Desmond Tutu: 'We hebben een vlag waar bijna iedereen trots op is'

Aartsbisschop Desmond Tutu, Nobelprijswinnaar in 1984, bundelde brieven, preken, interviews en toespraken. Zijn strijd tegen de apartheid baseerde hij op de christelijke beginselen. Maar het was ook een bewuste strategie van overleven. Peter ter Horst sprak met hem.

Desmond Tutu: Onze overwinning op de apartheid. De geschiedenis van onze bittere strijd tegen discriminatie in Zuid-Afrika. 288 blz., Tirion 1994, vert. J. Hermsen en H. Halbertsma (The rainbow people of God, 1994), ƒ 39,50

Het gesprek begint met gebed. De aartsbisschop sluit de ogen. “Laten we even bidden.” Dit is Desmond Tutu: alles kan ter sprake komen - politiek, blank en zwart in Zuid-Afrika, wapenhandel, de onzekerheid van Afrikaners, de verhouding tussen Nelson en Winnie Mandela - maar het fundament is religie. Tussen duizend bezigheden door die horen bij nationaal monument en internationaal beroemd zijn, trekt aartsbisschop Tutu zich elke dag een paar keer terug in de kapel. Anders voelt Tutu zich volgens een naaste medewerker onaf, “alsof hij zijn tanden niet heeft gepoetst”.

God is ook de leidraad in Desmond Tutu's boek Onze overwinning op de apartheid.Uit de verzameling toespraken, preken, interviews en brieven vanaf de Soweto-opstand in 1976 tot de nieuwe democratie in 1994 blijkt nog eens hoe Tutu zijn strijd tegen de apartheid altijd baseerde op christelijke beginselen. Het was behalve uit overtuiging ook een strategie van overleving. De Nobelprijswinnaar van 1984 vulde voor de zwarte bevolking een leiderschapsvacuüm. Nelson Mandela en vele anderen zaten in de gevangenis, Oliver Tambo en een jongere generatie ANC'ers in het buitenland.

De bisschop kwam daardoor dichter bij de politiek dan voor de clerus gewoon is. “Ik ben geen politicus”, zei Tutu in 1990 in een vraaggesprek. “Religie heeft betrekking op het hele leven en wij moeten ons uitspreken over het feit of een bepaalde politieke aanpak al dan niet in overeenstemming is met de aanpak van Jezus Christus. En als u wilt beweren dat dat politiek is, dan ben ik in die context een politicus.” Door zich permanent te beroepen op de bijbel maakte de aartsbisschop zich echter vrijwel ongrijpbaar voor het apartheidsbewind. Voor het Woord had de Afrikaner ontzag, al gaf hij er een radicaal andere interpretatie aan.

Waarom zo'n grijze opsteltitel voor de Nederlandse uitgave? Zuid-Afrika, daar hoort apartheid bij, moet de reflex van de uitgever zijn geweest. In het Engels heet de bundeling veel treffender The rainbow people of God. Tutu bedacht de term 'regenboogvolk' in 1989 om de eenheid in verscheidenheid van de Zuidafrikanen aan te geven. Het past beter bij zijn rol in het nieuwe Zuid-Afrika: minder politiek, op afstand betrokken, als een vrolijke ambassadeur voor verzoening en tolerantie.

Toch is dit boek dank zij de authentieke documenten onontbeerlijk voor de geschiedschrijvers van het verzet tegen de apartheid. Het is een reis tussen wanhoop en geloof. Desmond Tutu preekte aan de graven van Steve Biko, Chris Hani, de neergeschoten schoolkinderen van Soweto, de slachtoffers van bloedbaden. Hij schreef brieven om opeenvolgende leiders van de Nationale Partij op andere gedachten te brengen. Er waren momenten dat hij nauwelijks meer leek te hopen op een vreedzame afloop van het Zuidafrikaanse conflict. Maar hij preekte ook bij de vrijlating van de gedetineerde Nelson Mandela en - vier jaar later - bij de inauguratie van president Nelson Mandela.

