Het open en het gesloten Frankrijk vechten het bij de verkiezingen uit; Op zoek naar een menselijke vorst

De Fransen rekenen morgen in het stemhokje af met veertien jaar socialisme - de jaren waarin het savoir-vivre het heeft afgelegd tegen het gewin als levensdoel. Vorige week nog wisten dertig procent van de Fransen niet op wie zij zouden stemmen. Chirac, Balladur, Jospin: geen van drieën heeft het Franse onbehagen kunnen wegnemen. Frankrijk houdt van de toekomst, als die maar lijkt op het verleden. Verkiezingen tussen angst en tevredenheid.

Bloesem en zacht gefilterd zonlicht geven de moestuin van Maurice en Marie Clotteau een dromerig aanzien. De lente verwarmt hun ouder wordende gezichten. Zij hebben het nog druk. “Wij moeten een tuin van 22 hectare bijhouden”, grinniken Marie (70) en Maurice (74). Dat is wat over is van hun boerderij La Guignaudais. In de heuvels buiten Bain de Bretagne begeert niemand meer een boerenbedrijf. De kinderen zijn buschauffeur en kledingverkoopster. De boer en de boerin rest niets anders dan doortuinieren tot de dood er op volgt.

Het Frankrijk dat altijd stormloopt tegen de Europese landbouwpolitiek en de vrijhandelsdwang van de Amerikanen, dat bange, naar binnen gekeerde land wordt hier opeens begrijpelijk. Dit zijn geen provincialen, voor wie Parijs al het eind van de wereld is. De Clotteaus kijken terug op een leven hard werken en vragen zich af waar het goed voor is geweest. Zij voelen zich gewichtloos, maar klagen niet.

Marie: “In de zomer is het hier mooi, maar de winters zijn zwaar. Wij kunnen ons weinig veroorloven. Vaak zeggen wij: laten we vandaag maar aardappelen eten. Als er oorlog komt zijn de mensen blij als er nog boeren zijn. Verder hebben zij ons niet meer nodig. Ik treur er niet om. Je kunt niet iedere dag huilen.” Maurice: “Je moet vrolijk leven. Wat kun je anders? Het boerenbedrijf is een fabriek geworden, dat is niets voor een familie.”

Bij een glas rode wijn-zonder-jaartal praten zij met een buurman over de dingen van alledag. Raymond Cormier (71), die uit zuinigheid in de stad is gaan wonen terwijl zijn boerderij staat te vervallen: “Voor ons is de wereld voorbij. Wij geven niets door aan de volgende generatie. De Fransen met het geld vinden ons een stel mafkezen.” Maurice, vriendelijk lachend: “Ik weet niet op wie ik ga stemmen. Het is allemaal gekonkel.” Raymond: “Ik heb veel op Chirac gestemd, maar nu heb ik geen idee. Dat ben ik niet gewend.”

'Les années fric', het tijdperk van het snelle geld, is een begrip dat veel terugkomt in gesprekken met Fransen. Iedereen wijt de algemene onverschilligheid en de corruptie onder politici van alle partijen aan de on-Franse opmars van het gewin-als-levensdoel. Het Franse savoir-faire en savoir-vivre gingen altijd om andere waarden: vriendschap, trouw, familie, een fel maar vriendschappelijk gesprek, de schoonheid van een redenering, een vrouw, een maaltijd als een symfonie van Saint-Saens. Natuurlijk moest iedereen af en toe een centje verdienen, maar de baas, vaak de overheid, zorgde voor zekerheid.

Die illusie is voorbij. Juist in de veertien jaar waarin een socialist president van de republiek was, heeft het geld zijn heilloze zegetocht gemaakt. Ministers in de gevangenis, burgemeesters na tientallen jaren van hun troon gevallen, niemand meer te vertrouwen. Of het nu gaat om bedrijf, school of dorp, de strijkstok is vooral bekend als instrument waar iets aan blijft hangen.

