Kruiwagens vol huizen; Verhalen over taal en misverstand van Riana Scheepers

Riana Scheepers: Dulle Griet. Vert. Riet de Jong-Goossens, Uitg. Prometheus, 156 blz. Prijs ƒ29,90.

Van alle blanke schrijfster in het Afrikaans is Riana Scheepers (1957) de minst blanke. Ze is opgegroeid in Zoeloeland en spreekt ook Zoeloes, en dat is aan haar Afrikaans te merken: dat heeft er een sensitieve vingertopgevoeligheid aan overgehouden, hoe kaal ze verder ook schrijft, en een ontvankelijkheid voor voortekenen en magisch denken.

Dat zijn drie beweringen die zich graag laten illustreren.

Magisch denken: in het verhaal 'Een kind en een vis' in haar bundel Dulle Griet slaagt een jongen erin een grote vis te vangen. Hij heeft de vis dagenlang gadegeslagen, vooral in de vorm van wegschietende schaduwen. De vangst maakt hem niet echt euforisch: op het einde van het verhaal blijft de jongen staren in het water om te zien waar die schaduw gebleven is.

Sensitivisme: in het verhaal 'Nachtangst' ontdekt een moeder 's nachts dat haar zoontje uit de slaapkamer verdwenen is. In paniek gaat ze op zoek. Blijkt dat het kind eveneens in paniek naar haar op zoek is. Opgelucht legt ze zich naast hem in zijn bedje te slapen. “Later, veel later die nacht, trekt ze het natte pyamabroekje van het kind uit en laat het naast het bed op de grond vallen. Dan tasten haar handen zoekend over het buikje de billetjes om te voelen of zijn kleine penisje en de beweeglijke ronde balletjes er nog zijn.”

Kaal: over een zwarte woonwijk: “Er lopen mensen met kruiwagens door de straten. De belangrijkste vervoermiddelen in zwarte woonwijken zijn taxi's en kruiwagens. In taxi's worden mensen vervoerd. In kruiwagens zakken meel, vaten water, huizen en mensen.”

Eigenlijk gaan bijna alle verhalen van Riana Scheepers over taal, over misverstanden tussen mensen die dezelfde taal spreken, over eensgezindheid tussen mensen die elkaar nauwelijks begrijpen. Als een verhaal 'Het gesprek' heet, dan kun je ervan op aan dat er langs elkaar heen gesproken wordt. Een verhaal met de titel 'Conversation Piece' doet dat nog eens over. Ook in taal der liefde gebeurt dat: daar heb je bijvoorbeeld mannelijke taal die ambtenaarlijk is en niks zegt, en vrouwelijke taal die zwijgt en weet.

Er wordt nogal wat naast elkaar liefgehad in deze verhalen. Daarom is het des te spijtiger dat Riet de Jong-Goosens niet ook het verhaal 'Abantu oNgove' heeft vertaald. Daarin worden vier versies gegeven van een gebeuren. Volgens de overlevering vloog premier Verwoerd ooit over het land, zag beneden zich een geschikte plek waar hoofdzakelijk onkruid groeide, en sprak tot zijn departement: 'Bouw daar een zwarte universiteit.' Tweede versie: de ugogu vertelt aan kinderen het magische verhaal van hoe daar moeilijkheden van kwamen. Derde verslag van dezelfde feiten: een krantebericht in het Engels met veel bloed en veel killing. Vierde versie: de ik praat met haar professor van Afrikatalen, ze wil horen wat er echt gebeurd is. De slotzin luidt: 'Die professor in Afrikatale vertel my 'n storie in 'n taal wat ek verstaan, en wat ek gebroke kan praat, maar waarin ek nooit sal kan droom, of huil, of sing, of verhale sal kan vertel nie.'

Het zal wel iets over Riana Scheepers zeggen dat de tweede versie, die van de ugogo, zes pagina's beslaat, al de andere slechts een halve. Als er dan toch gedacht moet worden, is magisch denken het meest complete of minst armzalige.

Er is een stijltruc die Riana Scheepers misschien een keertje teveel herhaalt, maar die desondanks werkt. De strijd tussen man en vrouw, tussen onderdrukker en onderdrukte, tussen fatsoen en realiteit, het is allemaal taalstrijd, strijd tussen mensen die een verschillende taal spreken.

Een etentje van twee kandidaatgeliefden in een chic restaurant wordt beschreven in een soort Wina Born-Nederlands, de taal komt regelrecht uit de culinaire drie-sterren-verslaggeving, tot er iets onbeschrijfelijks gebeurt. 'Het gesprek', laat afwisselend taal zien uit een bedrijfscatalogus - dat is de officiële taal van de man-manager, die zijn vrouw met winstcijfers wil veroveren - en fragmenten uit onhandig exuberante liefdesbrieven. Ik mag het slot niet verklappen, maar het bestaat uit twee regels. Riana Scheepers heeft niet veel ruimte nodig: een pagina of vier voor haar exposé, vervolgens een witregel, en vervolgens twee regels om het voorgaande onderuit te halen.

Ze is niet in ontroering geïnteresseerd, veeleer in algemeengeldendheid. Haar hoofdpersonages heten 'de winkelier', 'de vrouw van de zendeling', 'de kinderen', 'de vrouw van de man', of 'de man van de vrouw'. In deze hele verhalenbundel heeft niemand een naam. En hebben alle vrouwen waardigheid.

Zelfs hoeren. In het eerste verhaal laat een zwarte vrouw zich door de dorpswinkelier nemen, in ruil voor een flesje vaseline. Het is een eerlijke deal. 'Haar nek en schouders tonen de trots en de houding van een vrouw die weet dat ze haar winkeltocht tot een goed eind heeft gebracht.' In het laatste verhaal blijkt een lifster een hoer, maar ook daar is er alleen bewondering voor haar vakmanschap. Zoals ik bewondering heb voor het vakmanschap van Riana Scheepers. Drie, vier bladzijden. En vervolgens een laatste regel.

Riet de Jong-Goossens heeft het boek voortreffelijk vertaald. Slechts een enkele keer vind ik het jammer dat ze 'broekie's kant', de Afrikaanse term voor smeedijzeren balkons met veel krulwerk, uitvoerig vertaalt als 'flatbalkons als onderbroekjes met kanten smeedwerk'.