Rondedansje

Tijdens de herdenkingsgolf die de komende week een jaar na de eerste multiraciale verkiezingen over Zuid-Afrika heen komt, zullen velen zich het beeld van Tutu bij de stembus herinneren. Nadat hij zijn biljet in de bus had gedeponeerd, maakte de aartsbisschop een rondedansje in het stemlokaal, en riep euforisch: “Het voelt alsof je verliefd bent.” Een jaar later beoordeelt hij de regering van nationale eenheid met “een tien min”. Winnie Mandela en de krottenkampen zouden veel meer veranderingen hebben gewild, maar toch is de medische zorg voor kinderen onder zes jaar en zwangere vrouwen gratis geworden, krijgen kinderen op school te eten, is het onderwijs vrij toegankelijk voor iedereen en is het politieke geweld afgenomen.

Tutu: “De verkiezingen waren natuurlijk een prachtig wonder. Het was zo onwaarschijnlijk dat bijna iedereen dacht: dit kan niet goed gaan. We zijn nu een jaar verder en we hebben de zaak bij elkaar gehouden. De meeste mensen in de regering hadden geen enkele ervaring in het openbaar bestuur. Toch zijn ze erin geslaagd een complexe bureaucratie draaiende te houden. En we zijn natuurlijk heel gelukkig dat we een president hebben waarvan iedereen in de wereld wel een stukje zou willen. Het was op het oog misschien niet zo'n dramatische verandering. Een jaar geleden bezaten blanken het merendeel van het land. Dat is nog steeds zo. De blanken hebben ook nog steeds het grootste deel van de welvaart in handen. Aan de top van de ambtenarij, de politie en het leger staan nog steeds blanken. En toch: het is nauwelijks tastbaar, maar mensen gedragen zich anders. We zijn vrij. We kunnen zeggen: dit is ònze regering. We hebben een vlag waar bijna iedereen trots op is. Zwarte mensen zingen nu Die Stem (het oude volkslied, dat deel uitmaakt van het nieuwe, red.) en stikken er niet in. Veel blanke mensen kunnen nu Nkosi sikelel iAfrika (de hymne van de zwarte meerderheid, nu deel van het volkslied, red.) zingen, zonder dat ze er een terrorist van worden. Dat kunnen we allemaal niet in materiële termen vertalen, maar het is heel belangrijk dat we kunnen zeggen: dit is òns land.”

Zelfs blanken zijn nu trots om Zuidafrikaan te zijn en verbergen in het buitenland hun identiteit niet meer, stelt Tutu vergenoegd vast. Voor velen van hen, aangevuurd door venijnige staatspropaganda, was de aartsbisschop staatsvijand nummer één. Het feit dat Tutu vooropliep in de campagne voor economische sancties tegen Zuid-Afrika was voor hen onvergeeflijk. In het boek staan schriftelijke weergaven van Tutu's botsingen met de Afrikaner machthebbers. Vooral zijn brief aan president Vorster uit 1976, waarin de bisschop waarschuwde voor een bloedbad, is het nalezen waard. De tekst is rustig, ingetogen en geschreven met het engelengeduld dat zwarten in Zuid-Afrika zo lang hebben bewaard. Tutu probeerde de president emotioneel te raken door het woord niet in eerste instantie te richten tot de politicus, maar de vader en grootvader Vorster. Het hielp niets. Vorster zei dat de blanke oppositie in het parlement Tutu had aangezet de brief te schrijven.

