Pil is te schadelijk om zonder recept verkrijgbaar te zijn

Wim Köhler stelde op 4 april deze pagina dat er geen arts nodig is om de anticonceptiepil voor te schrijven. Impliciet zegt hij dat een huisarts net zoveel over de bijwerkingen van de pil weet als de patiënt. Je kunt dus maar het beste aan de buurvrouw vragen welke pil zij goed vindt. En krijg je hoofdpijn van die ene pil, dan probeer je gewoon een andere. De buurvrouw geeft tenminste een eerlijk antwoord, een huisarts laat zich omkopen door cadeaus van de fabrikanten en de drogisterij-medewerker wil je niet geven wat je wilt hebben, zo luidt het harde oordeel van Köhler.

Hij heeft maar ten dele gelijk. Iedere vrouw is verschillend en reageert daarom anders op een hormoonpreparaat. Achteraf kan een deskundige echter aangeven welk pilingrediënt maakt dat je de koelkast niet meer voorbij komt en binnen korte tijd kilo's aankomt. Een huisarts zal daarom een nieuwe pil uitzoeken waarin die ene stof niet voorkomt. Zit in die andere pil een hormoon waar jij misselijk van wordt, dát is wat anders. Biochemische en farmaceutische kennis zijn dus wel degelijk van belang bij de keuze van een pil ondanks het schijnbare trial-and-error-proces.

Köhler praat bovendien alleen over directe bijwerkingen, niet over lange-termijn-effecten. Opvallend is dat artikelen in deze krant de aanname hadden, dat de pil een relatief onschuldig anticonceptiemiddel is. Een vreemde zaak, omdat toonaangevende vaktijdschriften als Lancet en Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde nog in 1994 publiceerden over de negatieve effecten van de lichtere anticonceptiepillen; onder meer een verhoogde kans op borstkanker is meervoudig aangetoond in bepaalde subgroepen. Pas eind jaren negentig zal er meer duidelijkheid komen.

Als pilgebruiker word je er tegenwoordig niet geruster op: de politiek stelt dat de pil vergelijkbaar is met andere, niet medicinale anticonceptiemiddelen, maar in bladen als Elle en Marie-Claire lees je dat pil- en ander hormoongebruik grote invloed heeft op je lichaam, zowel op korte als lange termijn. Onder meer verwijten onderzoekers en wetenschappelijke patiëntbegeleiders vrouwen en huisartsen de pil ondoordacht te slikken of voor te schrijven, zonder oog voor alternatieven of bijwerkingen; er wordt veel te gemakkelijk met hormonen gespeeld. Onderzoek van het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek (NISSO) heeft aangetoond dat 28 procent van de pilgebruikers last heeft van bijverschijnselen en toch de pil blijft doorslikken. Volgens de Nederlandse Hartstichting mogen stevig rokende pilgebruikers wel helemaal oppassen: zij hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten als trombose, een hartaanval of een hersenbloeding.

Ook leest de goedgeïnformeerde pilgebruiker dat onderzoekers de oorzaak van de ziekte M.E. (Myalgische encyphalomyclitis, ofwel 'de ziekte van Renate Dorrestein') momenteel zoeken in een verstoorde hormoonbalans en stofwisseling. Onder meer oestrogenen kunnen een (mede)veroorzaker zijn: de hormonen die de pil zijn anticonceptieve werking geven. Door gebrek aan onderzoek kan voorlopig echter niets vastgesteld worden over een mogelijk verband tussen zware vermoeidheidsklachten en (overmatig) oestrogeengebruik.

Wie moet je nu geloven als pilgebruiker die graag gezond wil blijven, maar een volledig betrouwbare anticonceptiemiddel zoekt? Is het niet verstandiger om de pil onder artsencontrole te houden tot onderzoek heeft aangetoond dat de pil géén verstoorde hormoonhuishouding veroorzaakt, of de kans op zware aandoeningen nihil is? Al is het alleen maar voor het veilige gevoel dat de (huis)arts meer weet of kan weten van medische onderzoeken dan de gemiddelde politicus, journalist of buurvrouw.

Verder was de laatste tijd de mythe te horen dat alleen oudere, zwaardere, pillen klachten gaven. Het eerdergenoemde NISSO-onderzoek geeft aan dat dit onzin is. Bovendien is niet in de lade van de apotheker gekeken. Microgynon 50 is bijvoorbeeld een pil uit de jaren zestig welke tien jaar later is aangevuld, maar niet vervangen, door Microgynon 30, een van de huidige marktleiders. Volgens de kabinetsvoorstellen liggen ze straks naast elkaar bij de drogist en zullen ze daar voor een hoop verwarring en medische klachten gaan zorgen. Ook het beleid van sommige fabrikanten geeft aan dat er vragen en klachten bestaan: er zijn voorlichtingsboekjes, speciale klantenlijnen en buiten kantooruren geeft het antwoordapparaat een lijst met privé-nummers van wetenschappelijke medewerkers.

Al met al zijn er verschillende argumenten om de pil voorlopig onder recept te houden. In principe hoeft dit weinig te kosten. Het kopen van de pil zonder recept is immers een andere discussie dan die over 'de pil uit het ziekenfonds'. Aan het voorschrijven van een pil zijn weinig kosten verbonden indien een pil bevalt: één consult en daarna een reeks herhalingsrecepten die meegaan in een stroom van andere herhalingsrecepten en consulten. Ook kan gedacht worden aan een recept voor een langere periode dan de huidige zes maanden.

Het recept heeft vooral een preventieve werking; niet iedereen hoort en leest immers over nadelige effecten. Situaties bij de drogist van 'welke pil is het goedkoopste en zorgt niet voor hoofdpijn?', samentrekkingen van namen van pillen ('Marvegynon' in plaats van Marvelon en Microgynon) en misgrijpen (Stediril 30 of d?) worden voorkomen. Tegelijkertijd kunnen artsen vrouwen na verloop van tijd aanraden om te staken met de pil of een andere pil te proberen. Meer voorlichting aan artsen over onderzoeken die nu nog in de kinderschoenen staan, kan ertoe leiden dat artsen attenter reageren op lichte symptomen die doorgaans pas serieus worden genomen als zij in ernst toenemen.

Veel vrouwen beginnen met pilgebruik rond hun vijftiende jaar, op een moment dat zij lichamelijk en geestelijk nog in ontwikkeling zijn. Later optredende pijntjes en irritaties worden pas herleid tot de pil als vrouwen na het staken daarvan ontdekken dat er een verandering optreedt in het lichamelijk of geestelijk functioneren. Uit angst voor resistentie of neveneffecten wordt niet toegegeven aan de wens van veel patiënten om voor ieder pijntje antibiotica te slikken.

Waarom mag iedereen zich dan wel volproppen met hormonen terwijl decennia's onderzoek nog steeds niet alle effecten hebben aangetoond? De apotheek biedt bovendien een voordeel boven de drogisterij: via zijn computersysteem weet een apotheker precies welke medicijnen een patiënt nog meer slikt. Zijn farmaceutische kennis beschermt de patiënt en corrigeert een eventuele slordigheid van een arts.