Het schimmenrijk van de plof-BV's; Dubieuze faillissementen kosten de samenleving miljoenen

De daders hoeven zich niet te verschuilen, want de strafbare feiten zijn nauwelijks te bewijzen. Hun schuldeisers verdwalen in de 'kerstboom' van failliete BV's, die frauderende zakenlieden als dwaal- spoor achterlaten. Portret van 'potje Plof': de handel in plank-BV's. Onnozele strolieden, slimme sterfhuizenbouwers en dubieuze debiteuren.

Voor tweeduizend gulden per maand en een tweedehands lease-auto was hij directeur van wel veertig bedrijven. Allemaal besloten vennootschappen. En vaak van BV's waar 'mannen achter de schermen' van tevoren wisten dat de onderneming gauw zou 'omvallen'. Potje plof is een koosnaam die handelaren aan dat soort BV's geven. Geld en bezittingen zijn eruit, verplaatst naar een andere BV, de restanten kwijnen weg in het sterfhuis. De schuldeisers, met de fiscus voorop, hebben het nakijken. 'Directeur' Van Ruler hoefde van zijn opdrachtgevers niets te doen, alleen zo nu en dan een handtekening zetten onder stukken voor de Kamer van Koophandel: bestuurswisselingen, statutenwijzigingen. Activiteiten die later de opsporingsinstanties, de schuldeisers, de fiscus en de curator op een dwaalspoor moeten brengen.

Sinds kort geniet Kors van Ruler (53) weer van z'n vrijheid. Hij heeft een half jaar vastgezeten in Overloon, een half-open strafinrichting. Zijn moeder van tachtig, bij wie hij woont, kwam hem vrijwel elk weekeinde in de gevangenis opzoeken. Van Ruler zat vast in verband met BTW-fraude. Een 'carrousel'-fraude, waarbij hele partijen cassettebandjes tussen België en Nederland heen en weer werden gereden zonder dat in één van de landen BTW werd afgedragen, liep vast. “Een van de deelnemers eiste méér geld.” Droogjes: “Altijd hetzelfde liedje.”

Van Ruler, die HBS-A volgde en belastingadviseur werd, is al negen jaar persoonlijk failliet. Hij werd ooit 'getild' door een compagnon in de bakstenenbranche. De malheur is nog niet voorbij. De Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (Fiod) en de Economische Controle Dienst (ECD) hebben hem in de gevangenis ondervraagd over 38 failliete of bijna failliete bedrijven, uiteenlopend van ondernemingen in autoschade tot bestratingen. Daarbij stond Van Ruler steevast als eenzaam aandeelhouder en bestuurder geregistreerd. Zijn persoonlijke curator dreigde hem al eens met een gepeperde rekening toen bleek dat hij bij twintig bedrijven als directeur/aandeelhouder stond ingeschreven. “Twintig maal veertigduizend gulden, jij moet acht ton per jaar verdienen!”, concludeerde de curator. Van Ruler ontkende. Naast een bescheiden maandinkomen als stroman zou hij hooguit wat aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden genieten: met zijn opdrachtgevers mee naar dure restaurants. “Heb ik dat ook eens meegemaakt, verder wil ik nooit opvallen. Ik háát recepties.”

Hij wordt verdacht van valsheid in geschrifte, maar volgens zijn advocaat is die beschuldiging boterzacht. Ruler: “Mijn opdrachtgever beweert dat ik katvanger (stroman; red.) was. Daar klopt absoluut niets van; ik heb nooit problemen gehad met de fiscus of met crediteuren. Ze proberen mij op een goedkope manier overal voor te laten opdraaien.”

Bankbreuk

Sinds twee jaar maken justitie, politie, de Fiod en de ECD serieus werk van het dubieuze BV-circuit. Andere vormen van criminaliteit smeekten lang om méér aandacht. Maar oplichting, valsheid in geschrifte, flessetrekkerij en vooral bedrieglijke bankbreuk laten zich moeilijk bewijzen. Als het om “georganiseerde fraudes” gaat, is de informatie bij de verschillende opsporingsinstanties bovendien sterk versnipperd.

