Tsjaikovski bij Svetlanov in korte, verminkte vorm

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov m.m.v. Naum Grubert, piano. Programma: S. Rachmaninov: Tweede pianoconcert; P.I. Tsjaikovski: Manfred-symfonie. Gehoord: 21/4 Concertgebouw Amsterdam. herhaling: 22/4. Radio-uitz.: 26/4 Avro Radio 4 (opn. 22/4).

Ouderwetsheid van een soort dat in de westerse concertzaal volstrekt passé is, toont de Haagse chef-dirigent Jevgeni Svetlanov in zijn debuut bij het Concertgebouworkest. Hij is niet tevreden met Tsjaikovksi's Manfred-symfonie zoals de partituur daar nu ligt en speelt een in Rusland gebruikelijke versie die Tsjaikovski's Manfred onherstelbaar 'verbetert'. Dat ingrijpen heeft zijn traditie: dirigenten als Mahler en Mengelberg dikten vaak de instrumentatie aan, Stokovski coupeerde Beethovens Zevende symfonie en Tsjaikovski's Romeo en Julia. Regisseurs bij toneel en opera doen er ook aan.

Svetlanov laat van het slot van de vierdelige Manfred zeker tien minuten weg en men hoort daar nu de finale van het eerste deel. Het slotdeel wordt niet alleen zo'n acht minuten korter, het bespaart ook het optreden van een organist èn de strekking van het verhalende stuk wordt radicaal gewijzigd.

Het eerste deel van de getourmenteerde, op Byron gebaseerde Manfred-symfonie, gaat over de schuld die Manfred voelt over de dood van zijn geliefde Astarte en eindigt met de gedachte aan zelfmoord. Tsjaikovski citeert daar het slot van Het Zwanenmeer, waarin de prins zich verdrinkt. Tsjaikovski's eigen versie van Manfred eindigt in het vierde deel na de plechtige orgeltonen in een sfeer van sterven die vredige verlossing biedt. Door Manfred die dood te onthouden en hem achter te laten in blijvende zelfmoordsfeer verandert Svetlanov tegelijkertijd stukjes literatuur- en muziekgeschiedenis.

Er zou eventueel nog een redenering bij zijn te verzinnen: Stassov en Balakirev bemoeiden zich al met Manfred en Tsjaikovski nam van hen suggesties over. De componist was zelf later niet tevreden over de laatste drie delen, zo wordt in het programmablad Preludium verteld door toelichter Willem Vos, die Tsjaikovski ook betrapt op 'enkele wellicht minder geïnspireerde momenten, die evenzeer typerend zijn voor de componist.'

Het is dus al honderdtien jaar prijsschieten op Manfred, maar waarom dit 'onvolmaakte' stuk dan uitgevoerd in verminkte vorm? Het had nog gepresenteerd kunnen zijn als curiosum, maar het publiek werd door het Concertgebouworkest onkundig gehouden van Svetlanovs amputatie. Wie in Preludium las over de orgelsolo zal misschien wel verbaasd zijn geweest. Niemand morde echter, de nu super-spectaculair eindigende quasi-Manfred was een enorm publiek succes.

Tevoren ging Rachmaninovs geliefde Tweede pianoconcert, gespeeld door Naum Grubert, die aanvankelijk moeite had zich staande te houden temidden van Svetlanovs grootse en zwaarmoedige decibellen. In het tweede deel klonk Grubert klaar en ingehouden, zonder gezwijmel of gesmacht. In het wat klankbeeld betreft geheel opengelegde slotdeel vestigde Svetlanov met markante ritmes de aandacht vooral op zichzelf.