Afgebrande werklozen (2)

Als werkloos historicus heb ik elk half jaar een controlegesprek op Bureau Sociale Zaken: 'sollicitatiebewijzen meenemen'. Ik toon een stapeltje afwijzingen, de ambtenaar noteert er enkele. Klaar. Soms uit ik mijn verwondering over deze 'controle'. Immers: wie geen baan wil zet eenvoudig wat taalfouten in sollicitatiebrieven of verzwijgt positieve reacties; de controle controleert niet. Maar de ambtenaar reageert steevast met schouderophalen: niet zijn afdeling, geen tijd, onbelangrijk.

Bart Voorzanger, bioloog en filosoof, belandt op sollicitatiebrief-schrijfcursussen. Moet men een geleerd man zo beledigen? Het is onprettig te lezen hoe hij zich voortdurend als koopwaar moet aanprijzen om zijn werkbereidheid te bewijzen. Mensen die goed zijn in hun vak zijn vaak daarop geconcentreerd, en onpraktisch als het gaat om hun persoonlijke belang. Anderen zijn beter in het veroveren van posities, salarissen en aanstellingen. Zo worden banen soms niet bezet door baankunners maar door baanpakkers. Op zichzelf niet erg. Wel erg is het ophitsen van academici zonder baan.

De overheid kan baanloze academici volwassener benaderen: bijstand overmaken zonder 'controle', cursussen en trajecten. Academici belanden liever niet van de universiteit op de kleuterschool. Zij kennen, ook baanloos, hun verantwoordelijkheid en zien hun bijstand echt niet als vakantie. Men moet ze vertrouwen en respecteren.

Bart Voorzanger is filosoof, ik ben historicus, er zijn taalkundigen, letterkundigen. Zij hebben ook baanloos hun boeken, bibliotheken en archieven. Zij hebben ook baanloos hun helderheid van geest. Zij verdragen baanloosheid. Wat hen sloopt is opjaging door Bureaus. Ikzelf ben tijdelijk arbeidsongeschikt verklaard: nerveus en overstuur door het onduidelijke en onrustige gedoe van Bureau Sociale Zaken. Ik betwijfel of de dure vorming van academici moet worden verknoeid door zulke Bureaus.