Borodin Kwartet speelt Sjostakovitsj met grote autoriteit

Concert: Borodin Kwartet. Programma: Beethoven, Strijkkwartet op. 59 nr 3 en op. 130. Sjostakovitsj, Eerste strijkkwartet. Gehoord: 20/4, Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling aldaar op 22, 27 en 28/4. 25/4 Deventer, 26/4 Utrecht en 28/4 Groningen.

Met een serie van vier concerten in Amsterdam en een aantal concerten in andere steden viert het fameuze Borodin Kwartet in Nederland zijn gouden jubileum. Er zijn maar weing huwelijken die de vijftig halen, en ook deze ménage à quatre heeft in feite niet vijftig jaar bestaan. Van de oorspronkelijke bezetting is alleen cellist Valentin Berlinsky over, een felle man die met zijn zeventig jaar niets aan kracht en vuur verloren heeft. Dat in de loop der jaren primarius Rostislav Dubinsky, tweede violist Vladimir Rabeij en altist Rudolf Barsjai opstapten en uiteindelijk vervangen werden door Mikhail Kopelman (eerste viool), Andrej Abramenkov (tweede viool) en Dmitri Sjebalin (alt), had niet zozeer te maken met een slijtage van de muzikale en persoonlijke verhoudingen alswel met het communistische regime dat met allerlei pesterijen de carrière van joodse musici onmogelijk probeerde te maken. Angst en onderling wantrouwen veroorzaakten de breuk. Inmiddels floreert het nieuwe huwelijk alweer bijna twintig jaar en kunnen de musici nu ook zonder angst voor de KGB vertellen wat voor toeren zij moesten verrichten achter het IJzeren Gordijn.

De in 1976 naar het Westen gevluchte Dubinsky beschreef al eerder in zijn boek Stormy Applause hoe zij twéé manieren hadden om Sjostakovitsj uit te voeren: een ware en een leugenachtige manier. Deze ging als volgt: 'We speelden lichter en namen de tempi sneller, (-) we probeerden monter te kijken, we logen.' Gisteravond klonk Sjostakovitsj's Eerste strijkkwartet zeldzaam waarachtig. Zijn taal, hier nog niet aangetast door bittere gedachten, bleek de moedertaal van het Borodin Kwartet. Iedere nuance in beweging, timbre en dynamiek werd gerealiseerd vanuit een vertrouwdheid met de partituur en een diepe verbondenheid met de man daarachter. Het spel van deze Russen is ontelbare malen geprezen om de virtuoze instrumentale beheersing en de homogeniteit van de klank. Het was echter de grote autoriteit die uitging van deze mensen die zich hun leven lang met hart en ziel hebben verdiept in de strijkkwartetliteratuur die op mij de meeste indruk maakte. Zij zijn met het strijkkwartet vergroeid en hun interpretaties zijn het resultaat van weten en kunnen.

Enkele bedenkingen betreffende hun opvatting over Beethoven moeten dan ook uitdrukkelijk in dit licht worden gezien. De Beethoven van het Borodin Kwartet is een indrukwekkende architect die van elke pijler weet welk gewicht hij krijgt te dragen. In het bouwwerk misten echter de bewogen details en het felle clair-obscur. Vaak werden contrasten afgezwakt en adempauzes achterwege gelaten ter meerdere glorie van de architectuur. Altist Sjebalin maakte trouwens een zorgelijk zwakke indruk, hopelijk vindt hij zijn krachten terug in de komende concerten.

Hoewel Beethoven niet volledig overtuigde op deze avond was er één uitzondering: de Cavatina uit op. 130. Naar binnen gekeerd en puur als een gebed van een gelovig mens klonk dit deel, misschien wel het mooiste wat Beethoven ooit geschreven heeft. Het zal mij altijd bijblijven.