Frankrijk doet op grote schaal mee, handigheid bij het bedingen van een pot-de-vin (het smakelijke Franse woord voor smeergeld) is wijdverspreid. Frankrijk is er verre van trots op. Niet iedereen is gezwicht voor de verleiding, ook in de politiek niet. “Het is een van de grote mythes van deze jaren, dat de politiek corrupt is”, zegt vooraanstaand politiek commentator Alain Duhamel. “De grote meerderheid van de Franse politici is niet corrupt. Frankrijk is niet het schoonste land van de wereld, maar het wordt beter dankzij de recente, vrij intelligente wetgeving.”

Duhamel heeft 44.000 exemplaren verkocht van zijn nieuwste boek La politique imaginaire (uitgeverij Flammarion, 1995) dat afrekent met een aantal clichés over de Franse politiek. Volgens hem is een ander stereotype dat de Fransen zich afwenden van de politiek. “De kijkcijfers voor politieke programma's zijn de laatste tijd verdubbeld. Maar Fransen zijn van oudsher instabiel en onsamenhangend in verkiezingstijd. Daar komt bij dat het klimaat sinds 1968 nog nooit zo rechts is geweest. De werknemers zetten zich daarom nu maar vast in beweging. Zij verwachten kennelijk weinig van de komende president. Die zal een korte witte broodstijd genieten.”

D uhamels stellingen doorstaan de test van de werkvloer. Bobigny is niet het Parijs waar Nederlanders met de paasdagen naar toe gaan. Iedere ambitie tot ruimtelijke ordening is hier opgegeven. Waar de boulevards recht en de flats hoog zijn, sieren de namen van Lenin, Joeri Gagarin of Nelson Mandela de straatborden. Een van de grote plaatselijke werkgevers is het postsorteercentrum van het departement Seine-Saint-Denis. De belangrijkste bijzonderheid van het centrum is dat er al tien dagen geen post wordt gesorteerd.

De stakingswachten zien er uit als verzopen katten, al schuilen zij onder een onhandig tentzeil. Een berg steenkool voor de potkachel geeft aan dat zij rekenen op een lange zit. Bij de Franse posterijen moeten de komende jaren honderdduizend van de driehonderdduizend mensen weg, denken de bonden. Drie keer per dag bezorgen is in de meeste landen een verhaal van vroeger. Specialisatie, flexibele werktijden en afroepcontracten zijn nu de sleutelwoorden bij La Poste. De markt is de meetlat. Staken het antwoord. Onder andere in Bobigny.

In een kaal kantoortje zitten vijf mannen bij elkaar. Zij hebben jassen aan, één draagt ook een pet. Hun bond, de SUD (solidarité, unité, démocratie) bestaat acht jaar en organiseert uitsluitend werkers bij de post en de telefoondienst. “Wij willen een open en tolerante bond zijn. We hebben al genoeg geleden onder trotzkisten en andere etiketten-plakkers.”

Jean-Claude (36), Philippe (33), Jean-Louis (35), Fifi (33) en Jacques (31) zijn het heftig met elkaar eens dat de posterijen een openbare dienst moeten blijven, en dat werknemers van de post hun ambtenarenstatus moeten behouden. De laatste jaren zijn in Bobigny 63 vaste banen vervangen door los werk zonder rechtspositie. Voorlopig biedt de directie maar twee banen. De strijd gaat door.

Zo eenstemmig als de sorteerders zijn over de noodzaak de posterijen uit de handen van het koele kapitalisme te houden, zo verschillend denken zij over de politieke gevolgen. Op wie gaan zij zondag stemmen? Jean-Claude: “Ik weet het niet, op een van de linkse kandidaten. Normaal zou ik in de tweede ronde op Jospin stemmen, àls de socialisten zich aan hun beloftes hadden gehouden. Mitterrand is niet aansprakelijk voor alle ellende in dit land, maar hij heeft het wel erger gemaakt. Wij zien hier op ons werk wat er met dit land gebeurt: zij bellen vaders van gezinnen een half uur van te voren, om op uurbasis van vier uur tot acht uur 's ochtends te komen werken. Handig als het druk is. Ik ben geen nationalist, zoals Le Pen en De Villiers. Ik wil een open Europa, maar het moet wel een sociaal Europa zijn.”

