Le Pen: 'De Slag om Frankrijk is begonnen'

PARIJS, 21 APRIL. “De Slag om Frankrijk is begonnen. De Fransen willen hun lot in eigen hand nemen. Zij zijn bereid ervoor te vechten. U heeft een bewonderenswaardige en voorbeeldige campagne gevoerd. De victoire finale, de definitieve overwinning, is binnen handbereik voor Frankrijk. Vive les Français, vive La France!”

Honderden vlaggen gaan omhoog, niet voor de eerste keer. Jean-Marie Le Pen, die tijdens een gedreven monoloog van meer dan een uur niet één keer heeft gereageerd op de krijgsfanfares van zijn tienduizendkoppig publiek, spreidt voor het eerst de armen. Om er een jongedame in op te vangen die als levend projectiel het podium op is gekatapulteerd.

De onmetelijke circustent op een open plek in het Bois de Boulogne, ten westen van Parijs, zindert van opwinding. Honderden vlaggen wapperen op het podium rond de 'Staatsman, Man van het Volk'. Spreekkoren met Le Pen - Pré-si-dent, Le Pen - Pré-si-dent, galmen door de menigte. De Marseillaise is zelden met zoveel overgave gezongen. Laserstralen flitsen Le Pens leuzen, metershoge luidsprekerboxen dicteren het ritme. Dit is de politiek waar 14 procent van de Fransen naar verlangt.

Een tengere man van middelbare leeftijd ontrolt bij ieder hoogtepunt zijn rood-wit-blauwe vlag, zijn rechterarm schiet schuin omhoog om de driekleur te laten wapperen. Zijn buurman klampt hem aan: “Alles kàn veranderen. Het is altijd mogelijk!” Zij staan onder een zwart-witte vlag Le Pen Président - Eindelijk een Breton voor Frankrijk.

De tengere man is acht uur met een bus komen rijden uit Brest, de havenstad in het westelijke puntje van Bretagne. Zijn naam houdt hij liever voor zich. Geheimzinnigheid is hier de norm. De talloze kort geschoren veiligheidsmannen staat het in de ogen geschreven. Roeping en opname in het sacrale universum van het Front National tekent ook de gezichten van de functionarissen met brede sjerpen die het podium vullen met gezag.

De tengere man uit Brest zegt: “Ik ben een onderontwikkelde Breton. Le Pen is een groot leider. Het is tijd dat hij de ruimte krijgt. Weet u wat dit speldje betekent? Ik ben ook monarchist!” Maar er is toch geen koning meer om vóór te zijn? “We wachten op de volgende keizer. De opvolger van Napoleon III zal worden gevonden. Waar komt u vandaan?” Nederland. Als Le Pen zijn zin krijgt mag ik hier als buitenlander misschien helemaal niet meer komen. “Bevriende Europeanen wel. Nederlanders zijn een goed ras. Maar drugs, dat is een stronthoop, dat kweekt Untermenschen.” En kijkend naar mijn donkerharige dochter: “Wij hebben hier blonde meisjes.”

De afsluitende bijeenkomst van Jean-Marie Le Pens derde presidentiële verkiezingscampagne wordt gevierd als een immens feest. Worst, bier en lectuur is ruim te koop. De tent op de grasweide van Saint-Cloud, waar op gewone avonden de travestieten hun betaalde gunsten aanbieden, is alleen tegen betaling van 40 franc te betreden. Daarvoor moet een cordon controleposten worden genomen die in hartelijkheid nauwelijks onderdoen voor de rondhangende groepjes kale jongens met pitbulls. Lang en zwart is nog steeds hoge mode in dit deel van Frankrijk.

Binnen krijgt de golvende massa waar voor haar geld. Op het podium wervelt een 'can-can-dansshow vol humor en avontuur', alles van eigen bodem. De belichting is warm rood en blauw. Het levert vitale tv-seconden op die het Front National uit de sfeer van geniep en ongezelligheid halen. Tegen het achterdoek de contouren van het grondgebied van de Franse republiek. Daarin wordt het van bonhomie stralende gezicht van Le Pen geprojecteerd wanneer het politieke deel van de avond een aanvang neemt.

Als zijn secretaris-generaal en intern rivaal Mégret het spreekgestoelte voldoende heeft opgewarmd, is hij daar opeens zelf. Sjef van Oekel in betere doen. Al snel verlaat hij het katheder van eigentijds plexiglas. Dan begint een vijf kwartier durende odyssee over het toneel en langs de wantoestanden die Frankrijk “de hel in jagen”. Twee draadloze microfoons verbinden de meester met het universum.

Verspilling van belastinggeld, gevangenissen vol met de verkeerde mensen, een krijgsmacht zonder geschikte wapens en vooral: geen werk en geen fatsoenlijk huis voor Fransen-van-geboorte door de open-huispolitiek voor immigranten uit alle werelddelen. “Het ware probleem van het Franse volk...” - gefluit en gevlag dempt de rest van de zin. In zijn programma staat: 'Drie miljoen immigranten naar huis sturen binnen zeven jaar; de vrijgekomen huizen zijn voor Franse daklozen.' In de media zegt hij dat zo nooit. Voor zijn aanhangers kiest hij een middenweg: “Ons beleid is moedig en patriottisch. De Fransen gaan eindelijk hun stem verheffen. Wie heeft gezinshereniging en vestiging in aparte kolonies op Franse bodem mogelijk gemaakt voor het buitenlands proletariaat? Jacques Chirac. Wie zijn de dupe? De gewone mensen van Frankrijk.”

Een hand klemt zich om de mijne. “Geen aantekeningen!” Het is een lange man met een mysterieus gesloten zwarte regenjas en indringende ogen. “Ik ken hem nog uit de Algerijnse oorlog. Sindsdien volg ik zijn politieke analyse. Hij heeft altijd gelijk, vijf jaar vóór de anderen het door hebben. Ik wacht nog steeds op het moment dat hij zich vergist. Het komt niet. Ik weet niet hoe ver we in de stront moeten zakken voordat het Franse volk een beroep op hem doet. En daarna Europa. Die dag komt. Welke politicus houdt zo'n verhaal uit het hoofd. Het is een meester.”