De eerste spa wacht nog op vele procedures

ROTTERDAM, 22 APRIL. Wat betekent het nieuwe kabinetsbesluit over de Betuwelijn voor de verdere gang van zaken? Kan de spade nog dit jaar de grond in? Of komt er een nieuwe, anderhalf jaar durende ronde van inspraak, bestuurlijk overleg en advisering?

De aanpassingen door het kabinet van het tracé blijven grotendeels binnen de grenzen van het vorige belangrijke 'Betuwe-besluit', de 'planologische kernbeslissing deel 4' (PKB-4) uit 1994. Toch volgt er nog het nodige overleg met de betrokken lagere overheden. Eerder dan voorjaar 1997 zal de bouw niet beginnen.

De PKB herzien of niet, dat was een van de drie belangrijkste afwegingen die Verkeer en Waterstaat moest maken in de besprekingen met provincies, gemeenten en andere betrokkenen. De andere waren de extra kosten van een nieuw kabinetsbesluit en de maatschappelijke acceptatie van de Betuwelijn.

Dat de Betuwelijn een PKB is, betekent dat er een uitgebreide procedure werd doorlopen voordat het uiteindelijke besluit viel. Zo bracht het vorige kabinet in 1992 deel 1 van de PKB-Betuweroute uit, dat in feite niet meer was dan een ontwerp-besluit waarover burgers, lagere overheden en adviesorganen hun licht mochten laten schijnen. Hun gebundelde opvattingen vormden deel 2 van de PKB. Op basis daarvan nam het kabinet een definitief standpunt in, PKB-3, uit 1993. Pas na goedkeuring van Tweede en Eerste Kamer viel het uiteindelijke besluit: deel 4, van mei 1994.

In dat 'definitieve' deel 4 van de PKB-Betuweroute is een cruciale bepaling opgenomen: dat bij veranderingen die meer dan 1,2 meter in de diepte afwijken van het besluit de procedure opnieuw moet worden doorlopen. Kwade tongen beweren dat toenmalig minister Maij-Weggen persoonlijk voor dit slot op het kabinetsbesluit heeft gezorgd. Zoals bekend was zij fel tegen een ondergrondse Betuwelijn. Maar op het ministerie zegt men dat deze zogeheten verticale bandbreedte er is om rechtszekerheid te bieden.

Zeker is dat de keuze die het kabinet nu heeft gemaakt voor het hoog/laag-pakket (kruisende wegen gaan over de Betuwelijn heen en de spoorlijn blijft op het maaiveld) en het oplossen van tal van lokale problemen goed past in PKB-4. Dit soort verbeteringen zou binnen de bandbreedte vallen, liet het ministerie al eerder aan Gelderland en Zuid-Holland weten. Voor de vijf grote knelpunten lag de kwestie moeilijker. Het oplossen daarvan was extreem duur en zou, aldus het ministerie, het maatschappelijk draagvlak nauwelijks vergroten. Daarbij vielen de tunnels die de knelpunten moesten oplossen ook nog buiten de bandbreedte.

De planning van het ministerie ziet er na het kabinetsbesluit van gisteravond als volgt uit. De veranderingen zullen worden verwerkt in het zogeheten voorontwerp-tracébesluit. Dat is de uitwerking van de Betuwelijn op het niveau van de gemeentelijke bestemmingsplannen. Toen het ministerie vorig jaar zomer het toenmalige voorontwerp-tracébesluit in gemeentehuizen ter visie legde, stuitten omwonenden en gemeenten op tientallen fouten, onvolkomenheden en ongewenste details. Juist deze inventarisatie vergemakkelijkte de afgelopen maanden de besprekingen van het ministerie met de provincies en gemeenten, verenigd in de 'gebundelde bestuurlijke overleggen' van Gelderland en Zuid-Holland.

Als de Tweede Kamer instemt met het kabinetsbesluit kunnen de betrokken lagere overheden vervolgens hun definitieve commentaar op het bijgewerkte voorontwerp-tracébesluit geven. Na het verwerken van de reacties, wordt dan eind '95 of voorjaar '96 het eigenlijke ontwerp-tracébesluit gepresenteerd. Hierna volgt nogmaals een reactietermijn voor burgers en overheden, waarna in het najaar het tracébesluit kan worden vastgesteld.

Gemeenten en provincies moeten de betrokken ministers bij publikatie van het ontwerp-tracébesluit laten weten of ze bereid mee te werken aan verdere planologische procedures, zoals inpassing van het voorgestelde tracé in hun bestemmingsplannen. Degenen die laten weten niet te willen meewerken, krijgen een zogeheten aanwijzing, een bevel van de minister van VROM. Dan móeten ze meewerken. De lagere overheden hebben vervolgens maximaal een jaar de tijd om het tracébesluit planologisch te verwerken. Voorts moeten duizenden vergunningen worden aangevraagd, voor bouw, sloop, ontgronding en het rooien van bomen. Indien lagere overheden weigeren de benodigde vergunningen af te geven kan de desbetreffende minister het zelf doen. Tegen het verlenen van diverse vergunningen is overigens wel beroep mogelijk van belanghebbenden. De feitelijke aanleg van de Betuwelijn kan dan in het voorjaar van 1997 beginnen. In 2004 moet de spoorlijn af zijn.

In het kabinetsbesluit is alleen voor de tunnel onder de Giessen een herziening van de PKB nodig, omdat die buiten de bandbreedte van 1,2 meter valt. Het gaat hierbij om wat wordt genoemd een 'partiële herziening', dus de herziening van een klein stukje Betuwelijn. Hierbij worden in de eerste plaats milieu-effecten in kaart gebracht. Daarna volgt een ronde van inspraak, bestuurlijk overleg en advisering. Vervolgens komt er een nieuw voorontwerp-tracébesluit. Voor dit stukje Betuwelijn betekent dit anderhalf jaar vertraging. Het ministerie hoopt die vertraging later weer in te kunnen lopen, omdat het ervan uitgaat dat de betrokken lagere overheden ruimhartig zullen meewerken aan deze verbetering.

Tot zover de theorie. In de praktijk komt er vanaf 27 mei een complicerende factor bij. Op die dag namelijk is het een jaar geleden dat PKB-4 in de Staatscourant werd gepubliceerd. Dat betekent dat vanaf dat moment beroep kan worden ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In Gelderland en Zuid-Holland liggen talloze beroepen tegen PKB-4 nog slechts te wachten op verzending.

Dat was eigenlijk niet de bedoeling. De Betuwelijn is het eerste grote infrastructuurproject dat volgens de in de vorige kabinetsperiode aangenomen Tracéwet wordt behandeld. De bedoeling van die wet was onder meer om juridische procedures te bekorten: beroep tegen de PKB zou namelijk moeten samenlopen met beroep tegen het tracébesluit. Maar de overheid kan de burger niet eeuwig aan het lijntje houden: als er een jaar na vaststelling van de PKB nog geen tracébesluit is, kan er wel afzonderlijk beroep worden ingesteld tegen de PKB. Dat is na 27 mei het geval. Het is vooralsnog volstrekt onduidelijk wat voor consequenties die beroepszaken zullen hebben.

Omdat het de eerste Tracéwetprocedure is, is eveneens onduidelijk wat de latere beroepszaken tegen het tracébesluit voor uitwerking zullen hebben. Het is mogelijk de rechter te vragen de bouw op te schorten zolang bepaalde beroepszaken nog niet zijn afgehandeld, maar of de rechter zo'n ingrijpende beslissing zal nemen is de vraag. Het kabinet geeft in elk geval nergens blijk van enige bezorgdheid over rechterlijke dwarsliggerij.