Privatisering schiet doel voorbij; Vier ministers wijzen plannen voor WAO af

DEN HAAG, 21 APRIL. Vier ministers van het kabinet-Kok hebben in hun hoedanigheid van werkgever bedenkingen tegen de plannen van staatssecretaris Linschoten van Sociale Zaken om de WAO te privatiseren. Het kabinet wil vandaag hierover een besluit nemen.

Dat blijkt uit een advies van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid (ROP) dat gisteren aan Linschoten is uitgebracht. Ook de Sociaal-Economische Raad (SER) wijst de plannen van Linschoten op onderdelen unaniem af.

Staatssecretaris Linschoten had zowel de SER als de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid advies gevraagd over zijn plannen de Ziektewet, de WAO en de AAW te veranderen. Het kabinet heeft gewacht met de besluitvorming over deze sociale verzekeringswetten tot de betreffende adviezen er waren. Vanochtend vergaderde de SER hierover. Gisteren al kwam de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid met een negatief advies.

Pikant is dat vier ministers Ritzen, Dijkstal, Voorhoeve en Sorgdrager in dit adviesorgaan vertegenwoordigd zijn. Met de vakcentrales van overheidspersoneel zijn deze werkgevers van mening dat de door Linschoten gewenste introductie van de mogelijkheid van opting out bij privatisering van de WAO “voor overheidswerkgevers twijfelachtig is”. Opting out is de mogelijkheid om verzekeringen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid onder te brengen bij particuliere verzekeraars of zelf het risico te dragen en dus niet mee te doen aan collectieve bedrijfstakregelingen. Volgens de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid heeft de introductie van deze zogeheten opting out “geen meerwaarde”. “Het zal werkgevers niet aanzetten tot het voeren van een op terugdringing van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid gericht beleid”, aldus het adviesorgaan.

Eerder hebben de particuliere verzekeraars zich tegen deze opting out uitgesproken omdat die volgens hen in de praktijk niet zal worden toegepast. Particuliere verzekeraars moeten voor het verzekeren van het risico van arbeidsongeschiktheid eerst reserves vormen. Daarvoor moeten ze jarenlang hogere premies vragen dan de traditionele bedrijfsverenigingen, die nog volgens het omslagstelsel werken. Bij dit omslagstelsel worden premies overgeheveld naar degenen die op dat moment een inkomen aan de betreffende verzekering ontlenen. Anders dan bij het zogeheten kapitaaldekkingsstelsel zijn hiervoor geen financiële reserves vereist. Door de hogere premies prijzen particuliere verzekeraars en eigen-risicodragers zich op voorhand uit de markt, menen de verzekeraars.

Ook volgens de SER is het “verre van zeker” dat het door Linschoten beoogde stelsel met drie concurrerende verzekeringswijzen “daadwerkelijk tot stand zal komen”. “Omdat in de kabinetsplannen opting out alleen mogelijk is voor het gehele arbeidsongeschiktheidsrisico en het publieke stelsel gefinancierd wordt op basis van omslag, is het voor de meeste bedrijven niet of nauwelijks financieel aantrekkelijk om de overstap naar de private verzekering te maken”, aldus de SER.