Philippe Chamek (40) is van Algerijnse afkomst. Hij is lid van de Parti Socialiste en vindt dat zijn collega's ook op Lionel Jospin moeten stemmen. Anders moet Frankrijk over twee weken kiezen tussen rechts en rechts. “Als dat zo is schiet mij een kogel door mijn kop.” Fifi stemt op de ultra-linkse Arlette Laguiller of de groenlinkse Dominique Voynet. Over de tweede ronde kan hij niets beloven. Jacques, een stille man met bebop-haar, weet niet wat hij zondag doet. In de tweede ronde, over twee weken, zal hij Jospin stemmen, maar zonder enige vreugde: “Sinds '81 heb ik veel hoop verloren.”

Philippe mag blij zijn dat hij kan stemmen. Hij is in Frankrijk geboren en heeft een Franse moeder. Sinds het aannemen van de wet-Pasqua (minister van binnenlandse zaken van premier Balladur) is het niet meer genoeg in Frankrijk te zijn geboren om een Frans paspoort te krijgen. “Pasqua, c'est la catastrophe. Het is al zo moeilijk thuis te raken in Frankrijk. Algerijnse jongeren interesseren zich totaal niet voor de Franse politiek. Zij merken niet dat de verkiezingen iets voor hen kunnen uitmaken. Dat is vreselijk. Zij hebben geen echt burgerschap gekregen.”

Jean-Claude: “Het ergste is dat het afglijden naar privatisering onder de socialistische regering is begonnen. We maakten zogenaamd verlies. Maar de post was helemaal niet verliesgevend. Toen er nog geen privé-diensten werden toegelaten, verdienden wij ook op de rendabele routes. Daarmee maakten wij de goedkope brief voor die mevrouw ver weg in de Lozère en die meneer op Corsica mogelijk. De posterijen willen zes- van de achttienduizend postkantoren sluiten. Begrijp je wat dat betekent? Dat kost niet alleen duizenden banen. Dat is het eind van duizenden dorpen. Zonder post is er toch geen leven?”

A ngst voor de leegte is een van de verscholen thema's van deze verkiezingen. Voor een leven zonder werk, zonder dak, zonder toekomst. Voor een Frankrijk dat leegloopt, voor la désertification de la France, terwijl het actieve leven zich concentreert rond de grote stedelijke knooppunten Lille, Parijs, Lyon, Marseille, Nice, Toulouse en Bordeaux.

Edouard Balladur en zijn minister Pasqua, hebben twee jaar dorp en land afgereisd om een nieuw plan voor de aménagement du territoire - de inrichting van het land - te presenteren. Ruimtelijke ordening gaat in Nederland om het organiseren van de volte, vijfhonderd kilometer verder naar het zuiden begint het temmen van de leegte. Weinig bewoners van dat verlaten Frankrijk werden er koud of warm van. Het bleef: meer taken voor de lagere overheden, voor amper meer geld. Corsica staakte zichzelf een paar weken van de bewoonde wereld weg. En kreeg zijn zin. Niet iedere groene woestijn bezit daarvoor de revolutionaire traditie.

Bij uitzondering is deze verkiezingstijd gekenmerkt door stakingen. Bij de trein, bij de binnenlandse luchtvaartmaatschappij, bij fabrieken van treinen en auto's in de regio. Bij de post. Steeds ging het om redden van werk, redden van ambtelijke zekerheid én om het inhalen van gemiste welvaart.

Antwoorden in geld zijn makkelijker dan beloftes van een evenwichtig gespreid leven in het Franse land. Wie kan miljarden blijven pompen in onrendabele treinen, postkantoren en vliegverbindingen naar het volgende dorp? Het Europa van Maastricht móet daar ook nog een antwoord op geven. De verschraling van een centraal en van oudsher rijk stuk Europa ís een Europese zorg.

