Column

AJAX

Weemoed wandelt door mijn hoofd, klopt op al mijn deuren, stommelt door de spelonken van mijn herinnering en brengt mij allerlei geuren en kleuren uit mijn jeugd. Mijn vader had een grote Opel Kapitän en met die auto gingen wij naar Ajax. Vader, moeder en de twee jongsten voorin en achterin de andere zes kinderen. Op naar het Olympisch Stadion. Ajax-Dukla, Ajax-Liverpool, Ajax-Celtic, Ajax-Fehnerbace en uiteraard Ajax-Benfica. Mijn ouders zaten goed en wij stonden met zijn allen. We zongen, schreeuwden, zwegen, genoten en waren stil verdrietig als Ajax had verloren.

'We', zeiden we dan, 'we hebben verloren.'

Swart, Krol, Cruijff, Keizer, Vasco, Neeskens, enzovoort. Deze mannen hebben bijgedragen aan een heerlijke jeugd en ieder woord in elke krant heb ik toen van hen verslonden. Donderdags speelden we de wedstrijd bij de vijver na en imiteerden de grootse momenten van de avond ervoor. Ik hoorde niet bij de besten en was altijd Bals of Nuninga. Voor Cruijff en Keizer hadden we betere jongens. Soms mocht ik Dick van Dijk zijn.

Vaak als ik terugdenk aan mijn ouderlijk huis zie ik de kakofonie van een etend gezin, een door elkaar geschreeuw van meningen, heel veel lachen, heel veel ruzie en één gezamelijke passie: Ajax!

Zondagavond: Sport in Beeld. Zacht beneveld door de eerste biertjes, op de grond voor de teevee en knetterend genieten.

Woensdag sloeg de weemoed toe en het kwam door de hele dag. Het was een ouderwetse, chronische Ajax-dag vol Europacupjeuk, lekkere jeuk, fijne kriebel, goed gevoel. Plukjes supporters op het Damrak, vlaggende auto's en de door de stad zinderende vraag: Wat denk je van vanavond?

Woensdag stond ik gewoon te spelen, hield mijn publiek (en daarmee mijzelf) op de hoogte van de stand en meldde dat ik, als het erg spannend werd, de tent zou laten ontruimen. Bommelding ofzo.

's Nachts de wedstrijd teruggezien en met volle teugen zitten smullen. Wat een mooie voetbalwedstrijd. De pegel van Finidi, het droomoverstapje van Jari, het bijna-rood van Blind, paal en lat, een sterrenkijkende Duitse keeper en een kokend stadion.

De volgende dag belden al mijn vrienden om het zout diep in de wonde te wrijven. De sfeer, de stemming en een paar stonden nog te walsen op de viool van André Rieu. Vanaf vrijdag zijn het weer gewoon hardwerkende medewerkers van de afdeling binnendienst en hebben zij weer tijd voor vrouw en kinderen. De auto gaat zaterdag weer trouw naar de wasserette.

Toen ik woensdagnacht van Carré naar huis liep begon de heimwee huis te houden in mijn binnenste. De storm stak op en ging niet liggen. De toptijd van Ajax kwam terug, de tijd van Michels, Jaap van Praag, Stefan Kovacs en iedere twee weken was ik er bij. Jongenskaartje vijftig cent. Opa vertelt!

Mijn vader hield altijd heel lang geheim of hij wel of geen kaarten voor een Europacupwedstrijd had. Hij zei altijd van niet en we keken dan wel eens stiekem in zijn portefeuille. Maar hij had ze heel slim ergens anders liggen. De auto werd geparkeerd op de Koninginneweg, daar schrokten we een chinees naar binnen en verzamelden na de wedstrijd bij een daar wonende tante. Meestal uitgelaten, want meestal wonnen we.

En die tijd is weer aangebroken. Louis is Rinus, even eigenzinnig, even goed en het elftal is zeker te vergelijken met toen. En bij mij wellen de tranen, donderdag wilde ik het liefst naar Naarden rijden om daar de wedstrijd nog een keer met mijn broertje na te spelen. Hij mocht dan Finidi zijn en die prachtige, mooie, droge poeier geven, als ik dan maar het gouden overstapje van Jari mocht maken.

Ik zie de lach van mijn vader, de blik in zijn ogen als hij de naam 'Piet Keizer' uitsprak en zie ons hele gezin voor de televisie zitten. Ik zie mezelf op de ferry naar Londen voor de finale tegen Panathinaikos. Samen met Derk voor het eerst in het Wembley, met Michel en Fred afgesproken onder de Coca-Colareclame op Picadilly Circus en daarna zweefden we zacht zingend naar het stadion.

Al deze dromen komen terug, drentelen door mijn kop en ik kan me amper concentreren. Weke herinnering, wellende tranen en een hele stille hoop dat er in de hemel televisie is. Wat zal die ouwe genoten hebben!