NS maakt weer winst, met minder reizigers

ROTTERDAM, 21 APRIL. De Nederlandse Spoorwegen zijn in 1994 uit de rode cijfers gekomen, ondanks een iets kleiner aantal treinreizigers dan in 1993 en nog een klein verlies in het goederenvervoer. De nettowinst van NS bedroeg 76 miljoen gulden, tegen een verlies van 62 miljoen in 1993. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde jaarverslag.

De omvang van het reizigersvervoer nam vorig jaar voor het derde achtereenvolgende jaar af (met 2 procent), maar door de (opgelegde) tariefsverhoging per 1 januari 1994 van 6 procent leverde het personenvervoer wel meer inkomsten op.

Het goederenvervoer vertoonde na drie jaren van teruggang vorig jaar een toename met 6 procent tot 17,8 miljoen ton. Toch sloot NS Cargo, de goederenpoot, het jaar af met een licht verlies. Voor de komende jaren verwacht NS Cargo een verder opgaande lijn. Doelstelling is om in 1996 het break-even-punt te bereiken en vanaf 1997 winst te maken.

De NS-directie verwacht dat het financiële resultaat in het lopende jaar op hetzelfde niveau zal uitkomen als in 1994. Van het rijk ontving de NS vorig jaar op een totaal aan bedrijfsopbrengsten van ruim 5 miljard gulden opnieuw 1,4 miljard gulden als bijdrage. Het is de bedoeling dat met de verzelfstandiging van de NS de rijksbijdrage in de exploitatie geleidelijk wordt afgeschaft. De overheid zal dan in principe de kosten van de infrastructuur voor haar rekening nemen. De onderhandelingen over de verzelfstandiging en de financiële gevolgen daarvan zijn overigens nog niet afgerond.

Het aantal reizigerskilometers per spoor is geleidelijk gedaald van 15,2 miljard in 1991 tot 14,4 miljard vorig jaar. De NS verwacht dit jaar een verdere daling tot circa 14 miljard. De NS is van mening dat de tariefsverhoging van 1 januari de klanten de trein uit heeft gejaagd. “Daarmee stegen de treintarieven aanzienlijk sterker dan de variabele autokosten”, aldus de directie.

Een ongunstige invloed op het aantal treinreizigers had ook de invoering van de nieuwe studentenkaart per 1 november, waarbij studenten ofwel een weekkaart (87 procent) of een weekendkaart (13 procent) hebben.