Mister Goldrace stopt na dertig jaar met organisatie wielerklassieker; Krott hoopt op Italiaans afscheidsgeschenk

Morgen wordt in Zuid-Limburg de dertigste Amstel Goldrace verreden. Alle jaren was Herman Krott (64) organisator van de klassieker. Het Amsterdamse wielerdier neemt afscheid.

AMSTERDAM, 21 APRIL. Als tiener is hij zelf wielrenner geweest. Heel even, bij de nieuwelingen en de amateurs. Een jaar of drie na de oorlog. “Een zekere Peter Post was mijn helper, pompte mijn banden op”, herinnert Herman Krott zich nog. “Post koerste nog niet. Hij was zestien, ik negentien. Ik nokte met het fietsen, omdat banden niet of alleen voor veel geld waren te krijgen. Bovendien wilde ik zakenman worden.”

Maar Krott ging nog wel naar de wedstrijden kijken. “Ik was gek van die sport en wilde erbij zijn”, zegt hij in Rrrang op het kantje, de kleurrijke geschiedschrijving van Krotts Amstel amateurploeg. “Thuis zagen ze het niet zo zitten, want ze vonden het eigenlijk een Jan-met-de-petsport. Ik was gefascineerd door het wielrennen. Op de Mulo was er in de oorlog een jongen met een racefiets, en ik ging elke keer naar de stalling om die fiets te bekijken.”

Aanvankelijk volgde hij enkele baanrenners en organiseerde hij criteriums. “Caballero deed vergeefs pogingen een Nederlandse wielerklassieker op te zetten. Ik had Rotterdam-Maastricht in gedachten. Mocht niet van de politie. De verkeersdrukte was te groot. Toen al.”

Zijn gebruinde kop glimt, zijn schitterende oogjes worden nog kleiner. “In '66 had ik het voor elkaar. Ik had goeie sponsors, uit de pot van de toen nog vele criteria. De directie van Amstel zei binnen een half uur 'ja' tegen de naam Amstel Goldrace. De begroting?” Hij schiet in de lach. “Ha, ha, nog geen ton. Momenteel betaalt de organisatie een kwart miljoen, alleen al voor de reiskosten van de renners.”

Ex-wereldkampioen Jean Stablinski was de eerste winnaar van de wedstrijd tussen Breda en Meerssen. “Een prachtige koers. Ik had nog nooit zo veel toeschouwers bij elkaar gezien.” Het voorbereidende werk van de organisatie was zwaar. “In de beginjaren moest ik me kleurenblind lopen om het rennersveld te contracteren. Destijds benaderde ik de kopmannen zelf. Ook lobbyde ik voortdurend bij bestuurders van de internationale bond om mijn wedstrijd te promoten. Ik werd dan ook Mister Goldrace genoemd.”

Een mooie erelijst, dat was zijn grote streven. Krott kreeg zijn zin. “Eddy Merckx en Bernard Hinault wilden wel komen, maar voor een hoog startgeld. 'Als je wint, krijg je de poen die je vraagt', zei ik tegen die twee. 'Hou je guldens maar vast klaar', grijnsde Merckx tegen mij. Merckx kwam in 1973 met zijn hele ploeg, voor tien mille. Dat was de mooiste Goldrace uit de geschiedenis. De laatste vijf kilometer zat Merckx te huilen op zijn fiets. Hij stikte van de honger. 'Ik moet vreten, ik kan niet meer', riep hij, maar het was reglementair verboden hem iets te geven.”

Nog nooit heeft Krott een Italiaanse winnaar mogen begroeten. Francesco Moser was er in 1978 dichtbij. Maar vijfvoudig triomfator Jan Raas dwarsboomde de campionissimo. “In de finale reed Raas achter een auto weg van de concurrenten, onder wie Moser. Er volgde van diens kant een fel protest, omdat Moser vervolgens ook nog eens hinder ondervond van de wagen van Post, toen de ploegleider van Raas. Ik woedend op Post. 'Wees blij dat er met het mes op tafel wordt gereden in de Goldrace', schreeuwde Post. 'Ik kom nooit meer terug bij jou', brieste Moser tegen mij. Een paar dagen later was de Nacht van Valkenburg. Moser won en belde meteen alle grote Italiaanse kranten om dat nieuws mee te delen. Hier start ik volgend jaar wéér, riep hij aan de finish. Dan krijg je toch met mij te maken, zei ik, want ik organiseer deze wedstrijd. Toen was ook het relletje in de Goldrace gesust.”

Zoetemelk triomfeerde in 1987, op zijn oude dag. Hij dankte veel aan Teun van Vliet en Steven Rooks, die met Zoetemelk en de snelle Malcolm Elliott op kop zaten. De twee Nederlanders lieten Zoetemelk ontsnappen. “Een cadeau? Daar kun je over twisten. Ik had liever Joop dan die Elliott. Maar toch: Joop reed constant tegen de zestig op de laatste kilometers. Zoetemelk gooide de bloemen naar Jos, mijn vrouw. 'Je weet wel waarom', riep-ie.”

Krott had een speciale band met Zoetemelk. Hij haalde de aarzelende renner aan het einde van de jaren zestig over om zijn baan als timmerman op te geven en prof te worden. Gerrie Knetemann was een andere oogappel van Krott. Onvergetelijke taferelen deden zich voor toen 'De Kneet' de Goldrace in 1985 voor de tweede keer op zijn naam schreef. De uit een diep dal geklommen renner - hij raakte het jaar tevoren zwaargewond geraakt - reed de finale met tranen in de ogen en stond in de kleedkamer nog uitgebreid te janken, aan de schouder van Krott.

“Fantastisch, die Kneet”, zucht Krott. Hij toont een even groot respect voor Maurizio Fondriest, die na een hernia-operatie weer aan de top zit. Van Krott mag die Italiaan morgen winnen. Een Italiaan als nummer één, het is nog nooit gebeurd. Het zou een fraai afscheidsgeschenk zijn voor Krott, die als organisator wordt opgevolgd door de 39-jarige Leo van Vliet. “Ik wilde per se dat een renner uit mijn vroegere amateurploeg mijn werk zou overnemen. Zoetemelk had gekund, maar hij woont te ver weg, bij Parijs. Knetemann? Hij heeft te veel bezigheden, een eigen bureautje. Van Vliet komt nog alijd naar de Tour, de Ronde van Nederland, sommige klassiekers. Wat belangrijk is dat hij wat in zijn mars heeft. Leo heeft een bedrijf van 150 man geleid. Tot 1 mei is hij daar nog directeur, want hij heeft zijn zaak verkocht. Of de Goldrace bij hem in goeie handen is, weten we in de loop van volgend jaar. Ik heb alle vertrouwen.”