Sorgdrager: niet op de hoogte

DEN HAAG, 21 APRIL. Minister W. Sorgdrager (justitie) is vorig jaar als procureur-generaal nooit op de hoogte gesteld van een rechercheoperatie die als doel had via het doorlaten van drugstransporten de top van een Rotterdamse drugsbende te kunnen aanpakken. Dit heeft de minister gisteravond verklaard op een persconferentie in Den Haag. “Ik was niet op de hoogte van infiltratie in Rotterdam. Ik weet ook nu niet of het verhaal juist is”, aldus de minister.

Eerder deze week meldde NRC Handelsblad dat “met medeweten” van toenmalig procureur-generaal Sorgdrager begin vorig jaar een operatie ging lopen onder leiding van de Rotterdamse officier van justitie mr. R. de Groot, waarbij via de methode van 'gecontroleerde aflevering' drugstransporten werden doorgelaten om zo tot de leiding van een groot Rotterdams drugssyndicaat te kunnen doordringen.

Als gevolg daarvan kwam vorig jaar circa 20.000 kilo softdrugs op de markt, hoewel het onderzoek niet tot strafrechtelijke vervolging leidde. Op verzoek van de Rotterdamse en Haarlemse hoofdofficieren van justite, De Wit en De Beaufort, werd begin dit jaar een onderzoek door de rijksrecherche gestart naar het toezicht dat het openbaar ministerie op de operatie hield en de rol van de Criminele-Inlichtingendienst (CID) van Haarlem.

Volgens bronnen bij politie en justitie werd in Rotterdam met de 'gecontroleerde aflevering' begonnen kort nadat eind 1993 het IRT-team Noord-Holland/Utrecht wegens toepassing van dezelfde methode was ontbonden. Om die reden vroegen politiemensen aan officier van justitie De Groot of hij expliciete rugdekking voor de operatie bij de procureur-generaal wilde bepleiten. Dit zegde De Groot volgens betrokkenen bij justitie en politie toe.

Het Rotterdamse parket maakte gisteren bekend dat er begin vorig jaar wel een gesprek is geweest tussen De Groot en Sorgdrager, maar dat hierin geen concrete CID-zaken werden besproken.