Nu is Tutu bevriend met de machthebbers (“Voor het eerst heb ik een president die ik omhels wanneer ik hem zie”) en is de Afrikaner niet meer in de positie van de heerser. “Veel Afrikaners lijden op dit moment aan een diepe onzekerheid”, meent Tutu. “Ze speuren naar elk mogelijk teken dat ze worden gemarginaliseerd. En als je wilt ruziën, vind je natuurlijk altijd wel een aanleiding. Ze zijn enorm benauwd voor de plaats van hun taal, het Afrikaans. Bij de inauguratie telden ze hoeveel alinea's Afrikaans in de toespraken werden gebruikt. Ik zeg altijd tegen ze: met zo'n levendige literatuur, waar maak je je zorgen over? Wij zwarten hebben ook onze talen en er is heel lang gedaan alsof ze niet bestonden.

“Als je jezelf niet meer in termen van etniciteit ziet als superieur, dan heb je niets te vrezen.”

De bisschop woont en werkt in Bishopscourt in Kaapstad, dat bestaat uit een aantal 18de-eeuwse gebouwen op een groen landgoed tegen de bergen. Het was ooit eigendom van Jan van Riebeeck, die met een groep Nederlandse kolonisten in 1652 aan de Kaap landde. Naarmate hun afstammelingen langer in Afrika waren, vonden ze dat hun veel meer toebehoorde. Nu is 87 procent van het land in handen van de blanke minderheid.

Boemerang

Aan de muren prijken geschilderde portretten van vroegere aartsbisschoppen van de Anglicaanse kerk. Desmond Tutu was de eerste zwarte aartsbisschop, gewijd in 1986. Op de richel boven de boekenkasten staan souvenirs van vele reizen: een Afrikaanse aarden pot, een boemerang en een stuk steen waarop 'Palestijnse intifadah' staat geschreven.

Tutu was ook in het buitenland niet bang een kritische stem te laten horen. In het boek is een preek opgenomen, voorgedragen in 1989 in het Zaïre van dictator Mobutu, waarin hij over postkoloniaal Afrika zegt: “Op veel plaatsen is de huidskleur het enige wat veranderd is aan de onderdrukker.” Ook zijn eigen volk las Tutu de les. Tijdens het geweld in Natal tussen aanhangers van het ANC en Inkatha, dat de bisschop zeer heeft aangegrepen, was zijn boodschap hard en confronterend. “Hoe kunnen jullie hopen je vijand (het blanke bewind, red.) ooit te vernietigen? Want je vijand staat erbij en zegt: 'ha, ha, ha'! Waarom, waarom doen wij de dingen die de mensen laten zeggen: 'Wij hadden gelijk toen wij zeiden dat het langzame denkers zijn'.”

In het democratische Zuid-Afrika zoekt Tutu naar een nieuwe positie tegenover oude vrienden. Hij roept zwarten in een overheidscampagne op hun boycot van huur- en elektriciteitsbetalingen op te geven. President Mandela stuurde hem deze maand op een diplomatieke missie naar Nigeria, om de militaire machthebbers ervan te overtuigen de winnaar van de presidentsverkiezingen, Abiola, vrij te laten. Toen Tutu echter voor het eerst zijn eigen regering kritiseerde over de hoge salarissen van ministers en parlementariërs, leidde het meteen tot een botsing der Nobelprijswinnaars. Zijn vriend Nelson Mandela reageerde hoogst geïrriteerd: dat had de aartsbisschop intern met hem moeten bespreken. Tutu vindt de nieuwe rolverdeling gezond en moeilijk tegelijk. “Niemand houdt ervan kritiek te krijgen. Zelfs mensen die elkaar mogen, vinden het moeilijk om kritiek van elkaar te accepteren. Maar het was goed voor de democratie. Mensen zagen dat je het zelfs in het openbaar niet met elkaar eens hoeft te zijn, en elkaar desondanks aardig kunt vinden. We zijn in dit land opgegroeid in een cultuur die zegt: wie het niet met je eens is, is je vijand, en de beste vijand is een dode vijand. We hebben geen cultuur van tolerantie.