Restte dus de looneisen. Die werden op voorhand maar vast ingewilligd door de meeste kandidaten. Beloftes doen minder pijn naarmate je minder kans hebt ze zelf te moeten uitvoeren. Zo leerde Balladur wel meer lessen toen zijn fortuin hem in de steek begon te laten. De lonen op Corsica en in de rest van het land zullen dit jaar zeker meer stijgen dan de Banque de France prudent vindt, wil Frankrijk deze eeuw nog meedoen aan de Europese Monetaire Unie. Dat is dan ook zeer de vraag na deze campagne.

Alle kandidaten met enige kans op winst bedachten een maand of twee geleden dat die EMU toch maar een handig corset was om de binnenlandse losbandigheid mee in te snoeren. Euro-geld was opeens heel urgent. Maar Frankrijk is nog steeds diep verdeeld over Europa. Bij het referendum over het Verdrag van Maastricht in september 1992 stemde de helft min 1 Fransman tegen. Woedende vissers gooiden vorig jaar tonnen wijting, mosselen en schol over straat. Het eeuwenoude Parlement van Bretagne in Rennes ging in vlammen op door een vissersvuurpijl. Steeds weer krijgt Europa de schuld van de werkelijkheid. Europa boezemt veel Fransen pleinvrees, toekomstvrees en concurrentievrees in. Frankrijk houdt van de toekomst, als hij maar lijkt op het verleden.

E en hangar op het vliegveld van Rennes, ver in het westen des lands. Twee goed in het pak zittende veertigers schrijden tussen een paar duizend toeschouwers door naar voren, omstuwd door tv-cameraploegen en jubelende jongeren in bedrukte t-shirts. De nieuwe machthebbers doen de provincie aan. Een voorproefje.

Alain Juppé is nu nog minister van buitenlandse zaken. Hij goochelt als geen ander met VN-resoluties over Bosnië en andere brandhaarden. Hij is dit half jaar voorzitter van de Europese ministerraad en ook nog even waarnemend voorzitter van de grootste politieke partij in Frankrijk, de neo-gaullistische Rassemblement pour la République, de partij van Jacques Chirac. Als het een beetje meezit kiezen de burgers van Bordeaux hem deze zomer als burgemeester. Dan is hij opvolger van de legendarische Jacques Chaban-Delmas die de stad sinds 1947 leidt. Die was ook nog minister-president van '69 tot '72. Dat is precies de combinatie die Juppé hoopt te herhalen.

Naast Juppé loopt de huidige minister van midden- en kleinbedrijf, Alain Madelin, een jongensachtige politicus met liberale opvattingen waar Margaret Thatcher als een sociaal werkster bij afsteekt. Hij wordt getipt voor het ministerschap van financiën en economie. Op dezelfde voorwaarde: het presidentschap van Jacques Chirac.

De twee mannen kunnen de aanstaande triomf moeilijk van hun geoefende gezichten vegen. Op het podium gehesen door fanclub-studenten en enige regionale groten, wuiven zij de uitgelaten zaal toe. Niet te vroeg juichen, gebaren zij, zonder het zelf te geloven. Toen zij deze winter als eersten voor de dolende ridder Jacques Chirac uitkwamen, leken zij hun toekomst te vergooien voor een onduidelijk ideaal, hooguit de trouw aan een eeuwige verliezer met een obsessie voor generaal De Gaulle.

Nu de overwinning binnen handbereik lijkt, smaakt de wraak des te zoeter. Op al die collega's die met een uitgestreken gezicht kozen voor het zondagskind in de politiek, Edouard Balladur, de hoveling die de troon ambieerde. Op die zakenlui en hoge ambtenaren die dachten veilig te gokken op de president van de aanpassing, Edouard I, zijne Aanmatigende Matigheid. Balladur is als kandidaat gestraft voor zijn illusie automatisch naar het hoogste door te kunnen rollen. Hij ligt tien procent achter op Chirac, de rechtmatige erfgenaam van de generaal. Het is verleidelijk extra scherp uit te halen naar die machtsbeluste partijgenoten die hun principes aanlengden om bij de macht te blijven.

