Misdaden

W. BERKELAAR: De schaduw van de bevrijders. Geallieerde oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog

176 blz., geïll., Walburg Pers 1995, ƒ 39,50

De Grebbelinie, zaterdag 11 mei 1940, omstreeks half zes. Een wanhopige Nederlandse soldaat schiet, nadat zijn sectie zich al heeft overgegeven maar nog niet is ontwapend, in blinde woede een Waffen-SS'er dood. De reactie volgt meedogenloos, de Nederlander overleeft zijn schending van het oorlogsrecht niet. Meer individuele represailles kunnen nog worden voorkomen door een Duitse officier, die vervolgens wèl voorstelt Nederlandse krijgsgevangenen als een levend schild te gebruiken bij de verdere gevechten - óók een schending van het oorlogsrecht. Ander incident: Ubbergen, oktober 1944. Amerikaanse militairen roven de woning van een steenfabrikant geheel leeg en slachten zijn vee. Als hij zich hierover beklaagt, krijgt hij van een Amerikaanse officier te horen dat hij voor de bevrijding zo'n 'offertje' maar moet overhebben. Schending van het Landoorlogreglement, artikel 47: 'Plundering is uitdrukkelijk verboden'. Of: Katyn, bij Smolensk, april 1940. In een bos schieten Russen duizenden gevangen Poolse officieren dood, met Duitse munitie, om de massa-executie de Duitsers in de schoenen te kunnen schuiven. En verder: de geallieerde bombardementen op Duitsland, culminerend in de aanval op Dresden in februari 1945; de massale Russische moord- en verkrachtingspartijen in Oost-Pruisen; het neerschieten van Duitse krijgsgevangenen en het mishandelen en beroven van burgers door Amerikanen en Engelsen; de gedwongen repatriëring naar de Sovjet-Unie van in het Westen verblijvende Russische gevangenen door de Engelsen; het wrede optreden van Tsjechen tegen Sudetenduitsers in mei 1945.

Deze en andere incidenten zijn opgetekend in het boek van de historicus Wim Berkelaar, De schaduw van de bevrijders, dat het belangrijke maar jarenlang moeilijk bespreekbare onderwerp van de geallieerde oorlogsmisdaden wil belichten. Dat het daarbij niet steeds over bevrijders gaat maar, zoals in het geval van de Russen in Oost-Duitsland, ook over veroveraars, doet aan de gruwelijkheid van de wandaden niets af, maar maakt de titel wel een beetje misleidend.

Er is echter wel meer aan te merken op de opzet van dit boek. Natuurlijk is er niets tegen ook het optreden van de Geallieerden eens nauwkeurig te toetsen aan het Landoorlogreglement van 1907 en alle latere bepalingen en conventies met betrekking tot de oorlogvoering. En de uitkomst kan nauwelijks een verrassing zijn: het kwaad school overal, ook bij soldaten die meevochten voor wat we nog altijd een 'rechtvaardige zaak' noemen. Maar tussen het meepikken van een souvenir uit een verwoeste kerk en het massaal leegplunderen van een stad ligt méér dan een gradueel onderscheid, en het maakt wel wat uit of een soldaat in razernij een krijgsgevangene overhoop schiet of dat een regering uit kille politieke berekening opdracht geeft tot massamoord.

Berkelaar gooit - in een veel te kort bestek - alle grote en kleine Britse, Amerikaanse, Franse en Russische oorlogsmisdaden min of meer op één hoop. Uiteraard met een verwijzing naar artikel 25 van het Landoorlogreglement en de aanscherpingen daarvan uit 1923, waarbij het bombarderen van burgerdoelen in principe verboden was, besteedt hij bijna dertig bladzijden aan het strategisch luchtoffensief tegen Duitse steden. Niemand zal ontkennen dat de gevolgen vreselijk waren, maar steeds zal moeten worden bedacht dat niet Churchill of luchtmaarschalk 'Bomber' Harris er de eerste bedenkers van zijn geweest, en vooral dat het een offensief was tegen een regime dat bewust zijn onderdanen 'ja' had laten roepen op de vraag of ze 'den totalen Krieg' wensten. Het is overigens verbazingwekkend dat Berkelaar in dit verband de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki niet noemt, want daarmee heeft de discussie er een dimensie bij gekregen.

Oorlog is een gruwelijk bedrijf. Reglementering ervan lijkt een illusie, al eeuwen. Berusting in die constatering mag het historisch onderzoek naar overtredingen, excessen en misdrijven nooit in de weg staan. Berkelaars poging verdient dan ook waardering, maar het is jammer dat het bij een - ogenschijnlijk te haastige - poging is gebleven, want het boek bevat een aantal waardevolle aanzetten en de bibliografische verantwoording aan het slot heeft beslist kwaliteit.