Nieuwe gezichten in Oostenrijkse twee grote partijen

WENEN, 22 APRIL. Ook in Oostenrijk zijn veranderingen niet tegen te houden. De partij die na 1945 leiding gaf aan de wederopstanding van de onafhankelijke staat, de sterk met de rooms-katholieke kerk verbonden Österreichische Volkspartei (ÖVP), is in een diepe crisis geraakt. Deze heeft ertoe geleid dat de partijleider, vice-kanselier Erhard Busek, de laan is uitgestuurd, dat de kwieke maar keiharde 50-jarige minister van economische zaken Wolfgang Schüssel dit weekeinde tot nieuwe partijvoorzitter wordt gekroond en dat de ÖVP-heren en dames die nu ministersposten in de coalitie met de sociaal-democraten (SPÖ) bezetten voor hun politieke leven moeten vrezen.

Volgens de meest recente opiniepeilingen zou de ÖVP, die bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar oktober weliswaar een diepterecord, maar toch nog 28 procent van de stemmen scoorde en de op één na grootste partij bleef, nu nog maar een vijfde van de stemmen krijgen en derde partij worden achter de rechts-populistische Freiheitlichen van Jörg Haider. Schuld hieraan was, in de ogen van een groep rechtse partijbazen in de provincie, vooral Erhard Busek, oud-burgemeester van Wenen, een man met een snelle geest en tong, een grote-stadsmens.

Busek, voortgekomen uit progressieve katholieke kring, maakte bovendien in de afgelopen jaren er geen geheim van dat een ÖVP onder zijn leiding nimmer een coalitie zou aangaan met de Freiheitlichen van Haider. Deze optie willen steeds meer conservatieve ÖVP'ers openhouden nu het de partij als coalitiegenoot van de SPÖ electoraal zo slecht gaat. Haider heeft ook al aangekondigd dat hij uiterlijk na de volgende verkiezingen in 1998 bondskanselier wil worden, suggererend dat hij dan een coalitieregering met de ÖVP als kleinere partner wil.

Een tijd lang haalde een groot deel van het politieke bestel over dit perspectief zijn schouders op. Sinds de onweerstaanbare opkomst van Haiders nu 'beweging' genoemde partij (in 1986 had zij 18 zetels, nu 42) en de constante afkalving van de twee grote partijen SPÖ en ÖVP, is het evenwel een stuk reëler geworden. De machtswisseling aan de top van de ÖVP draagt daartoe een nieuw steentje bij.

Overigens is de nieuwe partijvoorzitter van de ÖVP, Schüssel, die nu zeker vice-kanselier zal worden, niet meteen een 'Haider-man' die zal loeren op een gelegenheid om de huidige coalitie in te ruilen voor een samengaan met de naar ultra-rechts niet duidelijk afgebakende Freiheitlichen. Schüssel was een van de architecten van de huidige coalitie en tot verdriet van een aantal partijbaronnen heeft hij al aangekondigd de huidige rit met de SPÖ te willen uitzitten. Hij was ook niet de eerste keuze voor het partijleiderschap van degenen die naar rechts willen koersen. Eerder werd zijn verkiezing in de benoemingscommissie van de partij doorgeduwd door een groep die met lede ogen Busek zag ondergaan en wilde voorkomen dat de deur naar Haider nu helemaal wagenwijd zou worden opengezet.

In zijn eerste uitspraken heeft Schüssel dat ook niet gedaan, maar wel heeft hij geweigerd Buseks categorische 'neen' tegen een coalitie met Haider te herhalen. Als de kiezers straks hebben gesproken, zien we verder, zei hij. Schüssel, binnenkort de tweede man in het Oostenrijkse bestel, is nog geen nationale of internationale beroemdheid. In Brussel bij de onderhandelingen over toetreding tot de EU viel de kleine tengere minister van economische zaken wel al op als een uitgesproken pro-Europese, maar harde en handige gesprekspartner.

In Wenen was hij minder effectief. Een paar transacties over wapenaankopen in het buitenland verliepen niet best, bij de Groenen heeft hij de reputatie steeds aan de kant te staan van de industrie, over privatisering van Oostenrijks nog altijd enorme staatsbezit spreekt hij graag, maar successen in deze sector wist hij niet te boeken. Wel zal er met Schüssel een jongere toon in de ÖVP worden aangeslagen. Als lijsttrekker bij parlementsverkiezingen zal hij zijn vaak met waardige provinciale heren en rooms-katholieke prelaten geassocieerde partij zeker een nieuw gezicht kunnen geven.

De sociaal-democraten, die in oktober acht procent terugzakten, zijn nog niet zover. Bondskanselier Vranitzky veranderde wel de samenstelling van zijn deel van de regeringsploeg en benoemde twee jonge figuren op belangrijke ministersposten maar of dezen kans maken op het lijsttrekkerschap in 1998 is verborgen in de schoot der goden. Bovendien: nog belangrijker dan nieuwe gezichten bij de twee grote partijen zal zijn of deze het odium zullen weten af te werpen vooral konkelfoezende bestuurdersinstituten te zijn met ruime faciliteiten tot zelfbediening voor verdienstelijke partijleden. Nog niets in het optreden van de nieuwe regering-Vranitzky wijst erop dat deze smet, waar een groot deel van het succes van Jörg Haider op berust, in de komende jaren zal worden weggepoetst.