“Omvang en ernst van de fraudes hebben zorgelijke vormen aangenomen”, concludeert de werkgroep Fraudepreventie Rijnmond in een recent, nog vertrouwelijk rapport. Zij heeft op initiatief van de Werkgroep Misdaadanalyse van de Recherche Advies Commissie mogelijkheden onderzocht om deze fraudes te beteugelen. “Veel georganiseerde fraudes worden gepleegd met behulp van het misbruik van besloten vennootschappen”, stelt de werkgroep, die vanaf 1993 als experiment in de Rijnmond informatie van onder andere Justitie, de Kamer van Koophandel en de Regionale Criminele Inlichtingendienst verzamelde. Landelijke gegevens zijn er nog niet. Over fraude in het bonafide bedrijfsleven ontbreekt de kennis helemaal. “Over calculerende burgers weten we inmiddels heel veel, over calculerende ondernemingen veel minder”, stelt het rapport.

“Er is in de BV-wereld sprake van een complex samenspel tussen legale en illegale activiteiten”, zegt directeur mr. C.J.A. Schouten van de ECD. “We kennen de daders, maar moeten zoeken naar de strafbare feiten. Dat is omgekeerd aan het klassieke recherche-onderzoek. We moeten bovendien enorm oppassen voor het criminaliseren van mensen.” Een CRI-wetenschapper, die nauw bij het onderzoek in de Rijnmond was betrokken: “Ik vind de toestand behoorlijk zorgelijk. Het is bij uitstek een gebied waar boven- en onderwereld elkaar ontmoeten. De grens tussen het bonafide en het malafide circuit is zeer discutabel. In elke regio is wel een notaris te vinden die het zeer ruim neemt.”

De besloten vennootschap is door de beperkte persoonlijke aansprakelijkheid een aantrekkelijke rechtsvorm voor misbruik. Bij fraude gaat het vaak om “onttrekking van vermogen” uit de BV, zodat bij een faillissement de schuldeisers het nakijken hebben. Ook worden belastingen en premies ontdoken, via malafide onderaanneming of door het schuiven met vermogens in een 'kerstboom' van vennootschappen. Het werkt zo: de saldi op bank- of girorekeningen worden op nul gehouden, nieuwe machines, computerapparatuur - vaak nog niet betaald - zijn weggehaald en elders opgesteld of verkocht, sociale premies zijn gedurende lange tijd niet afgedragen, evenmin als de omzetbelasting, EG-subsidies zijn ten onrechte geïncasseerd.

Lege BV's, ook wel plank-BV's genoemd, vormen een kwetsbaar reservoir omdat bij overname door een derde een verklaring van 'geen bezwaar' niet vereist is. Bij de oprichting van een nieuwe BV stelt Justitie wèl een antecedenten-onderzoek in. “Daardoor kan er met name voor malafide praktijken een levendige handel in ontstaan”, aldus het Rijnmond-rapport. In Nederland duurt het 10 tot 13 weken voordat een vennootschap is opgericht. Lege BV's evenwel kunnen snel worden geleverd, de kosten zijn laag (tussen de vijf- en tienduizend gulden) en er hoeft geen veertigduizend gulden te worden gestort. Het nadeel van een nieuwe BV is dat de oprichters hoofdelijk aansprakelijk zijn. Bovendien: wie eenmaal failliet is, moet jaren wachten voordat hij van Justitie toestemming krijgt voor de oprichting van een nieuwe BV.

Buitenlandse rechtspersonen boden lange tijd volop mogelijkheden om de Nederlandse wet te omzeilen. Daarbij gaat het vooral om Antilliaanse NV's, Engelse Limiteds en zogeheten Delaware-corporations. Deze laatsten zijn statutair in de Amerikaanse staat Delaware gevestigd, maar zijn wat de dagelijkse handelingen betreft zuiver Nederlands. Bij de vestiging van een buitenlandse maatschappij wordt niet of nauwelijks antecedenten-onderzoek gedaan.

