'Nederland wist van Koerdische plannen'

ANKARA, 21 APRIL. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) beschikte volgens de Nederlandse ambassade in Turkije al op 17 maart over aanwijzingen dat de oprichtingsvergadering van het Koerdische parlement mogelijk in Nederland zou plaatsvinden.

De Nederlandse ambassadeur is op deze datum samen met de ambassadeurs van enkele andere Europese landen waaronder Zweden, Denemarken, Oostenrijk, Zwitserland en België, door het Turkse ministerie van buitenlandse zaken ontboden. Tijdens de ontmoeting werd de ambassadeurs te verstaan gegeven dat in hun landen geheime verkiezingen hadden plaatsgevonden onder de Koerdische groeperingen voor de 65 afgevaardigden van het Koerdische parlement. Aan de Nederlandse ambassadeur werden de namen van de zeven kandidaten verhandigd, die in het Koerdische parlement zouden plaatsnemen. Er waren toen nog sterke aanwijzingen dat de oprichtingsbijeenkomst in België zou plaatsvinden, maar de Turkse autoriteiten zeiden tevens over informatie te beschikken dat de vergadering wellicht in een ander Europees land, mogelijk in Nederland, zou worden gehouden. Ankara liet weten dat men niet zou tolereren dat een Europees land zou toestaan dat dit parlement in ballingschap, dat door Turkije wordt gezien als een geesteskind van de separatische Koerdische Arbeiderspartij (PKK), op zijn grondgebied activiteiten zou kunnen ontplooien. De ambassadeur in Turkije heeft Van Mierlo dezelfde dag geïnformeerd over de ontmoeting.

Buitenlandse zaken ontkent dat Van Mierlo al op 17 maart op de hoogte was van de bijeenkomst van Koerden in ons land. Volgens een woordvoerder was begin dit jaar duidelijk dat er of in Nederland of in België een vergadering zou worden gehouden. Pas in de eerste week van april bleek dat de Koerden voor Den Haag hadden gekozen. Toen is Buitenlandse Zaken, volgens de woordvoerder, nagegaan of een bijeenkomst verboden kon worden. Dat was volgens de geraadpleegde experts en de burgemeester van Den Haag, belast met het handhaven van de openbare orde, niet mogelijk, aldus de woordvoerder.

De besloten NAVO-bijeenkomst gisteren op verzoek van Turkije in Brussel, tijdens welke Nederland en Turkije hun standpunt uiteen hebben gezet, is in een “rustige sfeer verlopen”, aldus een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken. Officieel worden van Nederlandse noch van Turkse zijde mededelingen gedaan over de inhoud van het vertrouwelijke overleg van de NAVO-ambassadeurs. Een woordvoerder van de Turkse delegatie beroept zich op het “gevoelige karakter van de informatie”. Bronnen bij de NAVO melden dat er tijdens de bijeenkomst van gisteren meer dan één onderwerp is besproken, en dat de verschillende gespreksonderwerpen niet met elkaar te maken hadden.

De lidstaten van de NAVO hebben volgens het Noordatlantisch verdrag het recht de overige partijen van het bondgenootschap voor overleg bijeen te roepen “telkens wanneer naar de mening van een van hen de territoriale onschendbaarheid, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een der partijen wordt bedreigd”.