MILOVAN DJILAS 1911-1995; Een bekeerde stalinist

De Joegoslavische dissident Milovan Djilas, die gisteren op 83- jarige leeftijd in Belgrado is overleden, was geen dichter, vrijdenker of natuurkundige. Als critici van het landsbestuur blijven die altijd relatieve buitenstaanders; het regime dat Djilas verwierp kende hij van binnenuit. Het had hem gevormd, een glanzende politieke carriere bezorgd en hem daarna tot een afvallige gemaakt. Voor maarschalk Josip Broz Tito, die in Djilas zijn opvolger had gezien, was hij daarom veel bedreigender. In het “verraad” van vice-president Djilas kwam immers een verborgen gebrek van het Joegoslavische communisme aan het licht.

Djilas, in 1911 geboren in een boerengezin in de zuidelijke provincie Montenegro, bracht in totaal twaalf jaar door in de gevangenis. In 1933 werd hij tot drie jaar dwangarbeid veroordeeld wegens zijn lidmaatschap van de verboden communistische partij en omdat hij als student in Belgrado demonstraties had georganiseerd. Zijn andere “negen koude winters” was Djilas Tito's gevangene. Tito's strijdmakker uit de Tweede Wereldoorlog, die samen met hem het partizanen-verzet tegen de Duitse bezetting had geleid en lange tijd zijn vertrouweling was, riep in interviews en tijdschriftartikelen in 1953 en 1954 de communistische partij op om haar greep op de maatschappij losser te maken en vroeg hem een grotere vrijheid van meningsuiting toe te staan. Voor Tito was het duidelijk: Djilas was een nestbevuiler; hij had gebeten in de hand die hem al die jaren had gevoed.

Die uitlatingen bleken de opmaat tot wat Djilas' bekendste geschriften zouden worden: De nieuwe klasse (1954), waarvan het manuscript naar het Westen werd gesmokkeld, en zijn Gesprekken met Stalin (1962). In het laatste boek beschreef hij zijn zeven ontmoetingen met de Sovjet-leider. Het bleek de definitieve afrekening met het stalinisme, die in het Westen maar ook in het Oosten zo geloofwaardig overkwam omdat Djilas in 1944 zelf nog een gelovige was, die in de loop van het boek vooral ook met zichzelf afrekent. In 1944 zag Djilas in Stalin immers nog “de belichaming van een idee, de zuivere idee zelf, onfeilbaar en vlekkeloos”. Maar een jaar later sloeg bij hem de twijfel toe toen hij zag dat de Sovjets zich weigerden neer te leggen bij een eigen economische koers van Joegoslavie, die later zou uitmonden in het zogeheten arbeiderszelfbestuur, dat veel water in de wijn van het door Moskou beleden centralisme deed. De slemppartijen in Stalins datsja - waar Beria, chef van de geheime dienst NKVD voor de grap bijvoorbeeld een tomaat op iemands stoel legde vlak voor hij ging zitten - versterkten zijn cynisme alleen maar. In 1948 is Djilas er getuige van hoe Stalin de hoogste leiders van Bulgarije en Joegoslavie kleineert en in het gareel zet. 'Stalinisme' is voor hem dan al synoniem met dictatuur geworden. De kenmerken daarvan - onderdrukking, corruptie en inefficientie - zag hij sindsdien in eigen land alleen maar sterker worden.

Djilas, die pas in 1992 officieel werd gezuiverd, overleefde Tito. Vanuit zijn appartement op de derde verdieping nabij het parlement van de Joegoslavische federatie in Belgrado, zag hij zijn land uiteen vallen, conform zijn voorspellingen. De huidige burgeroorlog zal nog langer duren, heeft hij eveneens voorspeld. De leiders van de huidige oorlogspartijen in Servie, Bosnie en Kroatie streven een nieuw nationalisme na en bezitten in zijn ogen de typische mentaliteit van de Balkan om “een compromis te sluiten en vervolgens te breken”.