In het Rijnmond-onderzoek bleek maar liefst tachtig procent van de ingeschreven buitenlandse vennootschappen dubieus. “Hoewel aan dit hoge percentage geen algemeen geldende conclusie kan worden verbonden, is het als indicatie een vrij schokkend gegeven”, aldus de onderzoekers. Aan 651 onderzochte rechtspersonen - voor het grootste deel BV's - waren 914 natuurlijke personen verbonden. De groep stond geregistreerd voor 730 strafbare feiten, variërend van mishandeling, diefstal tot rijden onder invloed. Wanneer de verkeersmisdrijven buiten beschouwing werden gelaten, bleef er een groep van 69 personen over die gezamenlijk verantwoordelijk waren voor 694 strafbare feiten. “Het merendeel van de groep is stevig verankerd in het criminele milieu en is voor wat strafbare feiten betreft van alle markten thuis. Een groot aantal personen kan worden omschreven als gewoontefraudeurs, katvangers en handelaren in vennootschappen.”

Kroontje

De handelaren zelf noemen zich het slachtoffer van de mythologie rondom de BV's. Op zichzelf is de handel immers volstrekt legaal. Naast de circa tien particuliere handelaren 'doen' ook de handelsbanken in rechtspersonen. Zo heeft Staal Bankiers in Den Haag een afdeling 'bijzondere transacties' die zich met de in- en verkoop van rechtspersonen bezighoudt. De activiteiten omvatten onder meer de aankoop van houdster-vennootschappen van directeur-grootaandeelhouders. “Er mogen alleen effecten en liquide middelen in zo'n rechtspersoon zitten als we hem overnemen. We willen als bank geen risico's lopen”, zegt mr Monique Weglau, onderdirecteur van Staal. “We houden de vennootschappen eerst een paar jaar aan en verkopen ze dan boven de intrinsieke waarde.” Voor een dergelijke gecontroleerde BV wordt gemiddeld 11.000 gulden betaald.

Jan Kooy, één van de grote particuliere handelaren, reageert geërgerd: “Staal bankiers versiert het briefpapier met een chique kroontje. Dan is het goed. Als wij het doen is het direct dubieus. Ik heb nooit getruct, ik ben geen tiller. Maar ik ben wel besmet.” Zijn diepbruine gezicht steekt af bij zijn lichtbeige ruitjeskolbert. “Net terug uit Jamaica”, zegt hij monter. Kooy heeft plezier in het leven, hoewel een gekneusde rib voor het moment even de pret drukt. Zijn visitekaartje meldt als bezigheid: Genietoloog. Hij legt uit: “Heerlijk feesten met vrienden in de sauna, lekker toch.” Laat een foto van zijn vrouw zien, naar zijn zeggen ooit secretaresse van de Hongaarse communistenleider Kadar. “Ziet er goed uit, hè?” Hij schakelde vaak de heel wat blekere Van Ruler in om op te kopen BV's op belastingschuld door te lichten, zoals Van Ruler zelf zegt. Jan Kooy heeft een dikke boterham verdiend met de handel in lege BV's. Hij doet tegenwoordig vooral in onroerend goed en project-ontwikkeling, maar heeft nog altijd de nodige BV's “op de plank liggen”. Kooy opereert vanuit een als kantoor ingericht appartement in Bilthoven onder de naam Stichting Bedrijfstechniek, voorheen Stichting Realisatie Bedrijven. Ingewijden melden dat hij echter weinig bedrijven heeft gerealiseerd.

