Pianist met lege handen; Excentrieke roman van Kazuo Ishiguro

Kazuo Ishiguro: The Unconsoled. Uitg. Uitg. Faber & Faber, 535 blz. Prijs ƒ40,90. De Nederlandse vertaling verschijnt in december bij uitgeverij Atlas.

Een droom, een nachtmerrie; het is niet duidelijk waarin Ryder, de ik-persoon van The Unconsoled, Kazuo Ishiguro's nieuwe roman, zich bevindt. Ryder is een internationaal vermaarde pianist die zal optreden in een naamloze stad ergens in Midden-Europa, maar al op de eerste bladzijden blijkt niets te willen zijn wat het lijkt. Gustav, de hoogbejaarde kruier in het hotel, trakteert Ryder op weg naar zijn kamer op een onwerkelijk lang betoog over zijn beroepsethiek - hij legt omstandig uit waarom hij Ryders loodzware koffers niet neerzet in de lift. En dan blijkt Ryder, die zich aanvankelijk een vreemde in de stad waant, plotseling zeer vertrouwd met de familieomstandigheden van de kruier: hij kent diens dochter Sophie, sterker nog, hij blijkt in een moeizame relatie met haar verwikkeld en is wellicht de vader van haar zoontje Boris.

Dat is nog maar het begin. De lezer, die opgesloten zit in het hoofd van Ryder, wordt door hem een Kafkaësk labyrint ingevoerd, waarin tijd en ruimte lijken te zijn opgeheven. Zo blijkt zijn hotelkamer plotseling identiek aan zijn jongenskamer, en tijdens zijn omzwervingen door de stad en haar omgeving sijpelt zijn verleden steeds vaker door in het heden. De talloze bewonderaars die Ryder aanschieten putten zich uit in complimenten, steken ellenlange betogen tegen hem af en doen hem vervolgens stuk voor stuk kleine verzoekjes die zijn strakke schema in de war gooien - een schema dat de secretaresse, juffrouw Stratmann, hem beloofd heeft, maar dat hij nooit te zien zal krijgen.

Ryder wordt meegevoerd naar vreemde bijeenkomsten en recepties, waar hij mensen van alle Europese nationaliteiten ontmoet en verdacht veel bekenden uit zijn Engelse jeugd. Gaandeweg krijgt het drama dat de stad beheerst vage contouren. Er heeft een wisseling van de macht plaatsgevonden - dat wil zeggen, de muzikale macht, want het was een zekere Christoff, een cellist, die in de stad de dienst uitmaakte en nu bij de inwoners uit de gratie is. Als zijn opvolger is meneer Brodsky aangewezen, een aan lager wal geraakte dirigent, die omhoog is gekrabbeld en de alcohol lijkt te hebben afgezworen. De buitenstaander Ryder wordt door de inwoners gezien als een soort reddende engel van buitenaf, die kan bijdragen aan de nieuwe orde. Hij belooft veel, hij neemt zich voor zijn invloed ten goede aan te wenden, maar wordt telkens afgeleid en stelt zijn aanbidders steeds teleur. Hij raakt betrokken bij de persoonlijke drama's van de inwoners, hun angsten, verlangens en mislukkingen; de zoon van de hotelhouder die kampt met het ongeloof van zijn ouders in zijn muzikale talenten, de onmogelijke liefde van de nieuwe dirigent met de zelfopofferende juffrouw Collins. De apotheose zal Ryders optreden moeten zijn in de plaatselijke schouwburg, waar alle bizarre verhaallijnen van The Unconsoled samenkomen. Het concert eindigt in een drama - en de eerst zo gevierde, invloedrijke Ryder blijft met lege handen achter.

Ishiguro's vorige romans, vooral An Artist of the Floating World en The Remains of the Day, waren korte, geconcentreerde vertellingen, waar het bewustzijn van de vertellers als een sluier voor hun eigen pijnlijke desillusies hing. In die boeken verborg het drama zich in de nauwe kloof tussen de werkelijkheid van de vertellers - een Japanse schilder, een Engelse butler - en de ware, feitelijke toedracht. Ishiguro maakte van zijn onbetrouwbare vertellers tragische figuren, die hun leven gegeven hadden aan een waardeloos ideaal en uit zelfbehoud hun ogen stijf gesloten hielden voor de ontnuchterende werkelijkheid. Ook Ryder in The Unconsoled is zo'n onbetrouwbare verteller, maar het werkelijke drama achter zijn woorden is niet gemakkelijk te vatten. Hoe vaak Ishiguro ook verwijst naar een herkenbare werkelijkheid - Ryder is bijvoorbeeld zeer goed op de hoogte van het Nederlandse voetbal in de late jaren zeventig - zijn verhaal blijft tot aan het einde ongrijpbaar.

In een drama dat van het begin tot het einde - een dikke 500 bladzijden lang - gevangen zit in zijn eigen absurde logica, begin je al snel te vermoeden dat het om een allegorie gaat, politiek of religieus. De manier waarop de stedelingen de musicus Ryder benaderen lijkt op aanbidding, en hun teleurstelling in hem aan het einde van het boek geven hem trekjes van een gevallen Messias. Of wil Ishiguro iets zeggen over de onmacht tot werkelijke vernieuwing in de landen van het voormalige Oostblok? Zo simpel ligt het niet, blijkt gelukkig al gauw. Geen enkele allegorie past het verhaal. Ishiguro heeft van zijn roman geen zoekplaatje willen maken. Het verhaal is in laatste instantie het verhaal van Ryder.

Wat wil hij met dat verhaal? Welk drama gaat er schuil achter dit fantastische relaas? Het is mij niet erg duidelijk geworden en ik moet bekennen dat het me ook niet erg interesseert. Ondanks alle bizarre wendingen en personages is The Unconsoled vooral een levenloos boek; excentriek, maar vrijwel nergens intrigerend. In The Remains of the Day toonde Ishiguro zich bedreven in de beleefde, omslachtige vertreltrant van de butler, die vanwege zijn persoonlijke, maar voor hem zelf onzichtbare tragedie, onverwacht dramatisch werkte. Maar in deze nieuwe roman spreken vrijwel alle personages op diezelfde vlakke toon tegen Ryder. Al die eindeloos uitgesponnen monologen, vol beleefdheidsfrases en herhalingen, bladzijde na bladzijde na bladzijde; ze maken het lezen van The Unconsoled tot een zware opgave, vooral omdat er dit keer geen sprake is van ook maar enige onderhuidse spanning. Het kan heel goed zijn dat alle onwerkelijke ontmoetingen en belevenissen die Ryder beschrijft nachtmerrieachtige uitvergrotingen zijn van eigen geestestoestand, maar hij wil maar niet tot een interessant personage worden. Het persoonlijke drama van Ryder, opgesloten in zijn claustrofobische wereld, niet in staat werkelijk tot het leven van anderen door te dringen, wordt daardoor onwillekeurig het drama van Ishiguro's boek, dat net zo flets en vlak is geworden. Ik heb het uitgelezen, afwisselend vloekend en geeuwend, enkel en alleen omdat ik maar niet wilde geloven dat een goede schrijver als Ishiguro zo ver kon afdwalen van zijn talent, en met zulke fatale gevolgen.