Kalligrafische schilderijen van Toon Teeken in Nijmegen; Een vlaag winterweer in de neus

Tentoonstelling Toon Teeken. Schilderijen, werken op papier. T/m 7 mei. Museum Commanderie van Sint-Jan, Franse Plaats 3, Nijmegen. Ma t/m za 10-17u, zo 13-17u. Cat ƒ 35,-.

De eerste betekenis is een goede. 'Bewaren' is onder je hoede nemen, beschermen, niet weggooien. Je bewaart wat je liefhebt en wat herinnert aan wat je liefhebt. Maar de tweede betekenis is bars. Je bewaart ook waar je een hekel aan hebt: dat neem je in hechtenis, berg je op, ver uit het zicht. Criminelen bijvoorbeeld neem je in bewaring. En in de Tweede Wereldoorlog was de 'bewariër' de persoon aan wie joden vòòr hun deportatie hun bezittingen in bewaring afstonden. Zonder veel kans overigens om deze later weer terug te krijgen.

Bewaren, een metersgroot tweeluik van de Nederlandse kunstenaar Toon Teeken (1944) in de Commanderie van Sint-Jan, leunt op beide gedachten. Het stelt vier reeksen voor van acht vormen, die over horizontale lijnen verdeeld het doek in beslag nemen. Sommige vormen zijn herkenbaar - als stoel, mes, bloem, kist en nijptang - sommige ook niet. Eén ding hebben ze echter allemaal gemeen: ze zijn sterk gestileerd, in smeuïge oranje en okergele verf op het doek gezet. Ze zijn 'af', alsof ze stuk voor stuk streng geselecteerd zijn om opgenomen te worden in deze parades. Iedere vorm keert als een symbool terug op iedere regel, maar in een andere volgorde en tuimelend, zoveel en zover als de kunstenaar dat toestaat.

Teeken werkte twee jaar aan dit doek, van 1990 tot 1992. Het is de precisie waarmee hij vormen kiest en uitbeeldt, die dit schilderij kenmerkend maakt voor de rest van zijn oeuvre. Bewaren ziet eruit als een onherkenbaar gecomponeerd handschrift, maar toch alsof het altijd zo heeft moeten zijn. Het schilderij hangt achter in een zaal met gitzwarte plavuizen, aan het eind van de tentoonstelling met 18 olieverfschilderijen en 25 gouaches van Teeken in de Nijmeegse Commanderie.

Toon Teeken komt uit Heerlen en volgde zijn opleiding eerst aan de Stadsacademie voor Toegepaste Kunst in Maastricht en later aan de Jan van Eyck-Academie. Zijn eerste tentoonstellingen hield hij onder anderen met streekgenoot Fons Haagma in het Bonnefantenmuseum. In de Randstad is zijn werk sinds 1985 regelmatig bij galerie Collection d'Art te zien.

Expressionistisch werd Teekens werk van vroeger genoemd en er werd gewezen op verwantschappen met Baselitz en andere 'wilde' schilders. Maar van wild schilderen en expressionisme is geen sprake meer, blijkt in Nijmegen. Je zou wat Teeken maakt nog het best kunnen omschrijven als constateren. Teeken schrijft zijn beelden op het linnen als een kalligraaf zijn letters op papier. Dat zijn beelden onderling veel verwantschap vertonen, is dan ook niet verwonderlijk.

In de twaalfdelige serie Noteren, waar Teeken sinds 1992 aan werkt, is de indeling van het doek zijn uitgangspunt. Steeds is er een diagonaal die rust op een horizontale balk. Deze balk geeft het schilderij het aanzien van een sokkel, waarboven een vrouwefiguur kan zweven, een hondekop, een masker of een ijle serpentine. Herkenbaar is soms alleen de titel van het doek: 'November' of 'Februari' of 'Augustus' duidt alleen op abstract op elkaar afgestemde kleuren en vormen. En toch zorgt bijvoorbeeld 'November' voor een vlaag winterweer in je neus. Op een pasteus aangebrachte grijze ondergrond, die doorsneden wordt door zwarte lijnen, kronkelt zich een hemelsblauw lint, als het touwtje van een ballon die in de lucht wordt los gelaten. Zo kraakhelder van kleur als het lint is, kan alleen de lucht in de winter zijn.

De linten komen op meer schilderijen terug, en groupe en in tintelende kleuren op een monochrome ondergrond van grijs, ultramarijn, grasgroen of okergeel. Neem Tomoko bijvoorbeeld. Teeken maakte het in 1994. Op een okergele ondergrond schilderde hij eerst, heel geserreerd, een roze serpentine; vervolgens een wild krioelende zwarte, en ten slotte een voor adem zorgende grijze. In eerste instantie zie je hier alleen labyrinten vol welving en kleur. Maar wie beter kijkt, als het ware door de lagen van slierten heen, ziet een systeem van ruiten en een evenwicht dat een recent doek als Poiein (Grieks voor 'doen, maken') uit 1995 mist.

Hier heeft Teeken de distantie laten varen en over grijze linten heen zijn inmiddels bekende symbolen van hondekop en cilinder geschilderd, om daar nog eens overheen en tussendoor zwarte serpentines af te beelden. Teeken heeft in dit nieuwe werk blijkbaar een synthese tot stand willen brengen, tussen linten en symbolen. Het resultaat is een tour de force die duizelt voor je ogen en eerder naar minder dan naar meer doet verlangen.