Trots wijst Kooy naar de badkamer die dienst doet als archief: keurig in hangmappen geordend liggen er vierhonderd BV's die hij de afgelopen tien jaar heeft verhandeld. In zijn kantoor prijkt nog een reeks ordners waarin nog eens enkele honderden verhandelde BV's zijn opgeborgen. Kooy heeft er de afgelopen jaren wel achthonderd aan de man gebracht. “Ik was de eerste die er mee begon en ben er groot in geworden.” Hij kwam bij toeval in deze handel terecht; na een faillissement in de bouw, waarbij hij 3,8 miljoen “pietermannen” verloor, had hij een nieuwe BV nodig. Van het één kwam het ander.

Sommige van Kooys BV's kwamen bij gerenommeerde multinationals terecht als papieren onderdak voor een uitvinding; andere BV's zijn beland bij medewerkers van de Octopus-drugsbende. “Dat bleek achteraf”, vertelt Kooy die en passant telefonisch enkele “bekende accountantskantoren” te woord staat die naar een BV informeren. Met vrienden maakt hij opgewekt een afspraak voor een 'pokertje'.

“Tachtig procent van de mensen die mij bellen, hebben een faillissement achter de rug. Zitten te tobben. De overige twintig procent zijn grote bedrijven die een BV op de plank willen hebben liggen. Ik discrimineer als de hel, ik wil absoluut geen zaken doen met criminelen.” Niettemin komen er wel eens verdachte Russen in nette pakken op bezoek, die à la minute een BV'tje nodig hebben. Tijdens ons gesprek komt toevallig een vroegere bankdirecteur op bezoek, bij een grote bank ontslagen omdat hij 'te diep in de sigarenkist' had gegrabbeld. Hij kondigt aan plannen te hebben om “in fusies” te gaan.

Tartarus

Kooy koopt de BV's voor 4.000 à 6.000 gulden en doet ze voor 11.000 à 12.000 gulden van de hand. Vroeger waren de marges nog groter. De ECD heeft sinds vorig jaar oktober tien specialisten die zich met zogenoemde organisatie-criminaliteit bezighouden: criminele activiteiten via holdings, vennootschappen, stichtingen etc. Op dit moment zijn er twee grote onderzoeken naar BV-handel aan de gang. Vanuit Zeist opereert een rechercheteam onder de welgekozen codenaam Tartarus, 'Schimmenrijk' in de klassieke mythologie. Het team onderzoekt nu de faillissementen waarbij Kors van Ruler betrokken was. Vier gevallen van dubieus bankroet zijn onder het vergrootglas gelegd, waaronder die van vennootschappen rondom het mailing- en automatiseringsbedrijf APM in Zoetermeer. De inmiddels vertrokken loterij-directeur L.(Leo)A.M. van Gastel was er aandeelhouder toen het de eerste contracten sloot met de Staatsloterij. Ondanks de financieel sterke opdrachtgever ging APM failliet. Volgens betrokkenen door de sponsoring van een racingteam op het circuit van Zandvoort, waarbij de echtgenotes van enkele aandeelhouders achter het stuur zaten. De failliete BV werd enkele malen verhuisd en kwam via Amersfoort en Almere in Gorinchem terecht. Een schuldeiser raakt zo gauw het spoor bijster. Maar sinds enige tijd is deze BV onder een iets gewijzigde naam weer actief onder leiding van een vroegere stafmedewerker, maar wel met enkele tientallen personeelsleden minder.

Andere aandeelhouders zijn inmiddels in het kader van Tartarus verhoord over een reeks van faillissementen. Onder hen bevond zich Eric Pouw van BloemFontein Belastingadviseurs in Breda. “Tijdens de verhoren kwam helemaal geen hard materiaal op tafel. Ze zeiden: meneer Pouw, 'u bent multi-miljonair geworden met het leegroven van bedrijven. Ik zei: onzin, ik héb helemaal niets'.” Pouw handelt in BV's en doet in sterfhuisconstructies: hij zorgt voor snelle overnames van slecht lopende bedrijven, benoemt er een directeur die de klappen opvangt en handelt het faillissement af. Als aandeelhouder van het oude APM verloor Pouw na het faillissement tonnen, evenals waarschijnlijk de loterij-directeur. Ferm: “Als je geld kwijtraakt moet je het goed doen. En niet zeuren over een paar ruggen. Hier geldt de wet van de grote getallen. Leo en ik zitten er beiden voor tonnen in. In de markt waarin ik opereer, is dat helemaal niets. Tweemaal helemaal niets!”