Juppé is er te veel vakman voor. Hij verkiest heilig vuur boven het uitmeten van zijn gelijk. “Jacques Chirac heeft als eerste ingezien dat de sociale verscheurdheid van dit land veel ernstiger is dan de profeten van de matiging ons voorhouden. Hij heeft gewaarschuwd tegen de neiging van intellectuelen en technocraten zich neer te leggen bij de vertrouwde denkpatronen die ons al genoeg werkloosheid en maatschappelijke uitstoting van duizenden hebben bezorgd. Hij heeft de moed de stijging van de sociale uitgaven een halt toe te roepen. Jacques Chirac voelt als geen ander aan dat de Fransen verlangen naar eenheid en herstel van de nationale grootheid, hoop voor de jeugd. Hij is de belichaming van Frankrijk.”

Het is een andere man dan de afgemeten diplomaat Juppé, de sublieme meet- en regeltechnicus van Frankrijks armslag in de wereld. Deze man heeft een hart dat klopt voor landgenoten in de verdrukking. Tegelijk rekent hij af met medestanders in het Chirac-kamp die voor een lossere begrotings-discipline pleiten. Kamervoorzitter Philippe Séguin, bestrijder van 'Maastricht', verlangt nog steeds naar een 'andere economische politiek', die zich minder door de methodes van de Bundesbank laat leiden.

Juppé: “Frankrijk is geen angstig, klein land. Wij zijn een grote mogendheid. Dit land heeft zich altijd laten leiden door een geest van verovering en liefde voor de vrijheid. Wij zijn de vierde export-natie van de wereld. Die veroveringsmentaliteit gaan wij Europa inblazen. Jacques Chirac heeft wel degelijk een Europese overtuiging: eenheid maakt sterk (l'union fait la force). Anders hadden we het Gatt-verdrag in 1993 niet naar onze hand kunnen zetten. Een sterk Europa moet op den duur een leger hebben. Het moet geen technocratisch Europa zijn, maar een capabel Europa, met open grenzen.”

En voor het geval de isolationistische elementen in Chirac-land het nog niet hebben begrepen: “Fransen hebben de vrijheid in hun bloed. Zij vallen niet terug op eng nationalisme. Wij zijn dragers van voorbeelden en waarden, die het verdienen te worden uitgedragen. Onze president moet tegen Rusland kunnen zeggen: 'Wat u in Tsjetsjenië doet is in strijd met de mensenrechten'. En tegen Milosevic: 'Genoeg is genoeg, wij tolereren uw politiek niet langer'. Ook dat zal de volgende Franse president zeggen.”

De hangar is niet alleen gevuld met gegarandeerde Chirac-stemmers. Velen wilden wel eens weten wat de mogelijke kopstukken van de volgende Franse regering te zeggen hadden. Het buitenlands-politieke gedeelte raakt hen hoorbaar minder dan de passages over geld en goederen en over 'die arme Jospin'. Wie het wil horen kan vaststellen dat Alain Madelin meer geloof hecht aan 'inverdien-effecten' van belastingverlaging dan de voorzichtige pragmaticus Juppé, die niets belooft en oproept tot enthousiasme tot de eindstreep. Als Chirac begrip kan blijven oogsten bij het angstige, gesloten Frankrijk, en zijn premier straks doorwerkt aan het open Frankrijk, dan is Europa misschien niet eens zo gek af.

