Liefde in bruine inkt en zachtaardige vegen

Gabrielle Vincent: Brammert en Tissie. Het begin. Uitg. Casterman, 171 blz. Prijs ƒ53,50

Ik wil ook een Tissie. En wel hierom:

of hierom:

Maar gewone mensen hebben het geluk niet om zo'n allerliefst babymeisjesmuisje bij de vuilnisbakken te vinden. Brammert wel. Brammert is straatveger, en hij is een beer, althans hij draagt een berehoofd, zoals Tissie een muizehoofd draagt en een muizestaartje. Ze heeft wel kleine kinderteentjes en vingertjes en een babymotoriek en Brammert heeft fijne grote mannenhanden en de koesterende bewegingen van een op zijn kind verliefde vader. Baby's zijn klein, zeker in verhouding tot grote mannen, maar een muizenbaby en een mannenbeer - allemachtig wat is zo'n baby dan klein en weerloos. Dat roept vast ook zulke hevige vadergevoelens in Brammert op, hij vadert tenminste dat het een aard heeft. Hij voedt en hij wiegt en hij buigt zich innig verrukt over het piepkleine kinderbedje waarboven hij ongetwijfeld rare geluidjes maakt, maar die hoort Tissie alleen.

In Brammert en Tissie. Het begin laat Gabrielle Vincent zien hoe het allemaal zo gekomen is met Brammert en Tissie die we al lang kenden uit haar andere boeken. Daarin is Tissie al groter, al een echt klein meisje met dunne beentjes, en het leek altijd volkomen vanzelfsprekend dat ze Brammerts dochter was, ook al had hij dan een berehoofd en zij niet en ook al was er nergens een moeder te zien - zoiets kan tenslotte gebeuren. Maar nu weten we dus hoe het begonnen is met die twee. Zou Tissie weten dat ze bij de vuilnisbak gevonden is? Waarschijnlijk niet. Brammert en Tissie zijn een zwijgzaam stelletje dat zich maar heel af en toe van woorden bedient, Gabrielle Vincent laat haar pen en penseel liever het werk doen. In dit boek komen er geen kleuren aan te pas, alleen bruine inkt in beweeglijke lijnen of zachtaardige vegen, op royale pagina's in oblong formaat.

Vincent kan erg veel met zo'n beetje inkt. Wat een uitdrukking op zo'n beresnuit bij de eerste goede beschouwing van het pasgevonden wezentje:

Je ziet het begin van de liefde, de vertederde verrukking, de zacht geworden ogen - je ziet dat afscheid vanaf dit moment onmogelijk is geworden. Brammert is verloren. Daar hoeft geen woord bij te pas te komen en dat komt er dan ook niet.

Natuurlijk is er ook buitenwereld, voornamelijk bestaande uit volwassen, zeer Franse mannen en vrouwen met berehoofden. Die maken zich zorgen over de herkomst van de baby, over de geschiktheid van Brammert om voor zo'n klein kindje te zorgen in zijn chaotische huishouden. Er is zelfs een ziekenhuis waar Tissie een poos in verdwijnt, terwijl Brammert wegkwijnt, naar het lege bedje staart en in het schrift waarin hij eerder verrukt noteerde: “3 maart. Tissie heeft een oog opengedaan.” mismoedig schrijft: “Ik heb geen honger.” Maar oh zijn gezicht als ze weer terug is, de tevreden gelukzaligheid van een man die weer een Tissie op schoot heeft:

Er valt eindeloos veel aan te zien, aan deze tekeningen die zo uiterst spaarzaam door woorden begeleid worden. Voor wie al van Brammert en Tissie hield (in het Frans heten ze Ernest en Célestine wat natuurlijk veel beter is want niet zo onzinnig kinderachtig) is dit begin onontbeerlijk. En wie ze nog niet kent zal moeiteloos veroverd worden door deze liefde in bruine inkt, die uit elke lijn en vage penseelstreek straalt.