Pakistan; Pakistaans cricket-idool ruilt dames in voor Koran

NEW DELHI, 22 APRIL. In de jaren zeventig en tachtig was Imran Khan de André Agassi van het internationale cricket, zij het dat hij minder uitbundig was dan de Amerikaanse tennisvedette. Niet alleen onovertroffen in zijn sport, maar daarbuiten voortdurend opduikend met weer een andere beroemde schoonheid aan zijn zijde in Londense nachtclubs.

De knappe, donkerblonde Pakistaan groeide uit tot een sekssymbool en bezorgde ontelbare vrouwen in alle cricket-minnende hoeken van de wereld vlinders in hun buik, wanneer hij weer eens een aanloop nam om op onnavolgbare wijze zijn tegenstander uit te bowlen. Zonder bezwaar poseerde de begeerde vrijgezel voor een blad als Vogue en woonde met hoge hoed en rokkostuum de paardenraces van Ascot bij, uiteraard voorzien van een verse schone aan zijn arm.

Drie jaar na afsluiting van zijn actieve cricketloopbaan heeft de 42-jarige Imran Khan een opmerkelijke metamorfose ondergaan. Niet langer kleedt hij zich in een Armani-pak, maar hij gaat nu gehuld in een sobere shalwar kameez, het traditionele Pakistaanse pyjama-achtige gewaad. Hij bestudeert tegenwoordig veelvuldig de Koran en laat kritiek horen op de Westerse cultuur, die immoreel gedrag zou aanmoedigen. Als het even kan, vermijdt hij Engels te spreken.

Khan presenteert zich als een gedreven sociale werker, die het als zijn plicht beschouwt om als cricket-idool een voorbeeld voor de jeugd te zijn. Naar eigen zeggen begon het allemaal met de dood van zijn moeder. Machteloos moest hij toezien hoe zij enkele jaren geleden door kanker wegkwijnde en overleed. Khan zwoer daarop dat hij geld bij elkaar zou krijgen voor de oprichting van een speciaal ziekenhuis voor kankerpatiënten, dat arme mensen gratis zou behandelen en naar zijn moeder Shaukat Khanum Memorial Hospital zou heten.

De zakenwereld zag vreemd genoeg geen heil in het project van de immens populaire Khan, waarop deze een rondtocht langs steden en dorpen begon om fondsen te werven, daarbij geassisteerd door de fundamentalistisch islamitische organisatie Pasban. Dankzij de bijdragen van de kleine man werd het geld bijeengebracht en kon het ziekenhuis eerder dit jaar worden geopend.

De geestdriftige massa's gaven echter niet alleen met gulle hand, ze hieven ook spreekkoren aan dat Imran Khan premier van Pakistan moest worden. In brede lagen van de bevolking bestaat er ongenoegen over de improduktieve en corrupte wijze waarop het land al jaren wordt bestuurd. Het idee van Khan als premier vervult de gevestigde orde echter met afkeer, te meer omdat hij zich al vaak in zeer negatieve zin heeft uitgelaten over de heersende politieke klasse.

Over premier Benazir Bhutto merkte hij op dat hij haar al uit Oxford kende, toen ze daar beiden studeerden. “Ik had geen hoge pet van haar op”, aldus Khan. Oppositieleider Nawaz Sharif kwam er nog slechter van af. De ex-cricket-ster zei niet verbaasd te zijn over diens povere verrichtingen omdat hij allang wist dat Sharif “geen grijze massa” in zijn hoofd heeft.

Maar Imran Khan zet zich niet alleen af tegen de leiders. Hij hekelt de 'bruine sahibs' in het algemeen, die steeds Engels spreken en de Westerse cultuur naäpen. Volgens hem lijden de 'bruine sahibs' (sahib was de aanspreekvorm voor koloniale beambten) aan een diep minderwaardigheidscomplex: “We moeten af van deze cultuur, we moeten ons zelfvertrouwen opkrikken.”

Bij de gevestigde orde heeft de eertijds populaire Khan, die zelf eveneens van gegoede familie is en in Lahore naar de meest elitaire school van het land ging, het ook om andere reden verbruid. Veel vrouwen zijn woedend over zijn kritiek op het feminisme, dat volgens hem sterk heeft bijgedragen tot het verval van het gezin in de Westerse cultuur.

De elite verwijt Khan verder dat hij nauwe contacten onderhoudt met islamitische fundamentalisten. Hij is bovendien een goede vriend van generaal Hamid Gul, voormalig hoofd van de Pakistaanse geheime dienst ISI. Gul was in de jaren tachtig de architect van de Pakistaanse steun voor de Afghaanse fundamentalist Gulbuddin Hekmatyar. Ook Imran Khan heeft Hekmatyar geprezen.

Khan lijkt echter haarfijn aan te voelen dat het klimaat in zijn geboorteland de afgelopen jaren is veranderd. De dominantie van een verwesterlijkte bovenlaag met feodale wortels wordt niet meer als zo vanzelfsprekend aanvaard als vroeger en de islam speelt er een nadrukkelijker rol dan voorheen.

Bhutto besloot in het offensief tegen Khan te gaan en verbood de televisie, die onder staatscontrole staat, nog reclame-boodschappen voor Imran Khan en zijn ziekenhuis uit te zenden. Dit terwijl die er stellig op had gerekend via dat medium nieuwe fondsen te werven. Zo verkeert het project van de cricket-filantroop nu plotseling in acute financiële problemen. Het ziekenhuis is er wel, maar er is geen geld meer om de patiënten gratis te behandelen.

Intussen vraagt heel Pakistan zich al maanden af of Khan nu wel of niet de politiek in gaat, als een nieuwe 'derde macht'. Zelf ontkent hij dit in alle toonaarden. Hij wil zich slechts als sociaal werker onderscheiden, heet het, op het vlak van de gezondheidszorg en het onderwijs, waar Pakistan volgens hem èn tal van deskundigen hopeloos ver achter ligt op de rest van de wereld.

Als ik de politiek in had gewild, had ik dat al eerder kunnen doen, betoogt Khan. Drie keer kreeg hij al ministerposten aangeboden, eenmaal zelfs van de vermaledijde Nawaz Sharif, en steeds weigerde hij. Waarom zou hij het nu dan wel willen? Of hij nu wel of niet de politiek ingaat, het wordt hoe dan ook een belangrijk jaar voor Imran Khan, want hij heeft aangekondigd dat hij dit jaar eindelijk zal trouwen: vanzelfsprekend met een goed islamitische bruid.