Verzuchtingen van Mondriaan

Kunst & Museumjournaal, jrg. 6, nr. 1. Prijs ƒ12,50, jaarabonnement (6 nummers) ƒ60,-. Uitg. Stichting Internationaal Kunst- en Museumtijdschrift.

Net voor de sluiting van de overzichtstentoonstelling van Piet Mondriaan, op 30 april, komt het Kunst & Museumjournaal met enkele 'ongepubliceerde fragmenten' van Piet Mondriaan, die door Hendrik Matthes gevonden werden in het archief van het Haags Gemeentemuseum. Matthes stuitte hier, tussen documenten uit de nalatenschap van de Mondriaan-verzamelaar Sal Slijper, op vier getypte velletjes met als titel: Enkele gedachten uit brieven van Piet Mondriaan. Volgens Matthes zou niet meer vast te stellen zijn aan wie de brieven waren gericht en ook niet wie de citaten hieruit had overgetikt. Helaas is de ontdekking van Matthes niet zo bijzonder als het lijkt. Een groot aantal van de 'ongepubliceerde fragmenten' is wel degelijk gepubliceerd: in de catalogus bij de Mondriaan expositie in 1946 in het Stedelijk Museum. Hierin schreef de architect Cornelis van Eesteren het artikel Piet Mondriaan en wij. Van Eesteren - die in de jaren twintig en dertig met Mondriaan correspondeerde - nam in dit artikel verschillende citaten van Mondriaan op, zoals bijvoorbeeld de verzuchting: 'De mensen hangen aanvankelijk teveel aan elkaar, zonder eigenlijk (in de grond) zoveel om elkaar te geven (-).' De fragmenten die van Eesteren toen aanhaalde en die nu in Kunst & Museumjournaal staan, zijn allemaal geschreven aan het begin van de jaren dertig, toen Mondriaan aan een boek werkte, dat hij 'l'Art Nouveau, La Vie Nouvelle' noemde. Verschillende van de opmerkingen uit de brieven zijn bijna letterlijk terug te vinden in deze beschouwing van Mondriaan (in 1986 gepubliceerd in zijn Collected Writings) en ze voegen dan ook niets toe aan wat al bekend is over zijn gedachtenwereld.

Kunst & Museumjournaal opent met een serie kronieken waarin exposities en andere museum-activiteiten in Nederland en Vlaanderen worden besproken, helaas op een weinig animerende manier. De van juweelkevers op ijzerdraad geconstrueerde jurken waarmee Jan Fabre de laatste tijd in diverse musea de show stal, waren aanleiding een korte beschouwing van Bart Verschaffel op te nemen over de 'insektachtigen' in de 'beeldwereld' van Fabre. Lex ter Braak vraagt zich af of musea (met een eigen collectie) en kunsthallen (zonder collectie) niet teveel op elkaar gaan lijken: 'Beide worden nu, in de jaren negentig, meegesleurd door de vaart en dynamiek van het moderne leven.' De musea zouden de snelle wisseling van exposities aan de kunsthallen moeten overlaten, zich moeten 'onttrekken aan de amusementscultuur' en zich concentreren op het tonen van de eigen collectie. Verder een artikel over de ideale belichting in een museum (dag- of kunstlicht).

Wat er de laatste jaren ook allemaal aan de naam en de lay-out veranderd is, Kunst & Museumjournaal wil maar geen interessant tijdschrift worden voor een in beeldende kunst geïnteresseerd publiek. Integendeel: het lijkt wel of het steeds futlozer wordt en gedoemd is af te glijden naar een gortdroog vakblaadje voor museumpersoneel.