Bij de Franse verkiezingen mag alles, mits het netjes gebeurt

PARIJS, 22 APRIL. Marie-Josephe en Edouard Balladur ontbijten van zilver en kristal. Toen Paris Match in januari exclusief binnen mocht fotograferen bij de familie was het duidelijk dat de zittende minister-president er veel voor over had om president te worden.

Verkiezingcampagnes zijn bijzonder intensieve operaties in Frankrijk. Zeker als een nieuwe president moet worden gekozen. Dat gebeurt maar eens in de zeven jaar en vergt een proces dat de preutsheid van sommigen ernstig op de proef stelt. Presidenten zijn sinds Charles de Gaulle geen afgevaardigden van partijen, maar de uitkomst van 'een liefdesaffaire tussen één man en het Franse volk'.

Wil die liefde geconsumeerd worden, dan moeten de pretendenten alles geven wat zij aan gaven van hoofd en hart in huis hebben. Balladur beloofde opeens tien vrouwen in zijn volgende regering op te nemen (nu twee). Ook zijn voornaamste concurrenten hebben het nodige aan warme elementen naar voren geschoven om zich als een begrijpende president te profileren.

Jacques Chirac ontroerde afgelopen winter al door abbé Pierre te steunen in zijn strijd voor de daklozen. Hij spreekt nooit over zijn gezin, dat hecht wordt genoemd. Zijn dochter Claude is zijn politiek kompas, maar die ontloopt iedere tv-camera en schrijvende journalist. Pas in een vergevorderd stadium stelde Chirac zijn echtgenote Bernadette Chodron de Courcel bloot aan de media. In vriendelijke programma's en bladen deed zij vriendelijke uitspraken over haar man.

Lionel Jospin kwam toch al laat in de wedstrijd, door het kibbelen binnen de socialistische partij. Toen bleek hij ook nog een nieuwe vrouw te hebben. Het was allemaal net op tijd in orde gekomen. Sylviane Agacinsky doceert filosofie. Het heeft haar en Lionel waarschijnlijk ook een les over de diepgang van sommige media geleerd dat een grapje van Sylviane in een eerste vraaggesprekje (wat er tegen Lionel is: 'hij laat zijn sokken slingeren') dagenlang door andere bladen werd overgenomen, zonder een spoor van relativering.

Het blijft glad ijs, het om electorale redenen personaliseren van de kandidaat. Tamelijk onfrans. De vergelijking met Amerikaanse campagnes gaat ook overigens nauwelijks op. Zeker sinds verkiezings-commercials verboden zijn en de kandidaten, naast de journalistieke gesprekken en debatten, allemaal even veel minuten 'door de regering gevorderde zendtijd' krijgen.

De strijd voor de eerste ronde zit er op. Morgen bepalen de kiezers welke twee kandidaten op 7 mei de beslissende ronde uitvechten. Vergeleken met Nederlandse verkiezingen gaat het er in Frankrijk grondig en uitbundig aan toe. De kandidaten publiceren flinke programma's, leesbaar maar iets te lang voor het grote publiek.

Daarnaast organiseren zij overal in dit uitgestrekte land ontmoetingen en avonden met toespraken. Vooral die laatste zijn on-Amerikaans. Woorden en verfrissingen stromen rijkelijk. In het voorprogramma staan steevast een paar geestverwanten die nog hogerop moeten, een ideale gesteldheid om de oppositie wat steviger te willen aanpakken. De kandidaten zelf voeren al snel één of anderhalf uur het woord. Balladur doet dat degelijk en adembenemend saai. Jospin schrijft ze zelf; hij is nu langzamerhand op dreef. Chirac heeft een steuncomité dat varianten opschrijft waar hij laat uit kiest. Als hij zondag wint komt dat ook omdat zijn campagne verreweg het best georganiseerd is.

Dat heeft ongetwijfeld een flink bedrag gekost. Bijna alle politieke partijen namen in het verleden dubieus geld aan van bedrijven die opdrachten hoopten te kopen - zelfs de communisten zijn met hun hand in de snoeptrommel gesnapt. Sindsdien zijn de maximale campagne-uitgaven wettelijk beperkt. Jospins penningmeester Moscovici heeft hardop zijn twijfel uitgesproken over de financiering van de luxe campagnes van Balladur en vooral Chirac. Het laatste woord is er nog niet over gesproken.

De grote verschillen van mening en karakter zijn er ondanks alle ruis toch wel uitgekomen. Een reeks stakingen dwong de werkloosheid en de spreiding van welvaart naar de voorgrond. Buitenlandse- en defensiepolitiek bleef een onderbelicht nummer.

De laatste dagen woedde de strijd om het aanzien van de Franse franc en de onafhankelijkheid van de Banque de France. Zowel Balladur als Jospin dwongen Chirac in de verdediging nadat hij een strenge opmerking van Duisenbergs collega Trichet niet had geaccepteerd. Voorlopig resultaat: puntenverlies voor Chirac èn vooral voor zijn adviseur Séguin ('eerst de werkloosheid oplossen en dan het tekort'). Winst voor Chiracs mogelijke premier Alain Juppé die de monetaire strikte koers verkiest. Eventueel minister van financiën Alain Madelin, koos eieren voor zijn geld en haalde de laatste invoegstrook achter Juppé.

Uit allerlei peilingen blijkt dat de Fransen bovenal op zoek zijn naar een sterke 'chef d'état'. De man die het meeste vertrouwen inboezemt heet Jacques Delors. Men wil hem, nu hij geen kandidaat is, desnoods als minister in een nieuwe regering. Dan moet Jospin wel winnen. Als dat niet lukt is er troost voor links: de op één na favoriete politieke naam is die van Martine Aubry, de dochter van Delors. Hoop voor links in 2002.