“Ik heb ontdekt dat het niet makkelijk is je vrienden te kritiseren. Nu begrijp ik pas hoe de leiders van de blanke Nederduits Gereformeerde Kerk dat voelden. We hebben vaak tegen ze gezegd: waarom bundelen jullie de kritiek op de regering van de Nationale Partij niet met ons? Dan zeiden ze: nee, wij praten achter gesloten deuren met hen. Nu moest ik om mezelf lachen: 'ahaaa Tutu, jij was zo overtuigd van jezelf toen je de NG-kerk toesprak, nu moet je ook erkennen dat het moeilijk is'. Maar het is voor de kerk belangrijk niet in een bepaald kamp te worden ingelijfd. We moeten kritisch-solidair blijven, geen schoothonden zijn maar waakhonden.”

Wapenhandel

Zo blijft Tutu de regering aanspreken op Zuid-Afrika's rol in de internationale wapenhandel. Het land bouwde in het isolement van de jaren zeventig en tachtig een geavanceerde eigen wapenindustrie. De regering-Mandela heeft geen initiatief genomen de handel aan banden te leggen.

“We exporteren bijna uitsluitend naar Derde-Wereldlanden”, zegt Tutu. “Het wakkert regionale conflicten en burgeroorlogen aan. Onze wapens werden gebruikt in Rwanda. Dat alleen al zou Zuid-Afrika tot zwijgen moeten brengen. Bovendien is het niet de goudmijn die de regering ons voorhoudt: het is een van de zwaarst gesubsidieerde industrieën van het land. Ik heb de president gezegd: 'Hierover kun je demonstraties tegen je verwachten van mensen die je vroeger steunden.' Veel mensen van de anti-apartheidsbeweging zijn dezelfden die betrokken zijn bij de anti-wapenbeweging. We kunnen nog het vreselijke beeld meemaken van picket-demonstraties in andere landen tegen Nelson Mandela. Dat wil niemand zien gebeuren.”

Tutu vindt dat Nelson Mandela als president in een jaar is gegroeid, “als dat nog mogelijk was”. Privé gaat het zijn vriend minder goed - de scheiding van Winnie Mandela die hij vorige week uit zijn regering verwijderde, heeft de president volgens Tutu aangegrepen. “Ik denk dat er een grote persoonlijke tevredenheid bij hem is dat de spectaculaire zaak rechtvaardig is afgedaan. Ik vind de president zeer correct. Als hij een conflict met iemand heeft, doet hij zijn uiterste best de andere partij een waardige uitweg te bieden, zonder gezichtsverlies. Maar ik geloof dat hij erg eenzaam is. Hij hield vreselijk veel van Winnie. Het heeft een groot gat geslagen in zijn leven. Misschien vergeten wij in dit land wel eens te gemakkelijk de prijs van onze vrijheid. De prijs voor hem, gewoon als mens, is om te zijn waar hij nu is - alleen. Hij komt terug van kantoor in dat enorme huis, en er is niemand. Die pijn is in het afgelopen jaar gegroeid. Het toont ook zijn toewijding: hij is nooit opgehouden zich op te offeren voor dit land.”

De aartsbisschop heeft vorig jaar kort na de verkiezingen nog geprobeerd Nelson en Winnie Mandela te verzoenen. Het echtpaar leeft gescheiden sinds Nelson Mandela ontdekte dat zijn vrouw een buitenechtelijke affaire had met een jonge ANC-jurist. Ook haar omstreden gedrag binnen het ANC zou een rol hebben gespeeld. “Een aantal kerkleiders zei na de inauguratie van de president dat veel mensen Winnie op het podium naast hem misten. Men vroeg zich af: als hij de daders van de apartheid kan vergeven, die hem en zijn mensen zoveel leed hebben aangedaan, kan hij Winnie dan niet vergeven - wàt ze ook heeft gedaan? Ik heb daar met hem over gesproken, een of twee uur. Meer kan ik er niet over zeggen.”