Hij heeft een voorraad van enkele honderden BV's die hij voor 12.500 gulden per stuk verkoopt. Zelf omringt hij zich met BV's als Krefima Nederland BV, Almanij BV, Gertsen Holding BV en Bloemenheuvel Beheer BV, Fluwijn BV. De namen staan op een soort touwladder naast de deur van zijn kantoor. Juist Pouw heeft de afgelopen jaren veelvuldig gebruik gemaakt van Van Ruler, die hij een “katvanger” noemt. Via de kleine zaken-annonces in De Telegraaf bood hij geruime tijd ondernemers in geldnood “een unieke sterfhuisconstructie” aan. “Bijna failliet? Met onze constructie draait u met uw bedrijf probleemloos verder.”

Sterfhuis

Pouw is één van de zakenlieden waarmee de ECD een appeltje te schillen denkt te hebben. Maar Pouw is niet onder de indruk. “Ik heb geen eigendom. En alleen eigendommen kunnen in beslag worden genomen. Ik rij wel al dertien jaar in een Porsche. Dat is het enige exorbitante dat ik me permitteer.” Zijn gehuurde kantoor aan de rand van Breda oogt modern. Veel glas en houtwerk in mint-groen. De wanden zijn rijkelijk voorzien van Cobra-kunst. Zijn gezin woont in de luwte, even over de grens in België. Zijn Porsche was lange tijd voorzien van een Duits kenteken “omdat ik toen in Düsseldorf woonde”.

Over zijn sterfhuizen wil hij niet veel zeggen: “Elk sterfhuis is weer anders, heeft z'n eigenaardigheden. Dat vraagt maatwerk.” Maar toch: “Je moet secuur plannen. Als men van het strakke draaiboek afwijkt, heeft dat onmiddellijk juridische en technische consequenties. Het gaat bij voorkeur om bedrijven met tussen de vijf en vijftien mensen in dienst. Maar ik heb soms ook bedrijven met driehonderd man in dienst. Ik werk er drie tot vier per maand af.” De ene keer treedt Pouw als aandeelhouder op, dan weer als organisator of handelaar en soms ook als directeur. “Je hebt redelijk verstandige curatoren, maar ook figuren die nog nooit van hun leven een faillissement hebben behandeld. Je kijkt bij het opzetten van het sterfhuis naar het actief, het passief, de schuldpositie. Wij nemen de coördinatie in handen en schakelen registeraccountants en advocaten in. Met het sterfhuis is niets mis, kijk maar naar Ogem, naar DAF.” Over zijn zakenrelaties: “Ik acteer zelfstandig, maar doe wel zaken met Jan Kooy en Chris van Maarseveen, uitsluitend voor het aankopen van lege vennootschappen. Anders dan zij heb ik me nooit ingelaten met project-ontwikkeling. Ik probeer zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven; ik ben geen Joep van den Nieuwenhuyzen.”

De Utrechtse zakenman Chris van Maarseveen, buurman van Jan Kooy in Berg en Bosch en koning van een uitgestrekt BV-rijk, wordt al tijden achterna gezeten door de belastingdienst. De fiscus hoopt in hoger beroep een deel van minstens vijftig miljoen gulden belastingschuld te kunnen vorderen. De loodgieterszoon omringt zich met wel honderd lege BV's met potsierlijke namen als Essialb, Snamelloh, Nampok, Knilor - namen die meestal van achter naar voor dienen te worden gelezen. Hij maakte jarenlang handig gebruik van onroerend goedmaatschappijen met vervangingsreserve. Maatschappijen die hun eigendommen afstoten mogen de fiscale winst vier jaar lang belastingvrij behouden, om te herinvesteren in nieuw bezit. Die fiscale winst heet de vervangingsreserve. Tegenover de gehele meeropbrengst uit de verkoop staat een vervangingsplicht. Is die 'winst' na vier jaar niet opnieuw geïnvesteerd, dan heft de fiscus er alsnog vennootschapsbelasting over. In Van Maarseveens sluikhandel met vennootschappen werden de activiteiten van de vele BV's zo door elkaar gehusseld dat de fiscus het spoor bijster raakte. De vervangingsreserve smolt als sneeuw voor de zon.