H et stadhuisje uit 1882 van Valdoie, in de Franche Comté, tegen Zwitserland aan, puilt uit. Lionel Jospin, de socialistische kandidaat voor het presidentschap brengt een 'republikeins bezoek' aan de bevriende burgemeester. Het halve dorp luistert mee. Twee fabrieken, 350 banen gingen hier de laatste jaren verloren. Dat is veel op een beroepsbevolking van 500. Dankzij Europese subsidie en overschakeling op 'knutselprojecten', zoals de burgemeester dat noemt, zijn weer honderd nieuwe banen gecreëerd. “Wij zijn er trots op dat wij ook, samen met een Duitse zustergemeente, een dorp in Burkina Fasso hebben geadopteerd. Het kan altijd nog erger.”

Jospin oefent delen van zijn wervingstoespraak op dit kleine, toegewijde publiek. Buiten staat een dertigjarige lasser, met een baard van een paar dagen, zo te zien niet omdat het mode is. Hij heeft een ochtend vrij genomen om de kandidaat iets te vertellen, maar hij durfde niet naar binnen. “Die immigranten is jarenlang te veel voorgespiegeld. Die krijgen van alles en nog wat, blijven hier en trekken steun, op onze kosten.” Dat zegt Le Pen ook. “Dat is niks voor mij. Ik ben socialist, uit traditie. Ik geef toe dat Pasqua ook wel eens iets zinnigs zegt, maar toch... Chirac moet ik zeker niet hebben. Die komt niet voor ons op.”

Even later wordt Jospin ontvangen door de burgemeester van Belfort, Jean-Pierre Chevènement, oud-minister van defensie die tijdens de Golfoorlog uit de socialistische regering en partij stapte. Hij is sindsdien staatsman en bestuurder, en leider van de minuscule Mouvement des Citoyens. Hij deelt sommige inzichten met de lasser van Valdoie. Iedereen kan Frankrijk zomaar binnen. De soevereiniteit van de republiek is uit handen gegeven aan Europese technocraten.

Jospin is te dankbaar voor de steun van buiten zijn partij om over verschillen van mening te bakkeleien. Het is een mooi, oud stadhuis waar hij een toespraakje mag houden. Het gaat steeds beter. In de loop der weken wordt het amateurisme van zijn campagne wat naar de achtergrond gedrongen. De verkiezingsleus 'Avec Lionel Jospin, C'est Clair' was kennelijk niet duidelijk genoeg. Sinds een paar weken is het 'Pour une France plus juste'. Het had ook 'La France pour Tous' kunnen zijn, de leus van partijgenoot Michel Rocard bij de laatste Europese verkiezingen. Maar toen Rocard vorige zomer als partijleider werd gewipt, pikte Chirac de vacante leus en doet er inmiddels goede zaken mee op de kiezersmarkt.

“Het is een fictie dat Fransen zo rationeel, zo Cartesiaans zijn”, zegt commentator Alain Duhamel. “Ondanks alle prachtige programma's en uitgewisselde onvriendelijkheden, overheersen bij dit soort verkiezingen de emoties. De betekenis van het presidentschap wordt daarbij soms overschat. In de meeste binnen- en buitenlandse keuzes is hij minder autonoom dan veel mensen denken. De president kan niets doen aan de rente, de groei, en weinig aan de franc. Maar het presidentschap is nodig voor de politieke samenhang van het land. Hoe minder autonomie wij hebben, hoe sterker de behoefte aan iemand die er nog iets van maakt.”

De keus tussen Chirac en Balladur, die fatsoenlijk rechts in Frankrijk verscheurt, is volgens Duhamel niet principieel. Het zijn keurige heren, bourgeois, maar geen van beiden patriciër. Chirac is netjes getrouwd en Balladur is een snob. Beiden hebben voor Pompidou gewerkt en zijn lid van dezelfde partij. Zij hebben veel politieke punten van overeenkomst. Hun plannen verschillen niet sterk, hun karakters des te meer. En hun methode.

