, en zitten onder het stuifmeel voor ze in de gaten hebben dat ze zijn beetgenomen. Sommige bloemen laten het meel niet door insekten verspreiden, maar door vogels, hagedissen of zelfs vleermuizen, zoals wilde bananebloemen doen.

Zaden maken soms geweldige reizen. Kokosnoten kunnen weken rondzwerven op zee en honderden kilometers verderop aanspoelen voordat ze uitkomen. Andere zaden, zoals die van de eeuwig groene Zuidafrikaanse banksia-struiken, springen meestal pas open na een brand.

Het enige dat men mist in het boek is de enthousiaste stem van Attenborough zelf, die zich de laatste twintig jaar heeft ontwikkeld tot dè stem van de Engelse natuurfilm. Gelukkig is op de uitgave niet bezuinigd en zijn de vele kleurenfoto's van een schitterende kwaliteit.