Monnikenwerk

Curatoren hebben het maar moeilijk in dit spel. “Wacht even, ik pak er nog een stapel bij”, zegt curator mr. G.A.M. de Vries uit Woudenberg wat vermoeid. Hij is curator van 'katvanger' Van Ruler en staat het Tartarus-team bij namens een handvol collega's die met de faillissementen van Van Ruler en Pouw te maken hebben gekregen. “Dit gedoe duurt nu al bijna tien jaar”, aldus De Vries. “Aan zeker tweehonderd faillissementen zit een luchtje. Alleen met grove middelen, zoals het laten gijzelen van de betrokkenen, kun je nog wat geld of goederen achterhalen. Ergens een auto in beslag nemen of zo. Er zit geen rooie cent actief meer in die bedrijven. Bij de heren valt weinig te plukken, zelfs de onderbroek is niet van hunzelf. Je bent meer rechercheur dan curator; het is monnikenwerk.” En slecht betaald bovendien; de vergoeding van een curator is afhankelijk van het bedrag dat hij voor schuldeisers weet te innen.

De schade door dubieuze handel in BV's is moeilijk te schatten: de niet-betaalde rekeningen na dubieuze of georganiseerde faillissementen belopen tussen de 50.000 en zoals bij APM-Zoetermeer 3,5 miljoen gulden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag onderzoekt om de twee jaar alle faillissementen. Daarbij bleek dat het totaal aan onbetaald gebleven rekeningen van de in 1992 beëindigde BV's anderhalf miljard gulden bedraagt. De gegevens over 1994 worden momenteel verwerkt, maar één van de betrokken onderzoekers rekent voorzichtig voor: “In 1994 waren er bijna 6700 faillissementen. Gemiddeld is er per faillissement 6 ton schuld, dat betekent dus dat we uitkomen op een totaal van iets meer dan 4 miljard gulden.”

Een gedupeerde leverancier aan BBG Factoring kenschetst Pouw als “het prototype van de geslaagde zakenman. Een rijzige gestalte, intellectueel brilletje, Society Shop-kostuum.” De man zegt: “Het stinkt naar sterfhuis. Pouw heeft een slimme truc toegepast ten koste van zijn leveranciers en ziet er blijkbaar brood in om die truc aan anderen te verkopen. Het klopt wel, maar het deugt niet.” Pouw ziet niets verkeerds in zijn hulpvaardigheid: “Voor crediteuren is een faillissement natuurlijk zeer onaangenaam. Met sommige klanten probeer ik een regeling te treffen, inderdaad rolt er dan soms een sterfhuisconstructie uit.”

In zijn circustent in het Bois de Boulogne roept Jean-Marie Le Pen, tussen de wapperende Franse vlaggen tot tienduizend aanhangers: “Als wij tegen het eind van deze campagne naar de sterren kijken en ons een ogenblik afvragen wat de zin van dit bestaan is, wat wij hebben gedaan voor wij ons aan de hemelpoort melden, dan is er hoop. Niet alles is voor niets geweest. Want wij hebben onze liefde en onze vriendschap in daden omgezet. Wij eren onze ouders en voorouders die hun leven hebben geofferd voor de vrijheid en de glorie van de Franse Republiek. Waarde landgenoten, de strijd om Frankrijk is begonnen. Wij laten ons nooit ontmoedigen. Frankrijk staat op het punt massaal op het Front National te stemmen.”