“Chirac is een bonapartist, die spoort zijn troepen aan, zoekt steeds steun bij het volk en zal meer durven. Hij is wilder in zekere zin. Balladur is klassieker, iemand die denkt dat er altijd een elite is die het volk de weg wijst. In Europees opzicht zal Balladur taai en coherent zijn. Chirac zal er niet voor terugdeinzen in het belang van Frankrijk crises uit te lokken, die kunnen worden bezworen, maar niet makkelijk. Voor de Verenigde Staten zal Balladur wat hoffelijker en wat saaier, maar niet minder irritant zijn dan Chirac. Ook wat dat betreft niet al te veel verschil, tenzij Gingrich president wordt. Dan zal het hard tegen hard gaan, zeker met Chirac.”

M ocht het Jacques Chirac lukken als eerste uit de strijd tevoorschijn te komen, dan is het omdat hij de vertwijfeling van het Franse volk het beste heeft aangevoeld. Het is een diepe onvrede met alles wat onoverzichtelijk is, van werk- en dakloosheid tot verval van het samenhangende familieleven. Hij kan daar alleen maar de woordvoerder van zijn door zichzelf chronisch tegen te spreken. Want de legioenen verworpenen zijn enorm en tegengesteld in hun negativisme. Zowel uiterst links (communisten, trotzkisten en wat zwerfgroen) als uiterst rechts (Le Pens Front National en De Villiers anti-Europese katholieke familie-campagne) trekken twintig procent van de verwachte stemmen. Dat betekent dat zestig procent overblijft voor de echte politieke strijd over het toekomstige Frankrijk.

Jacques Chirac heeft kans gezien een hopeloos lijkende achterstand om te zetten in een voorsprong. Zijn grillige conservatief-sociale verhaal heeft hem een plaats in het centrum bezorgd. Balladur ziet zich daardoor naar rechts geduwd, terwijl Jospin tussen het centrum en ver links moeite heeft meer dan twintig procent te vinden.

Als Balladur de tweede plaats haalt, gaat de tweede ronde tussen rechts of rechts. Een schrikbeeld voor velen. Het wordt de grote vraag of die velen talrijk genoeg zijn hun teleurstelling over veertien jaar Mitterrand om te zetten in een stem voor de socialist Jospin, die afkomstig is uit het partijapparaat, al heeft heeft hij de laatste jaren afstand genomen van het hof van koning François.

Dertig procent van de Fransen wist vorige week nog niet voor wie zij zouden stemmen. Dat komt niet voort uit grootscheepse desinteresse. Velen zien zich gesteld voor een keus tussen de duivel, zijn oude moeder en zijn beste vriend. Frankrijk is in veertien jaar vijf keer van politieke kleur verschoten. Niemand bracht de oplossing voor het Franse onbehagen. Alle drie de kandidaten van morgen zijn medeplichtig aan dat onvermogen.

In zijn circustent in het Bois de Boulogne roept Jean-Marie Le Pen, tussen de wapperende Franse vlaggen tot tienduizend aanhangers: “Als wij tegen het eind van deze campagne naar de sterren kijken en ons een ogenblik afvragen wat de zin van dit bestaan is, wat wij hebben gedaan voor wij ons aan de hemelpoort melden, dan is er hoop. Niet alles is voor niets geweest. Want wij hebben onze liefde en onze vriendschap in daden omgezet. Wij eren onze ouders en voorouders die hun leven hebben geofferd voor de vrijheid en de glorie van de Franse Republiek. Waarde landgenoten, de strijd om Frankrijk is begonnen. Wij laten ons nooit ontmoedigen. Frankrijk staat op het punt massaal op het Front National te stemmen.”

Jacques Delors, de hoop van Europees en sociaal links, heeft de strijd met al deze emoties niet aangedurfd. Bernard Tapie, de linkse volkstribuun waar de stervende meester in het Elysée het meest in zag, is door de rechter tot zwijgen gebracht. Chirac, Balladur of toch Jospin. Wie van de drie? Verandering of continuïteit. Een gesloten of een open land. Het Franse volk is nog niet van zichzelf af.